Interview Rachel Cusk

Schrijver Rachel Cusk: ‘Mensen zijn bang voor stilte. Met hun woorden creëren ze hun werkelijkheid’

Beeld Alexander Coggin

De Britse schrijver Rachel Cusk is immer op zoek naar de  waarheid en dat roept zowel bewondering als afschuw op. Binnenkort verschijnt de vertaling van haar nieuwe essaybundel Coventry. Journalist Wilma de Rek spreekt haar in Londen.

Rachel Cusk is uitgeput. Over hoe dat komt zo meer; maar wat niet helpt is dat ze net terug is uit Edinburgh (waar een van haar twee volwassen dochters gaat studeren), over een paar dagen voor een late zomervakantie naar Sicilië vertrekt en nu vanuit haar woonplaats Norfolk naar Londen is afgereisd voor dit gesprek én om een cricketwedstrijd te bezoeken – ze heeft haar echtgenoot getrakteerd op kaartjes.

Cricket is toch die sport waarbij je heel lang naar niks kijkt ? 

‘Dat denken mensen. Maar het is ontzettend fascinerend en interessant. Je moet wel weten wat je ziet; in feite is ook een spelletje cricket één lang verhaal.’

De Britse schrijver Rachel Cusk (52) is geobsedeerd door verhalen. Door de werelden die je met woorden kan optrekken. En door de vraag wat al die woorden en verhalen met de waarheid te maken hebben, want vooral is Rachel Cusk geobsedeerd door de waarheid. In haar boeken – nummer 14 is net uit – laat ze lezers getuige zijn van haar zoektocht naar die waarheid, waarbij ze niets en niemand spaart, zichzelf nog het minst. Dat maakt haar tot een van de spannendste hedendaagse schrijvers in het Engelse taalgebied, een controversieel schrijver ook, die bewonderd wordt én verafschuwd.

Toen ze in 2001 in haar memoir In het land van moeders niet alleen over de mooie maar ook over de zwarte kanten van het moederschap schreef, kreeg ze woedende mails van mensen die vonden dat ze uit de ouderlijke macht ontzet moest worden. Na de publicatie van Nasleep (2012), waarin ze haar eerste huwelijk tot in de ellendigste finesses ontleedde, noemde een recensent haar ‘een ongeëvenaarde narcist die er genoegen in schept haar man en haar huwelijk te exploiteren’. Cusks reactie op de beschuldigingen was een prachtige en lovend ontvangen trilogie waarvan vorig jaar het laatste deel (Kudos) verscheen, en waarin de hoofdpersoon een schrijver is die soeverein zwijgt terwijl om haar heen iedereen kakelt.

Sinds 20 augustus maand ligt er weer een nieuw non-fictiewerk, de essaybundel Coventry, die half november in Nederlandse vertaling verschijnt. Het titelessay verwijst naar de uitdrukking ‘naar Coventry gestuurd worden’; de uitdrukking betekent dat iemand in je omgeving besluit niet meer met je te praten. Lang zag Cusk dat als ‘de meest basale vorm van pesten, het opzettelijk wegnemen van het contact waar de menselijke werkelijkheid op gebouwd is’, maar de laatste jaren is ze, zegt ze in het Londense kantoor van haar uitgever waar ze om de vijf minuten een hijs neemt van haar e-sigaret, de stilte gaan waarderen, de veilige en kalmerende stilte die je misschien wel dichter bij de waarheid brengt dan woorden.

We zitten niet ver van de Houses of Parliament, waar al drie jaar heel veel gesproken wordt over de Brexit. Is de Brexit niet de ultieme illustratie van de puinhoop waartoe woorden kunnen leiden? Je schrijft in Coventry: ‘In de weken voor het referendum gingen de uiteindelijke winnaars om met taal zoals een klein kind met een bom omgaat; ze leken geen idee te hebben van de gevaren of de kracht ervan’.

‘Ik merk dat ik nauwelijks meer iets over de Brexit kan lezen of horen, ik duw het nieuws van me af. Het probleem met het overvloedige gebruik van taal zijn de verschillende opvattingen over wat autoriteit is. In de liberale traditie is het idee over autoriteit dat je debatteert. Mensen redetwisten en overtuigen erop los maar niemand komt echt met een antwoord; het debat zelf is het doel. Maar op anderen hebben al die woorden een bijna gewelddadige impact, ze maken mensen agressief.’

Met dank aan de mobiel gebruiken we in onze tijd vermoedelijk meer woorden dan ooit. Zou de polarisatie die je wereldwijd ziet te maken kunnen hebben met een overvloed aan communicatie?

‘Ik denk dat al die woorden zeker deel uitmaken van het probleem. In het geval van Boris Johnson maar ook van Donald Trump kun je zeggen dat de ongeremde woordenstroom hun macht heeft gecreëerd. Ik herinner me wat mijn dochter deed nadat Trump tot president was gekozen. Mijn man en ik renden rond als kippen zonder kop en ratelden erop los, maar het enige wat zij zei was: ‘Ssst.’ Elke keer dat we Trumps naam noemden, legde ze haar vinger op haar lippen en zei ze ‘Ssst. Zeg het niet. Door zijn naam steeds te noemen, maak je hem groot.’ Dat is zo. Hoe meer de mensen op en neer springen en pagina’s vol analyses en beschouwingen aan hem wijden, hoe groter hij wordt. Trump negeren zou een veel effectievere strategie zijn geweest. Silence is the new power.’

Wijst naar haar telefoon: ‘Maar verder ben ik best optimistisch over dat ding hoor. We hebben een fase achter ons waarin veel is misgegaan en een hoop mensen slachtoffer zijn geworden van belachelijke ruzies en beledigingen - je hoeft op internet maar aan iemand te vragen wat de kortste weg is van A naar B of de boel loopt gierend uit de hand. Maar daar bewegen we nu denk ik vandaan. Dat ding (wijst weer naar haar telefoon, WdR) heeft nadelen maar is ook goed voor de emancipatie van het individu. Sociale media geven mensen de kans zich te uiten, en dat maakt ze machtiger. Ik zie de onlinewereld als een nieuw soort maatschappij; die moet zich nog helemaal ontwikkelen, volwassen worden, en daar is oefening voor nodig. Leren wanneer je stil moet zijn, is daar een onderdeel van.’

In Coventry schrijf je over de ouders van je man, die, als ze bij hoge uitzondering eens buiten de deur aten, de avond vaak in stilte doorbrachten. Daar waren ze trots op, voor hen was stilte de hoogste vorm van intimiteit. In je trilogie speelt stilte ook een grote rol.

‘De situatie in die drie romans is dat andere mensen steeds aan het praten zijn en één iemand luistert. Dat is het punt: als je praat, kun je niet luisteren. Mensen zijn bang voor stilte. Met woorden creëren ze hun werkelijkheid, wat iets anders is dan dé werkelijkheid, en om hun werkelijkheid overeind te houden hebben ze ook weer woorden nodig.’

Plus de bereidheid het spel mee te spelen en in het verhaal te geloven, schrijf je; net als wanneer je een roman leest.

‘Op het echte leven zijn dezelfde regels van toepassing als op literatuur. Het gaat in beide gevallen over hoe je een realiteit ervaart, het verhaal dat je van die realiteit maakt en je bereidheid je ongeloof op te schorten en in dat verhaal mee te gaan. Op het moment dat je stopt erin te geloven, stort de boel in elkaar. Daar danken we de midlifecrisis aan, of het zwarte gat waarin je valt als een relatie wordt beëindigd omdat de ánder niet meer in het gemeenschappelijke verhaal gelooft.’

In je trilogie wordt vrijwel alleen gecommuniceerd via woorden. We lezen niets over gevoelens, blikken, aanrakingen.

‘Dat zou de hele opzet van mijn boek onderuithalen. Die opzet was nu juist te laten zien dat je niet kunt weten wat iemand anders denkt en voelt. Het ontbreekt ons daarvoor aan instrumenten. In de meeste romans doet de auteur alsof hij precies weet wat er in andermans hoofd omgaat. Dat weet hij natuurlijk niet. Niemand weet wat er in andermans hoofd omgaat.’

Op 22 november spreekt Rachel Cusk in de Martinikerk in Groningen de 37ste Van der Leeuw-lezing uit. De titel is Laat werk: de expressieve vrijheid van oudere vrouwelijke schrijvers en kunstenaars. Cusk: ‘Ik refereer in mijn lezing onder meer aan het werk van de Palestijns-Amerikaanse schrijver Edward Said, die over laat werk een boek schreef dat in zichzelf ‘laat werk’ is, hij overleed voor het af was. Hij vroeg zich af hoe het zat met kunstenaars die in de laatste levensfase niet worden overvallen door gevoelens van vrijheid en onthechtheid, maar juist door woede of opstandigheid. Als over laat werk wordt gesproken, gaat het meestal over beeldend kunstenaars en niet over schrijvers, aangezien schrijvers doorgaans slechter worden naarmate ze ouder zijn.’

Wordt een schrijver niet juist beter naarmate hij ouder en wijzer is?

‘O nee, absoluut niet. Elke schrijver zal beamen dat hij moet ophouden met schrijven als hij oud is, omdat zijn beheersing van de taal afneemt. Denk aan de Canadese schrijver Alice Munro, die stopte toen ze bij zichzelf een verlies van kracht en van controle over de woorden begon te constateren. Taal bestaat volledig in het hier en nu. In de taal verraad je jezelf. Bedenk maar eens hoe je zou klinken als je zou proberen te praten zoals pubers doen; je zou jezelf volstrekt belachelijk maken. Voor een beeldend kunstenaar is het anders, bij hem kan als hij oud is een zekere spiritualiteit haar intrede doen, omdat hij zich niet meer zo druk hoeft te maken om dagelijkse beslommeringen.’

Hoe goed een schrijver is, heeft toch vooral te maken met wat hij te zeggen heeft, minder met hoe hij het zegt?

‘Nee, het gaat altijd om je artistieke talenten. Je vermogen een geschreven werk te creëren. En taal is daarbij je gereedschap.’

Volgens de titel van je lezing ga je het vooral over oudere vrouwelijke schrijvers en kunstenaars hebben. Waarin zijn die anders dan mannelijke?

‘Ik moet de lezing nog maken, maar dat is dus iets wat ik wil onderzoeken, en dan gaat het niet alleen over kunstenaars. Ik vraag me af welke betekenis vrouwelijkheid heeft in de late fase van het leven. Wat vrouwelijkheid voor een vrouw nog is als, om het zo maar te zeggen, haar werk is gedaan.’

Beeld Alexander Coggin

En met haar werk bedoel je…

‘De biologische en sociologische rollen van vrouwen: iemands moeder zijn, iemands dochter zijn. Misschien krijgen je kinderen zelf kinderen en begint het hele circus opnieuw, dit keer met jou in de rol van grootmoeder. Maar als daar geen sprake van is, wat is vrouwelijkheid in de late fase van het leven dan? Of raak je ungendered als je ouder wordt? Hoe vrouwelijkheid tot uiting komt in het werk van kunstenaars, is iets wat me zeer interesseert. En niet alleen bij kunstenaars. Op welke manieren kunnen vrouwen in het leven staan, wat zijn de mogelijkheden? Ik zie er om me heen twee: ofwel ontkenning, ofwel verwarring. Wegdrukken kan ook, optie drie. Ik hoor tot de tweede categorie. Mijn werk getuigt van die verwarring, en van de eerlijkheid daarover.’

Het titelverhaal van je nieuwe bundel Coventry gaat over de breuk met je ouders. Zo te lezen was je moeder geen rolmodel voor je.

‘O nee! Absoluut niet.’

Je vader wel?

‘Nee, de vaders zijn nog gevaarlijker rolmodellen dan de moeders. Die hebben vrouwen die voor ze zorgen.’

In Coventry beschrijft Cusk haar moeder als een ‘huisvrouw met weinig opleiding en een gestaag vervagende schoonheid die in haar leven geleidelijk tot de ontdekking kwam dat grootheid niet voor haar was weggelegd’. Een sloof, maar ook een tiran die haar dochter een zwartgallige levensvisie opdrong, haar toekomstverwachtingen de bodem in sloeg en haar dochter soms toebeet dat ze haar wel ‘kon vermoorden’. Geregeld besloten de ouders hun dochter, die in het gezin als een lastpak werd beschouwd vanwege haar intelligente en scherpe tong, voor straf een tijdje dood te zwijgen. ‘Ik heb eindeloos gepiekerd over gebeurtenissen om erachter te komen waar ik in de fout was gegaan, op zoek naar de misdaad die de straf rechtvaardigde’, schrijft ze. Toen ze een aantal jaren geleden voor de zoveelste keer door haar ouders om onduidelijke redenen ‘naar Coventry gestuurd’ werd, besloot Cusk het zo te laten. Op haar ouders’ herhaalde pogingen tot contact ging ze niet meer in. Ze heeft ze sindsdien niet meer gezien.

Je wilde niet langer meespelen in hun verhaal, schrijf je; je koos voor de stilte. Voelt dit ook als een krachtige stilte?

‘Voor mij wel. Omdat ik er dit keer zelf voor heb gekozen. Mijn zus en twee broers zien mijn ouders nog wel en ze hebben er heel wat mee te stellen. Zij gaan nu door het proces dat ik achter de rug heb. Mijn ouders zijn geen aangename mensen.’

In welk genre kom je het dichtst bij de waarheid, in fictie of in non-fictie?

‘Oeh. Dat kan ik niet zeggen. In elk geval gaat het in fictie sneller. Als fictie het vliegtuig is, is non-fictie de fiets. Maar fictie is veel moeilijker om te maken, je houdt de hele tijd een groot, loeizwaar gebouw in de lucht. Bij een essay is het meer of je een interessante wandeling maakt. Het zijn totaal verschillende bezigheden.’

In Contouren, het eerste deel van je trilogie, praat een van je personages over vrouwelijke creativiteit. Ze zegt dat voor de meeste vrouwen het krijgen van een kind de ultieme creatieve daad in hun leven is. Wanneer was jij op je creatiefst?

‘Ik weet het niet, ik denk daar veel over na. Misschien nu. Tegelijk ben ik behoorlijk uitgeput. Ik voel al maanden een enorme vermoeidheid, eigenlijk sinds ik de trilogie heb voltooid, daar is veel energie in gaan zitten. Ik vraag me weleens af welk effect het hebben van kinderen heeft gehad op mijn vermogen om te werken, hoe het dat vermogen heeft beïnvloed. Wat ik tijdens die jaren zelf vooral merkte, was dat me voortdurend allerlei onmogelijks werd gevraagd. En dat ik aan de ene kant moeders zonder drukke baan zag die alle tijd hadden om dingen met hun kinderen te doen, aan de andere kant schrijvers die zoveel meer tijd voor hun werk leken te hebben dan ik.’

Schrijvers zonder kinderen.

‘Ja. Maar nu denk ik dat het juist in die jaren was, die jaren waarin het zo moeilijk was en ik grotendeels alleen voor mijn dochters zorgde, dat ik enorm veel kracht opbouwde. Een moeder heeft kracht, die heeft ze altijd gehad. Een van de dingen die verloren is gegaan in het huidige debat over moederschap, is aandacht voor de kracht die het moederschap geeft. Het gaat vooral over de nadelen die je ervan ondervindt – al is het maar dat je een eigen werkplek moet zien te veroveren, waar je niet voortdurend gestoord wordt – en het wordt snel slachtofferig. Die combinatie van kracht en uitputting verdient een onderzoekende blik.’

Misschien zijn wij – we zijn beiden in de vijftig – de laatste generatie voor wie het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke creativiteit of überhaupt tussen mannen en vrouwen een onderwerp is. Wij zijn nog opgevoed door ouders met een traditionele rolverdeling, maar onze kinderen niet meer.

‘Dat is een interessant punt, ik ben benieuwd of je gelijk krijgt. Veel vrouwen van mijn leeftijd zijn grootgebracht door moeders die vonden dat ze zich net zo ondergeschikt moesten gedragen als zij, en vervolgens erg kwaad werden als ze heel andere dingen deden – de mijne in elk geval wel. Mijn generatie is met hardvochtigheid grootgebracht, en voedt de eigen kinderen op met aardigheid en zachtheid. Wij zijn inderdaad het kantelpunt. Als ik naar mijn dochters kijk, denk ik: zo had ik moeten zijn. Zo’n opvoeding had ik moeten hebben.’

Ben je al met een nieuwe roman bezig?

‘Ja, maar er staat nog geen letter op papier. Dat kan tijden duren, jaren soms. Ik wil eerst een duidelijk beeld hebben van wat ik ga doen en dan schrijf ik op wat het ongeveer moet worden, in zes pagina’s of zo. En dan duurt het nog ontzettend lang om uit te werken wat ik op die zes pagina’s heb beschreven.’

Wat doe je in de tussentijd?

‘Een heel gewoon leven leiden. Maar dat vind ik de lastigste periode. Ik zou willen dat ik meer te doen had in die periodes van broeden, dat ik meer dagelijkse bezigheden had. En dat komt misschien wel doordát ik heel lang altijd zo veel dagelijkse bezigheden had, met twee opgroeiende kinderen om me heen, en gewend was dat ik een heleboel dingen in mijn hoofd bij elkaar moest zien te houden – omdat er geen tijd was onmiddellijk op te schrijven wat ik had bedacht. Dus zo werkt het in mijn hoofd nog steeds.’

Speelt dat perspectief van vrouwelijkheid in de nieuwe roman opnieuw een rol?

‘Ik zie het als mijn taak daarover te schrijven.’

Waarom?

‘Omdat dat míjn perspectief is. Ik ben me al vanaf dat ik een kind was, extreem bewust van mijn vrouwelijkheid. Niet omdat ik mezelf zo enorm het etiket ‘vrouw’ opplakte, maar omdat de buitenwereld me er steeds mee confronteerde dat ik er een was. Dat perspectief is me voortdurend getoond; toen ik ging trouwen, toen ik kinderen kreeg, toen ik scheidde. Ik moet de onderwerpen behandelen die me worden aangereikt. Wat ik me afvraag, is wanneer dat perspectief zal eindigen. En wat erachter ligt. Als ik dat perspectief niet meer zie, wat zie ik dan? Dan zie ik misschien eindelijk mezelf.’

CV RACHEL CUSK

1967 Geboren in Toronto, Canada.

1974 Verhuizing naar Engeland.

1993 Saving Agnes (debuutroman).

1997 The Country Life (Het buitenleven, 2008, roman).

2001 A Life’s Work: On Becoming a Mother (In het land van moeders: De vreemde werkelijkheid van het moederschap, 2004, non-fictie).

2006 Arlington Park (roman).

2009 The Last Supper: A Summer in Italy (Het laatste avondmaal: Een zomer in Italië, non-fictie)

2012 Aftermath: On Marriage and Separation (Nasleep: Over huwelijk en scheiding, non-fictie)

2014 Outline (Contouren, roman)

2016 Transit (Transit, roman)

2018 Kudos (Kudos, roman)

2019 Coventry (essays; verschijnt op 14 november in Nederlandse vertaling, door Jeske van der Velden en Caroline Meijer, bij De Bezige Bij).

Rachel Cusk is getrouwd met beeldend kunstenaar Siemon Scamell-Katz. Ze heeft twee dochters van 20 en 19 uit haar eerste huwelijk en een stiefzoon van 15. 

Rachel Cusk houdt Van der Leeuw-lezing

Op vrijdag 22 november spreekt Rachel Cusk (52) in de Martinikerk in Groningen de 37ste Van der Leeuw-lezing uit. Het thema is ‘Laat werk: de expressieve vrijheid van oudere vrouwelijke schrijvers en kunstenaars.’ Coreferent is de 73-jarige psychoanalyticus, schrijver en dichter Anna Enquist. Gratis kaarten zijn te bestellen op vanderleeuwlezing.nl.

De lezing is een initiatief van de stad Groningen, de provincie, de Hanzehogeschool, de Rijksuniversiteit en het Universitair Medisch Centrum Groningen, de Stichting Martinikerk en de Volkskrant. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden