TheaterInterview

Schrijver Nina Polak: ‘Ik ga het toneelrepertoire bevolken met vrouwen van middelbare leeftijd’

Haar eerste toneelstuk, Een vrouw blijft thuis, schreef ze speciaal voor de actrices Sophie van Winden (37) en Ariane Schluter (55).

Nina Polak Beeld Renée de Groot
Nina PolakBeeld Renée de Groot

Twee vrouwen, één van 30 en één van 50, die – geestig, zelfzeker en eloquent – met elkaar discussiëren over feminisme, carrières, kunst, psychotherapie en de dood. Zoiets is nog altijd niet gebruikelijk op het Nederlandse toneel. Daarin wil schrijver en journalist Nina Polak (35) verandering brengen. Na twee veelgeprezen romans, We zullen niet te pletter slaan (2014) en Gebrek is een groot woord (2018), gaat op woensdag 22 september haar eerste toneelstuk in première, Een vrouw blijft thuis, speciaal geschreven voor de actrices Sophie van Winden (37) en Ariane Schluter (55).

Het waren Schluter en Van Winden zelf die Polak benaderden. De bevriende acteurs wilden samen een voorstelling maken en waren enthousiast over Gebrek is een groot woord, een eigenwijze, grootstedelijke roman over de vrijmoedige, een tikje getroebleerde bijna-dertiger Nynke Nauta. ‘Eigenlijk was hun vraag of ik een tekst kon schrijven over Nynke en haar surrogaatmoeder, Masha, een actrice. Maar ik was wel klaar met dat boek, dus ik zei tamelijk overmoedig: ik schrijf iets nieuws voor jullie.’

Dat werd Een vrouw blijft thuis: een ontmoeting tussen psychotherapeut Stien (Schluter) en haar stiefdochter Daantje, na het overlijden van Daantjes vader, de man van Stien. Daantje heeft net in een opwelling haar geliefde in z’n eentje op wereldreis laten vertrekken en meldt zich in haar ouderlijk huis, waar Stien nu woont. In een uur voltrekt zich tussen de twee vrouwen een even scherp als liefdevol gesprek, dat de gedaante aanneemt van een therapiesessie. Polak: ‘Voor De Correspondent schrijf ik over geestelijke gezondheidszorg, en ik ben gefascineerd door psychotherapie.’ Ze grinnikt. ‘De Freudiaanse verklaring is simpel: zowel mijn vader als mijn stiefmoeder zijn psychiater.’

Polak wilde, in de stijl van filmmakers als Noah Baumbach en Woody Allen (‘Ik ben fan. Nog steeds’), hyperintelligente, redenerende personages creëren die zichzelf langzaam ‘vastdraaien in hun taal’. Net als haar romans is dit stuk een ‘slice of life’: er is nauwelijks handeling of een herkenbaar plot. ‘Hun emoties, de onderlinge verhouding, hun gezamenlijke geschiedenis, dat alles moet blijken uit de taal, en natuurlijk vooral uit wat er niet wordt gezegd.’

Het idee voor een voorstelling in de vorm van een therapiesessie kreeg ze door een aflevering van de Britse serie Wanderlust. Overigens uit het personage Daantje in het stuk flink wat weerzin tegen therapie. Zo laat Polak haar zeggen: ‘Als ik in therapie ga... Ik ben bang dat ik dan niks meer máák.’ Polak: ‘Onzin, natuurlijk, een artistiek vermomd vooroordeel tegen therapie.’ Zelf voelt ze die weerstand niet. ‘Maar de psychotherapie is wel dominant in hoe we naar onszelf kijken, en dat is ergens ook beperkend. Zo wordt er te weinig gekeken naar sociaal-maatschappelijke oorzaken van problemen. Een bekende feministische kritiek is natuurlijk ook dat alles altijd de schuld is van de moeders.’ Daarbij, grijnst ze, kan ‘therapiepraat’ onverdraaglijk irritant zijn. ‘Met een woord als ‘kwetsbaarheid’ moet je bij mij echt niet aankomen.’

Het is moeilijk om de werking van therapie goed te verwoorden, zonder in Happinez-clichés te vervallen, weet Polak. ‘En toch, wie het ondergaat, met een goede therapeut, kan iets zeer wezenlijks en heilzaams ervaren. Dat heeft goede therapie gemeen met kunst: ze laat zich moeilijk uitleggen of meten. Wat is het? Hoe werkt het? Ik vind dat intellectueel gezien interessant.’ In haar stuk wil Polak dit alles niet zozeer benoemen, als wel invoelbaar maken. ‘Gaandeweg het gesprek wordt er bij Daantje iets opengebroken. Haar overlevingsmechanisme, alles onder controle houden met woorden, begint te haperen.’

Liefhebbers zal het nauwelijks verbazen dat Polak haar werkterrein uitbreidt naar het theater. In Gebrek is een groot woord wemelde het al van de toneelverwijzingen, naar bijvoorbeeld Tsjechovs Een meeuw en Shakespeares Hamlet. ‘Op mijn 13de zag ik een fantastische Hamlet van De Trust, met een jonge Jacob Derwig en Halina Reijn. Die voorstelling sloeg in als een bom. Daarna heb ik veel toneel gezien, ik voel me altijd geborgen in dat rode pluche van de schouwburg.’

De meeste indruk op de puber Polak maakte een seksscène tussen Hamlet en zijn moeder Gertrude, die in een hilarische variant ook in haar roman is beland. ‘Waarom ik me nu heel pervers vooral die scène herinner, daar moeten psychologen zich maar over buigen.’

Ze heeft er in elk geval een levenslange liefde voor klassiek repertoire aan overgehouden en leest ook graag toneelteksten: Tsjechov, Tony Kushner, Judith Herzberg, Hugo Claus. ‘In bepaalde theaterkringen geldt teksttoneel als gedateerd, maar een schrijver als Tsjechov is enorm grappig, nog altijd. Herzberg vind ik ook geweldig. Daarom lever ik graag een bijdrage aan de traditie van het Nederlandse teksttoneel.’

Tegelijkertijd: ‘Die stukken zag ik destijds met een nog niet ontwaakt bewustzijn van de rol van vrouwen. Inmiddels kijk ik wel iets anders naar dat repertoire.’ Hoe bizar is het, bijvoorbeeld, dat er voor actrices van verschillende generaties nauwelijks interessante rollen bestaan, behalve die van een moeder en dochter? ‘Het klassieke repertoire heeft een groot tekort aan bepaalde vrouwenrollen. Vers van de toneelschool mag je dochters en prinsessen spelen, en dan kun je twintig jaar later weer terugkomen voor de moederrol. Dan denk ik: actrices van middelbare leeftijd, je weet niet wat je mist! De tv-wereld heeft die vrouwen inmiddels gelukkig ontdekt: hallo, Olivia Colman, Sarah Paulson, Kate Winslet, Toni Colette! Maar wij hebben Anneke Blok, Marieke Heebink, Romana Vrede, Ariane Schluter. Daar valt voor schrijvers nog een flinke inhaalslag te maken. Ik ga het toneelrepertoire bevolken met vrouwen van middelbare leeftijd.’

Een vrouw blijft thuis, van Nina Polak door Theater Bellevue. Regie: Ada Ozdogan. Première 22/9, Stadsschouwburg Utrecht. Tournee t/m 5/11.

Hoe lijdt de moderne mens?
Nina Polak (Haarlem, 1986) schrijft voor De Correspondent over moderne liefde, psychiatrie en de samenleving, met als belangrijkste vraag: hoe lijdt de moderne mens? Eerder was ze redacteur bij Propria Cures en publiceerde ze in De Groene Amsterdammer en De Gids. Haar debuutroman We zullen niet te pletter slaan werd genomineerd voor drie prijzen. Voor opvolger Gebrek is een groot woord ontving Polak de BNG Bank Literatuurprijs en de Inktaap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden