Interview Anne-Gine Goemans

Schrijver Anne-Gine Goemans: ‘Je moet alleen actie voeren als je dat doet met vrolijkheid en vriendelijkheid’

Voor haar nieuwe roman Holy Trientje wilde Anne-Gine Goemans met eigen ogen zien wat kernwapens kunnen aanrichten. Het maakte de voormalig activist woedend. Toch valt er in haar boek genoeg te lachen.

Anne-Gine Goemans. Beeld Frank Ruiter

Alle boeken van schrijver en journalist Anne-Gine Goemans (48) beginnen met de werkelijkheid, en voor haar nieuwe roman Holy Trientje diende die zich aan in de vorm van een 82-jarige non. Het zal ergens in mei 2015 zijn geweest toen Goemans (Glijvlucht, Honolulu King) in een artikel in The New Yorker las hoe de Amerikaanse Megan Rice in 2012 wist binnen te dringen in het grootste en best beveiligde nucleaire complex ter wereld, het Y-12 National Security Complex in Tennessee. Rice was niet alleen. Met twee kompanen, net als zij vredesactivisten die protesteerden tegen kernwapens, lukte het haar beveiliging, bewegingscamera’s en zware artillerie te omzeilen en zich met een betonschaar door de vier hekken van het complex te knippen. Eenmaal binnen spoten ze met een spuitbus leuzen op de gebouwen: ‘De vrucht van gerechtigheid is vrede’, en: ‘Werk voor vrede, niet voor oorlog’.

De actie, nog geen jaar na 9/11, veroorzaakte grote opschudding in de Verenigde Staten. Als een non al kon doordringen tot de plek waar kernwapens worden gemaakt en het grootste gedeelte van het bomklare uranium van de Verenigde Staten ligt opgeslagen, wat had er dan kunnen gebeuren als het iemand was geweest met minder vreedzame bedoelingen? 

Het verhaal liet Goemans niet meer los. Y-12, daar kwam het verrijkte uranium voor Little Boy vandaan, de atoombom die een einde maakte aan de Tweede Wereldoorlog. Goemans had daarover geschreven in haar vorige roman, Honolulu King. ‘Ik wist er natuurlijk een en ander van, maar niet dat de bomaanval op Hiroshima eigenlijk was mislukt omdat nog geen 1,5 procent van het uranium, een brok ter grootte van een grapefruit, in die bom tot ontploffing was gekomen. En die 1,5 procent had al tachtigduizend doden tot gevolg. Ik vond het angstaanjagend te bedenken wat kernwapens van nu kunnen aanrichten. Sindsdien lag het idee om ‘iets’ te doen met kernwapens te sudderen. Ik wist niet hoe ik het moest aanpakken. Het onderwerp is zo abstract, zo groot. Er moest een gezicht bij. Een vlammetje dat het verhaal aanwakkerde. En dat vlammetje was Megan Rice.’

Wat sprak je aan in het verhaal van Rice?

‘De onverschrokkenheid van haar actie. Dat ze een roeping voelde om iets te doen aan het kwaad en meteen het allergrootste symbool daarvan aanpakte. Dat ze de dood riskeerde: de beveiliging heeft toestemming om op indringers te schieten.’

Op het moment dat het artikel in The New Yorker verscheen, zat Rice nog in de gevangenis. Een half jaar later, in de herfst van 2015, kwam ze vrij. Goemans was niet te houden: ze wilde de non ontmoeten. Ze boekte op de bonnefooi een ticket naar Washington, waar Rice woonde, in een statig huis met vier andere nonnen. 

Waarnaar was je op zoek in Washington?

‘Ik ging vooral om geïnspireerd te raken. Als ik tegenwoordig om me heen kijk, naar mensen van de leeftijd van Megan Rice, zelfs naar mensen van mijn eigen leeftijd, dan zie ik dat de meesten de drang hebben verloren om iets goeds voor de wereld te doen. Kijk, ik ben zelf een actievoerder geweest. Toen ik aan de school voor journalistiek ging studeren, begin jaren negentig, ontstond mijn politiek bewustzijn. De Balkanoorlog woedde, ik begreep niet dat de VN niet ingrepen. Ik heb toen twee demonstraties georganiseerd om op te roepen tot gewapend ingrijpen. Dat was geen populair standpunt op een linkse school. Op de wc stond ineens met stift geschreven: ‘Goemans is een kutwijf’.

Later streed Goemans tegen een nieuwe aanvliegroute van Schiphol, die recht over haar dorp, Spaarndam, zou gaan. Tegen de bouw van een Landal-vakantiepark aan de overkant van de plas waaraan ze woont, tegen de komst van een nieuwbouwwijk. ‘Maar eigenlijk paste het niet bij me. Al die gesprekken die je moet voeren met ambtenaren, daar verzuur je van. Ik althans. Dus ik ben ermee gestopt. Je moet alleen actie voeren als je dat doet met vrolijkheid en vriendelijkheid.’

Hoopte je dat vrolijke actievoeren van Rice te leren?

‘Nee, ik heb nu mijn boeken. In Washington vroeg ik Megan Rice op een gegeven moment of ze vond dat haar actie was geslaagd. Want veel was er niet veranderd, de kernwapens zijn de wereld niet uit. En zij zei: ‘Het gaat erom dat je een zaadje plant. Jij bent hier nu toch ook, helemaal vanuit Nederland? En jij gaat het verhaal nu in Europa vertellen: dat de wereld niet veilig is zolang er kernwapens zijn.’

Met Megan Rice kwam Goemans’ oudtante Trientje de roman binnenwandelen. Ook non geweest, en volgens Goemans de goedheid zelve: lief, zacht, nooit veroordelend. Geïnspireerd door Rice laat Goemans in Holy Trientje haar oudtante een overval beramen op een Nederlands depot met atoombommen. Dat doet Trientje niet alleen. Goemans: ‘Ik wilde slachtoffers van kernwapens en kernenergie om haar heen verzamelen, om een groepje te formeren zoals dat van Rice.’ 

Haar zoektocht naar geschikte personages bracht haar allereerst naar Fukushima, waar zich na de grote zeebeving en tsunami van maart 2011 een kernramp voltrok. Een oppervlakte zo groot als België werd met radioactieve stof besmet. ‘Ik ben journalist. Ik kan mijn research ook achter de computer doen. Maar ik wilde zien en voelen hoe het is om in een landschap rond te lopen waar de stralingswaarde veel hoger is dan toegestaan.'

Hoe was dat?

‘Het bizarre is: je ziet vooral de gevolgen van de beving en de tsunami. Er zijn spooksteden waar alles kapot is en waar niemand meer woont. Straling zie je niet en ruik je niet. Alleen de geigerteller begint hysterisch te piepen als de straling te hoog wordt. Er zijn tienduizenden inwoners geëvacueerd, een enkeling is teruggegaan. Niemand wil in besmet landschap wonen.’

Goemans zag hoe werklui, onbeschermd, met graafmachines de besmette bovenlaag van de aarde weghaalden en die in zakken stopten. Hoe die zakken met vervuilde grond als muurtjes in het landschap stonden. Ze hoorde de verhalen van moeders die hun kinderen waarschuwden: speel niet buiten, raak niets aan. Van boeren wier besmette koeien werden afgemaakt. Van de sociale ellende die de ramp met zich mee had gebracht: gedwongen migratie naar andere provincies, uit elkaar gevallen families, werkloosheid, depressies. 

‘Ik werd in de stad Namie rondgeleid door een jongen die zijn huis, zijn werk en zijn familie had moeten verlaten. Hij sprak heel open over hoe hij zo depressief was geweest dat hij een zelfmoordpoging had gedaan. Ik ging mee naar zijn huis: alleen het Boeddha-altaartje tegen de achterwand van het huis was ongeschonden. Terugkeren en opnieuw opbouwen durfde hij door de straling niet meer. Dat raakte me van alles het meest: dat je door de brokstukken loopt van wat ooit goede en mooie levens waren.’

Ga je met Holy Trientje de discussie aan met mensen die zeggen dat kernenergie schoon en veilig is, en minder slachtoffers maakt dan CO2?

‘Nee. Ik neem geen standpunt in. Ik wil alleen dat mensen gaan nadenken over de risico’s die kerncentrales met zich meebrengen. Die van Fukushima zou de veiligste zijn die ooit was gebouwd. Berekend op een aardbeving van 8 op de schaal van Richter. En toen kwam er een van 9,2.’

Op de Marshalleilanden, waar de Verenigde Staten in de jaren vijftig bij wijze van test 67 kernbommen tot ontploffing brachten, sprak Goemans een vrouw die, als een van de laatst overgeblevenen van haar generatie, de ontploffing van een waterstofbom had meegemaakt – zeshonderd keer zo krachtig als de bom die Hiroshima verwoestte. Ze had, zoals veel mensen daar, een groot litteken in haar hals, een herinnering aan schildklierkanker. De vrouw vertelde over de ochtend in juni 1954 dat ze dachten dat de zon voor een tweede keer opkwam. Dat het leek alsof er daarna sneeuw uit de lucht kwam vallen. Dat hun huid daarvan verbrandde. 

Goemans: ‘Pas na een paar dagen werden ze door de Amerikanen naar een eiland gebracht waar de straling minder hoog was. Haar eiland werd vervolgens schoongemaakt, het radioactieve afval werd onder een laag beton begraven, en toen konden ze terug. Het ging maar om een kleine groep mensen. Zo’n zestig, zeventig. Die werden allemaal ziek. Er werden baby’s geboren zonder botten, ogen en oren. Toen ik er was, in 2017, sprak ik de hoofdredacteur van een plaatselijk krantje. Hij vertelde hoe de radioactieve straling nog steeds mutaties veroorzaakte. In dat jaar, zei hij, waren er op de Marshalleilanden tien kinderen geboren zonder oogballen.’

Hoe kwam je van die reis terug? 

‘Echt woedend.’

Is dat een goede drijfveer voor een roman?

‘Nee. Ik heb die woede gebruikt voor een paar journalistieke verhalen. In Holy Trientje probeer ik juist een loodzwaar onderwerp als atoombommen met vrolijkheid en lichtheid te lijf te gaan. Er moet ook wat te lachen vallen.’ 

Het eerste exemplaar van Holy Trientje zal Goemans aanbieden aan Mariëtte Moors, de activist die zich meerdere malen een weg door de hekken rond de vliegbasis in Volkel knipte. Daar liggen sinds de jaren zestig 22 kernwapens opgeslagen. Wat Goemans niet snapt: dat er in Nederland zo weinig verontwaardiging over is. ‘We hebben het over massavernietigingswapens, in een wereld met heel rare leiders die steeds meer op hol slaan. Waarom praten we wel over de wedloop tussen de VS en Noord-Korea, maar niet over het feit dat wij die wapens hier al decennia bewaren voor de Amerikanen?’

Ja, waarom niet?

‘Omdat ‘we’ het te goed hebben. Omdat we denken dat we ze toch niet wegkrijgen. Nou, ik geloof toevallig in de kracht van het individu. Ik geloof er heel erg in dat je dingen kunt veranderen.’

Vanochtend kreeg ze een foto per sms: Megan Rice in een rood T-shirt met daarop de cover van Holy Trientje. ‘Volgend jaar wordt ze 90. Rice is mijn grote voorbeeld, die ging twee jaar geleden nog in hongerstaking uit protest tegen het uitzettingsbeleid van Trump. Ik zeg weleens tegen John, mijn man: ‘Eén ding. Als we met pensioen zijn, gaan we nooit samen fietsen, en daarna appeltaart eten. Ik ga echt de barricade weer op.’

Anne-Gine Goemans: Holy Trientje. Ambo|Anthos; 416 pagina’s; € 21,99.

Publiek geheim

Deze zomer bevestigde de Navo wat iedereen al jaren wist, maar waarover de achtereenvolgende Nederlandse kabinetten zich in stilzwijgen hulden: op de luchtmachtbasis in Volkel liggen sinds de Koude Oorlog 22 Amerikaanse kernwapens opgeslagen. De namen van de zes Europese locaties waar zich kernwapens bevinden, belandden per abuis in een Navo-document. In 2013 gaven de voormalige premiers Van Agt en Lubbers de aanwezigheid van de kernwapens toe. ‘Ik heb nooit gedacht dat die malle dingen daar nog steeds zouden zijn, anno 2013’, zei Lubbers destijds in een documentaire van National Geographic.

Lees ook:

Fukushima: de ramp is nog lang niet voorbij

De rijstschuur van Japan, zo werd Fukushima genoemd, maar na de kernramp van 11 maart 2011 is niets meer hetzelfde. Waar ooit rijst groeide en vee graasde, liggen nu miljoenen zakken met radioactieve grond opgestapeld

Hoe de Marshalleilanden langzaam in de zee verdwijnen
Voor de Marshalleilanden dient zich een nieuwe ramp aan: de zeespiegel stijgt als gevolg van klimaatverandering. Terwijl de bewoners nog niet zijn hersteld van de bovengrondse kernproeven die de Amerikanen er in de jaren vijftig uitvoerden. De VS gaven en geven niet thuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden