InterviewAntonio Scurati

Schrijver Antonio Scurati: ‘Populisme, racisme: het ergste moet nog komen’

Ook in het tweede deel van zijn romanreeks over de Italiaanse fascistische leider Benito Mussolini houdt schrijver Antonio Scurati (51) zich strikt aan de feiten.

Antonio Scurati in Milaan.  Beeld Lucia Buricelli
Antonio Scurati in Milaan.Beeld Lucia Buricelli

De democratie is onderworpen, de politieke vijanden zijn uitgeschakeld. De waarheid zal voortaan van ondergeschikt belang zijn. Nu moet het volk heropgevoed, het imperium uitgebreid. De fascistische dictator Benito Mussolini heeft grootse plannen voor Italië aan het begin van M – De man van de voorzienigheid, het tweede deel van wat een tetralogie moet worden. Het eerste deel uit 2018, M – De zoon van de eeuw, werd een waanzinnig succes. In Italië zijn er meer dan een half miljoen exemplaren verkocht en won het boek de belangrijke Premio Strega. Het is in veertig landen vertaald – in Nederland ook nu weer door Jan van der Haar.

De Italiaanse schrijver Antonio Scurati (51) vond voor deze reeks naar eigen zeggen een nieuwe romanvorm uit, die ‘volstrekt bronnengetrouw’ wil zijn. De hoofdstukken zijn kort en worden afgewisseld met de brieven, redevoeringen en in het tweede deel ook de afgetapte telefoongesprekken waarop Scurati zich baseert. ‘Mussolini tuigt een heel systeem op om tegenstanders en verraders af te luisteren’, zegt de schrijver vanuit zijn werkkamer in Milaan. ‘Het fascinerende vind ik dat hij vervolgens zelf wordt afgeluisterd. De controleur wordt gecontroleerd!’

null Beeld Lucia Buricelli
Beeld Lucia Buricelli

Meer dan in deel één laat Scurati de bronnen voor zichzelf spreken: ze dienen niet alleen als verantwoording, maar zijn vaak deel van het verhaal. De stijl lijkt iets versoberd, hoewel nog even beeldend en effectief; op een passage over een Italiaanse gifgasaanval in Noord-Afrika volgt een beschrijving van een nevelige nacht in Milaan. Bij het Sportpaleis, waar zich dertigduizend fascisten hebben verzameld voor een bijeenkomst van de Milanese Fascio, doemen honderden elektrische lampjes op in de mist. Samen vormen ze de woorden ‘LEVE DE DUCE’.

M – De man van de voorzienigheid beslaat de periode van 1925 tot 1932. Het zijn de jaren waarin het laatste restje oppositie uit het Italiaanse parlement verdwijnt, de scheiding van kerk en staat wordt afgeschaft, de rechtspraak ontmanteld. ‘Ik ben Italië’, ronkt Mussolini. ‘Ik ben het fascisme.’ Koning Victor Emanuel III, lange tijd de hoop van de antifascisten, ziet het aan en steekt geen vinger uit.

Maar het begint allemaal met bloed en kots: in 1925 lijdt de Duce aan een maagzweer die hem bijna fataal wordt, terwijl het land denkt dat hij thuis zit met een griepje. Aldus opent de roman: ‘De adem is muf, de pijn in de onderbuik drukkend, het braaksel is groenig, gestreept met bloed. Zijn bloed.’

Dat beeld heeft u vast niet zomaar gekozen.

‘Nee. Mussolini nadert het hoogtepunt van zijn roem. Ik wilde laten zien dat de ziekte van het fascisme zich juist op dat moment niet alleen verspreidt in de maatschappij, via de staatspropaganda, maar ook naar binnen slaat en zich nestelt in het lichaam van de leider. De geschiedenis wordt, meer dan in het eerste deel, publiek en intiem tegelijk.

‘Daarnaast wilde ik vanaf de eerste pagina’s de nadruk leggen op een van Mussolini’s – helaas – geniale ingevingen om het lichaam van de leider centraal te stellen in de politiek. Het lichaam wordt meer en meer iets om mee te pronken bij het volk. Mussolini laat zich filmen met ontbloot bovenlijf, terwijl hij boeren helpt met de graanoogst. Hij zwemt in zee met een toegewijde menigte om zich heen. Hij communiceert met zijn lichaam, en dat is iets nieuws. En je ziet het nog altijd gebeuren bij de populistische politici van nu.’

Een paar jaar terug liet een Nederlandse politicus zich naakt fotograferen aan de rand van een zwembad.

‘Sinds Mussolini is het beeld van de zwemmende leider een klassieker in het genre. Maar het gaat hem niet alleen om het opwekken van adoratie. Ook een verminkt of dood lichaam kan een vorm van communicatie zijn. Het punt is dat Mussolini – net als latere populistische leiders – zijn politieke verhaal niet baseert op analyse of intellect, maar inspeelt op gevoelens. Gevoelens van bewondering, of juist van afschuw en angst.

‘Ook seksualiteit komt centraal te staan in zijn politiek; driften en impulsen worden leidend. Dat is gevaarlijk terrein; als je op basis daarvan een oordeel vormt, en iemand spreekt je tegen met rationele argumenten, dan wil je die niet horen. Dan heb je daar geen boodschap aan.’

Antonio Scurati voor zijn boekenkast met diverse uitgaven van zijn roman M. Beeld Lucia Buricelli
Antonio Scurati voor zijn boekenkast met diverse uitgaven van zijn roman M.Beeld Lucia Buricelli

De massa is een vrouw, zegt Mussolini ook weer in deze roman.

‘Ja, een vrouw die gedomineerd wil worden, zoals zijn beruchte uitspraak luidt. Vanuit het oogpunt van de fascisten was dat natuurlijk ook zo. Het is kenmerkend voor zowel hun beeld van de vrouw als hun beeld van de politiek. Voor hen is macht mannelijk, viriel. Het verkrijgen van die macht is een daad van verovering en onderwerping van de ander.

‘Nu kun je zeggen: moet je zien hoe ouderwets ze waren, hoe blind en stompzinnig. Maar dat is te makkelijk. Met mijn boek wil ik de hedendaagse lezer óók een spiegel voorhouden. Want eerlijk is eerlijk: als we goed kijken naar onze politiek en onze persoonlijke relaties, dan zijn de misogynie en het machisme bepaald niet verdwenen, helaas. Althans in Italië.’

Houdt het heden u erg bezig tijdens het schrijven?

‘Aanvankelijk niet. Volgens mij begint geen enkele schrijver aan zo’n groot werk, waarmee hij zoveel jaar zoet zal zijn, met het idee dat hij de actualiteit wil volgen. Literatuur bevindt zich toch als het ware in een andere tijd.

‘Maar tijdens het schrijven drong het heden zich steeds weer aan me op. Ik merkte dat heden en verleden de dialoog aangingen in mijn werk, dat ze voortdurend in elkaar doorklonken. En ongetwijfeld is het succes van mijn boeken in Italië en daarbuiten onder meer te verklaren doordat lezers ze gebruiken om te navigeren in deze onzekere tijden. Als een soort routekaarten.’

U noemt uw boeken ‘documentaire romans’, een mengeling van fictie en non-fictie waarin niets is verzonnen. Waarom heeft u voor deze vorm gekozen?

‘Dat was om ethische redenen: ik wilde niet het risico lopen dat de lezer zou kunnen sympathiseren met de fascisten in het verhaal. En ik wilde absoluut voorkomen dat ik Mussolini zou neerzetten als een soort tragische held. Dus heb ik bij mezelf gezegd: ik moet me strikt houden aan de historische feiten. Aanvankelijk leek het een beperking, maar ik denk dat het veel heeft opgeleverd.’

null Beeld Lucia Buricelli
Beeld Lucia Buricelli

Waarom heeft u geen geschiedkundig werk geschreven, als de feiten zo belangrijk zijn?

‘Juist de vorm van de roman is cruciaal voor het verhaal dat ik wil vertellen. Ik geloof dat romans op een bijzondere manier kennis kunnen overbrengen, die eigenlijk met niets te vergelijken is. Het is de meest democratische vorm van literatuur die er bestaat.

‘Romans vragen niet om een identiteitsbewijs. Je leeftijd, geslacht en opleidingsniveau doen er niet toe, net zomin als je religie. Een roman kan je opslokken, in vervoering brengen, en iedereen kan er zijn weg in vinden. Ik schrijf over dictatuur en de vijanden van de democratie in een literaire vorm die niemand buitensluit. Voor mij is dat al een goede reden.’

De boeken kennen een complexe opbouw, met tientallen personages en vervlochten verhaallijnen. Legt u de structuur van tevoren vast?

‘Ja, dat is het moeilijkste van het hele proces. Ik heb een heel complexe werkwijze. Tijdens het lezen van de bronnen maak ik aantekeningen, die ik overschrijf in grote zwarte schriften. Ik ben praktisch de enige die daar wijs uit kan worden; elk personage krijgt zijn eigen kleur enzo. Dan zet ik alles in grote schema’s, die ik weer koppel aan de boeken waaruit ik mijn informatie heb gehaald. Tot slot schrijf ik een synopsis van het hele verhaal.

‘Dus voordat ik echt begin met schrijven, is alles al helemaal uitgestippeld. Het kost enorm veel tijd, maar het werkt. Het is een beetje als bij schaken: voordat de speler uiteindelijk een stuk verplaatst, heeft hij alles al uitgedacht.’

Heeft het succes van het eerste deel invloed gehad op uw werk?

‘Niet echt. De eerste roman was af in de zomer van 2017. Mijn redacteur wilde het meteen uitgeven, maar daar heb ik me tegen verzet. Ik wilde door met het volgende boek en was bang dat ik me zou laten ontmoedigen als het geen succes werd.

‘Toen het eerste deel eindelijk uitkwam, in september 2018, ontstond in Italië meteen een enorm debat over Mussolini en het fascisme – iets wat al jaren niet was gebeurd. Ik werd voortdurend gevraagd om over het boek te praten, maar ik was net goed op streek met deel twee. Een maand lang heb ik alles kunnen afhouden. Toen zei mijn redacteur: dit gaat zo niet langer, en moest ik het werk onderbreken.’

null Beeld Lucia Buricelli
Beeld Lucia Buricelli

In M – De zoon van de eeuw lezen we over de stormachtige opkomst van Mussolini. Het tweede deel gaat over een tamelijk statische periode. Was dit boek moeilijker te schrijven?

‘Zeker, het was veel lastiger. De eerste roman beschrijft als het ware de revolutie, met een enorme hoeveelheid personages, een opeenvolging van onverwachte, heftige gebeurtenissen. Het tweede deel gaat vooral over politiek. Schrijven over politiek is veel moeilijker dan schrijven over revolutie.

‘Ik wilde de centrale jaren van het regime vastleggen, de jaren waarin het regime steeds meer een persoonlijke dictatuur van Mussolini wordt. Het geweld van de knokploegen maakt plaats voor een interne strijd tussen diverse facties binnen het fascisme.’

Zijn Italianen nog bekend met deze periode?

‘Niet echt. Vooral de oorlog in Libië en de daaropvolgende genocide – een belangrijke verhaallijn in dit boek – zijn volkomen vergeten. Ze zijn uit het collectieve geheugen gewist.’

Scurati’s beschrijving van het conflict tussen de koloniale troepen en het Noord-Afrikaanse verzet (1923-1932) is huiveringwekkend. Elke vorm van rebellie werd wreed onderdrukt. Voor het Italiaanse leger was het gebruik van verboden mosterdgas geen enkel probleem. Honderdduizend mensen werden afgevoerd naar concentratiekampen in de woestijn – een van de grootste deportaties uit de geschiedenis van het Europese kolonialisme. Terug in Rome wachtte generaal Rodolfo Graziani een heldenontvangst.

‘Hier drong het heden zich sterk aan me op’, zegt Scurati. ‘Want ik ben ervan overtuigd dat wij Italianen het bestaan van die zwarte bladzijde in onze geschiedenis nog altijd niet willen erkennen. Als het gaat om actuele, urgente thema’s als de immigratie vanuit Noord-Afrika, nemen Italianen, maar ook andere Europeanen, nog altijd de symbolische positie van het slachtoffer in. We zien onszelf nog altijd als een volk van migranten, vooral in het armere zuiden van Italië. We zijn niet in staat onszelf te beschouwen als een volk van beulen, onderdrukkers en veroveraars.’

Hoe komt dat?

‘Als we dat zouden doen, zouden we ook het heden en de huidige immigratieproblematiek met andere ogen moeten bekijken. Ook nu nog zien Italianen zichzelf als slachtoffers van de vluchtelingenstromen. Terwijl natuurlijk overduidelijk is dat niet wij de echte slachtoffers zijn, maar de arme mensen die hiernaartoe komen. Als we het verleden zouden herzien, zou dat ons dwingen anders naar onszelf te kijken.’

Ziet u hierin al enige verandering?

‘Nee, integendeel. In dit opzicht ben ik niet erg optimistisch. Als het gaat om de problemen rond immigratie, populisme en racisme, dat hiermee samenhangt, denk ik dat het ergste nog moet komen. Tijdens de pandemie viel alles even stil, maar nu rukt het weer op. En nogmaals: dat geldt niet alleen voor Italië.’

Hoe kijkt extreem-rechts naar uw boeken? Worden ze in die kringen gelezen?

‘Ja, ze worden gelezen. Laat ik dat maar zien als een succes. Sowieso bereik ik een opvallend diverse groep lezers met deze romans. Ik krijg brieven van 85-jarigen die schrijven: ik heb deze periode meegemaakt als kind, maar nu pas begrijp ik echt wat er is gebeurd, want ik heb nooit kunnen studeren. Maar er zijn ook 16-jarigen die mijn boeken lezen.

‘Ook de politieke voorkeuren lopen uiteen. 99 procent van de lezers zal deze geschiedenis zien als een waarschuwing en een les: over de waarde van democratie, over het gevaar van fascisme. Maar ik moet toegeven dat ook extreem-rechtse lezers mijn boeken waarderen, omdat ik Mussolini niet neerzet als een karikatuur.

‘Dat wil niet zeggen dat mijn werk aanzet tot een herwaardering van de figuur Mussolini. Als je een fascist bent, lees je graag over de politicus zoals hij was. Als er op een geloofwaardige manier staat beschreven dat Mussolini zegt: ‘De massa is een vrouw, zij wil gedomineerd worden’, dan zal een open, democratische geest daarvan gruwen. Maar een fascist zal denken: ja, zo is het.’

Wat vindt u daarvan als schrijver? Dat mensen uw boeken op zo’n manier lezen?

‘Tsja, voor mij is het vooral een teken dat ik een waarachtig beeld van Mussolini neerzet.

‘Ik maak me wel zorgen om de kleine, maar actieve bewegingen die terugverlangen naar het fascisme en het nazisme. Zij vormen een probleem, maar vooral een probleem voor de openbare orde.

‘Wat me pas echt zorgen baart, is een veel grotere – en groeiende – groep: mensen zoals wij, mensen met wie je een praatje maakt in de koffiebar, gewone burgers en arbeiders die toch worden verleid door de populistische propaganda. Dat is de ware bedreiging voor de democratie.’

Wie is Antonio Scurati?

Toen Antonio Scurati (Napels, 1969) in 2019 de Premio Strega won, de belangrijkste literaire prijs van Italië, was hij in eigen land geen onbekende. De schrijver, columnist en literatuurdocent aan de IULM-universiteit in Milaan had al meerdere goed ontvangen romans gepubliceerd. Dat succes verbleekte bij zijn eerste Mussolini-roman M – De zoon van de eeuw. Na de bekroning met de Strega, vertalingen in veertig landen en het in Italië al lovend ontvangen tweede deel, schrijft Scurati stug door aan zijn derde, dat een groot deel van de jaren dertig zal beslaan. Er komt ook een tv-serie van de reeks, door de makers van Elena Ferrantes De geniale vriendin.

Wie was Benito Mussolini?

De Italiaanse politicus Benito Mussolini (1883-1945) kwam in 1922 aan de macht na de mars op Rome met de fascistische zwarthemden, aanhangers van de beweging die hij drie jaar eerder had opgericht. Met propaganda en repressie vormde hij Italië om tot een fascistische dictatuur. Voor de nationaal-socialist Adolf Hitler was Mussolini aanvankelijk een groot voorbeeld. In de roman M – De man van de voorzienigheid, die de jaren 1925-1932 beslaat, wil de Italiaanse dictator nog weinig van hem weten. Daar zal gauw verandering in komen.

Antonio Scurati: M – De man van de voorzienigheid. Uit het Italiaans vertaald door Jan van der Haar. Podium; 608 pagina’s; € 29,99.

Tegelijk met M – De man van de voorzienigheid verschijnt ook een midprice-editie van M – De zoon van de eeuw (Podium; € 25).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden