Philip Roth in 1968.

postuum Philip Roth

Schrijver Philip Roth (1933 - 2018) was de Joodse Alleman

Philip Roth in 1968. Beeld The LIFE Images Collection/Getty Images

Met het overlijden van Philip Roth, dinsdag in een ziekenhuis in New York, hebben de Verenigde Staten een van hun belangrijkste naoorlogse schrijvers verloren. Elk jaar opnieuw zong Roths naam rond gedurende de weken voorafgaand aan de bekendmaking van de Nobelprijs voor Literatuur. Dat de secretaris van de Zweedse Academie, die de prijs toekent, de Amerikaanse literatuur in 2008 had omschreven als ‘insulair’, ‘geïsoleerd’ en ‘te ontvankelijk voor trends in de eigen massacultuur’, deed daar niet aan af. Roth werd door veel literatuurkenners als hors categorie beschouwd. Van een bekroning met de hoogste literaire onderscheiding is het echter nooit gekomen. 

Philip Milton Roth werd in 1933 geboren in Newark, als zoon van een Joodse verzekeringsagent van Oostenrijks-Hongaarse komaf. Hij studeerde aan diverse universiteiten en behaalde een master in Engelse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Chicago. In Chicago leerde hij die andere grote Joods-Amerikaanse schrijver van zijn generatie kennen, Saul Bellow, alsook zijn eerste echtgenote Margaret Martinson. Hun scheiding in 1963 en Martinsons dood als gevolg van een auto-ongeluk in 1968 hadden een belangrijke invloed op Roths vroege oeuvre, met name in boeken als When She Was Good (1967) en My Life as a Man (1974).

In de tweede helft van de jaren vijftig doceerde Roth Engels, schreef kritieken en diende in het Amerikaanse leger. In 1959 debuteerde hij met Goodbye, Columbus, een bundel bestaande uit de titelnovelle en vijf verhalen, die bekroond werd met de National Book Award. 

Roths grote doorbraak kwam in 1969 met de publicatie van zijn derde roman, Portnoy’s Complaint. Het boek heeft de structuur van een monoloog door de jonge hoofdpersoon Alexander Portnoy tegen zijn psychiater. Portnoy vertelt openhartig over zijn seksuele obsessies, met name zijn opmerkelijke masturbatiepraktijken, zoals jezelf aftrekken met behulp van een stuk lever, alsook over zijn buitengewoon intensieve relatie met zijn Jiddische mama. Veel thema’s in dit boek zouden met regelmaat in Roths oeuvre blijven terugkeren.

Uiteraard deed Portnoy’s Complaint veel stof opwaaien, niet alleen vanwege de expliciete seks maar ook door de beschrijvingen van de moederfiguur en de Joodse cultuur in het algemeen. De Joods-Amerikaanse identiteit is van meet af aan een van Roths thema’s geweest, zoals dat ook bij oudere collega’s als Bellow en Bernard Malamud het geval was. Maar bij Roth was er altijd sprake van distantie en ironie, trekken die hem niet altijd in dank werden afgenomen.

In de jaren zeventig schiep Roth het personage Nathan Zuckerman, een onmiskenbaar op hemzelf geïnspireerde figuur die voor het eerst opduikt in My Life as a Man en vervolgens de hoofdpersoon wordt in drie romans en een novelle, te beginnen met The Ghost Writer (1979), later gebundeld als Zuckerman Bound (1985). Ook na deze bundel keerde Roth nog bij herhaling terug naar dit alter ego. Het leidt geen twijfel dat Nathan Zuckerman voor hem een essentieel hulpmiddel was bij zijn literaire bespiegelingen over het creatieve proces, de relatie tussen literatuur en werkelijkheid en het leven met de status van befaamd auteur.

Met indrukwekkende Zuckerman-romans als American Pastoral (1997) en The Human Stain (2001), en The Plot Against America (2004) – een alternatieve geschiedenis van de Verenigde Staten waarin de antisemiet Charles Lindbergh het tot president schopt – bevestigde Roth zijn status van Amerikaans wereldauteur.

Diverse critici wezen na de inauguratie van Donald Trump op de parallellen tussen Roths gefictionaliseerde versie van Lindbergh en de huidige Amerikaanse president. In een interview met de New York Times, januari dit jaar, relativeerde de schrijver zijn eigen ‘vooruitziende’ blik: ‘de politieke omstandigheden zijn volstrekt anders’.

Om vervolgens venijnig te stellen: ‘Er is een geweldig verschil in statuur tussen president Lindbergh en president Trump. Charles Lindbergh mag dan, in werkelijkheid en in mijn boek, een oprechte racist, antisemiet en white supremacist zijn geweest met fascistische sympathieën, hij was ook een Amerikaanse held, die in zijn eentje de Atlantische Oceaan overstak, een 20ste-eeuwse Leif Eriksson, een aeronautische Magellaan. Trump daarentegen is een reusachtige oplichter, gespeend van elk talent behalve de holle ideologie van een megalomaan.’

Roth is altijd al bijzonder productief geweest, maar de laatste jaren schreef hij werkelijk alsof de dood hem op de hielen zat. In het non-fictiewerk Patrimony (1991) en de roman Sabbath’s Theatre (1995) verwerkte hij het overlijden van respectievelijk zijn vader en de ex-geliefde van hoofdpersoon Mickey Sabbath. Daarna waarden ziekte, verval en de dood uitvoerig rond in The Dying Animal (2001), Everyman (2006), Exit Ghost (2007) Indignation (2008), The Humbling (2009) en Nemesis (2010).

Volgens Roths viel die koortsachtige schrijfdrift eenvoudig te verklaren: hij wilde het aantal jaren dat hem nog was vergund zo goed mogelijk gebruiken. En dat het thema teloorgang hem bezighield, leek hem op zijn leeftijd – pushing eighty – niet meer dan logisch. In de televisiedocumentaire Op afstand die Volkskrant-criticus Michaël Zeeman in 2000 voor de VPRO-tv over Roth maakte, kwam het beeld naar voren van een ongewoon serieuze en ongewoon toegewijde schrijver, die liefst elke seconde die hem nog was gegeven in zijn schrijfhok doorbracht. Dat hij tijd vrijmaakte om zich in zijn eigen territorium door Zeeman te laten interviewen, was uitzonderlijk.

In 2011 werd Philip Roth de Man Booker International Prize toegekend ‘voor zijn grote literaire prestaties op het wereldtoneel’. Ook ditmaal had de jury het er maar moeilijk mee. Voor een van de juryleden, Carmen Calil van het feministische uitgevershuis Virago, was het aanleiding om verontwaardigd op te stappen. In haar ogen was Roth een auteur die al decennialang doorzeurde over hetzelfde onderwerp. ‘Het is alsof hij bovenop je gezicht zit, zodat je niet kunt ademen.’

Najaar 2012 maakte Roth bekend het schrijven te hebben opgegeven. In een toelichting zei hij het gevoel te hebben dat hij had gezegd wat hij wilde zeggen. Hij voegde er iets opmerkelijks aan toe: hij was van plan zijn complete oeuvre in omgekeerde volgorde terug te lezen. Maar toen hij was aangekomen bij 1969 en Portnoy’s Complaint gaf hij ook het herlezen op.

De altijd energieke en strijdbare Roth maakte bij het bekendmaken van de beëindiging van zijn schrijversloopbaan een uitgebluste indruk. ‘Ik heb geen zin meer in dagen dat ik vijf pagina’s schrijf en ze dan moet weggooien. Ik kan het niet meer opbrengen.’

Zijn laatste jaren hield Roth zich bezig met een ‘e-mailroman’, die hij schreef samen met het 8-jarige dochtertje van een vroegere vriendin, en het vastleggen van lange notities en memo’s voor zijn biograaf Blake Bailey. De biografie is beloofd voor 2022. 

Philip Roth ontvangt de National Humanities Award 2010 van toenmalig president Barack Obama Beeld AFP

5 essentiële Philip Roth-titels

Goodbye, Columbus (1959)

De bundel met een novelle en vijf verhalen waarmee Roth op 26-jarige leeftijd debuteerde. De titelnovelle vertelt over een jongeman uit New Jersey die verliefd wordt op een rijk meisje.

‘Actually we did not have the feelings we said we had until we spoke them – least I didn't; to phrase them was to invent them and own them.’

Portnoy’s Complaint (1969)

Roths doorbraak: de controversiële roman over ik-figuur Alexander Portnoy, die zijn hart uitstort bij zijn psychiater over zijn seksuele en andere obsessies.

‘I am the Raskolnikov of jerking off – the sticky evidence is everywhere!’

Sabbath’s Theater (1995)

Het verhaal van de verlopen en verdorven poppenspeler Mickey Sabbath – trots op zijn status van vieze oude man – die zijn sekspartner Drenka verliest. Zelfs Martin Amis was geschokt door de vunzigheden die hij aantrof.

‘Many farcical, illogical, incomprehensible transactions are subsumed by the mania of lust.’

American Pastoral (1997)

Het leven van de Joods-Amerikaanse zakenman Seymour Levov – WOII-verteraan, voormalig atleet, modelburger – wordt verwoest door een samenloop van persoonlijke en maatschappelijke omstandigheden.

‘The tragedy of the man not set up for tragedy—that is every man’s tragedy.’

Everyman (2006)

Een oefening in sterven, zo is deze roman over het allegorische personage Everyman (Elckerlyc) samen te vaten. Deels bittere, deels berustende terugblik op een leven, gevolgd door dood op de operatietafel.

‘Old age isn't a battle: old age is a massacre.’

Wij spraken Philip Roth in 2006 over zijn boek Everyman, lees hier het interview terug

Everyman is zijn 27ste roman, en zijn vijfde in de nieuwe eeuw. Het kleine boek gaat over sterven en de dood. Een exclusief gesprek met Philip Roth (73), ergens in de bossen van Connecticut. ‘Het probleem is dat er eigenlijk geen oude dag’ bestaat.

A.F.Th. van der Heijden: 'Ik was meteen gefascineerd door Portnoy’s klacht'

Ook Lodewijk Asscher, A.F.Th. van der Heijden en auteur Roxane van Iperen zijn fan van het werk van Roth. Asscher: 'Er is niet één boek van Roth dat je moet lezen; je moet ze allemaal lezen.' Lees hier hun reacties op de dood van de auteur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden