Schrijvend ten strijde tegen de 'regenterij'

Hans Wansink

De provobeweging, met haar hoogtepunt in 1966, het jaar waarin het huwelijk tussen Beatrix en Claus effectief werd ontregeld, was de lont in het kruitvat. Lindner, die zich als puber al had losgemaakt van de katholieke moederkerk, de 'bedomptheid van de zuilen' en het 'straffe moralisme van de religieuze leiders', ontwikkelde in de woelige jaren zestig zijn radicaal linkse programma, dat hij onverkort trouw zou blijven. Het was zijn kompas als schrijver van hoofdredactionele commentaren en van zijn zaterdagse politieke rubriek.

Lindner bepaalde in belangrijke mate het nieuwe, progressieve gezicht van de Volkskrant. Aan de doorbraak van de krant (opgericht door de katholieke vakbeweging) naar de eredivisie van de dagbladjournalistiek én naar grote groepen progressieve en goed opgeleide lezers in de jaren zeventig en tachtig heeft Jan Joost Lindner een grote bijdrage geleverd.

Het programma van Roel van Duijn werd door Lindner in hoofdlijnen overgenomen. De strijd tegen wat hij noemde de 'regenterij' van confessionelen, kapitalisten, maar ook de linkse bonzen vormde daarvan de kern. Provo, Kabouter, Nieuw Links en D66 waren Lindners bondgenoten in zijn nooit aflatende strijd voor radicale democratisering. Maar ook Van Duijns milieubewuste verzet tegen het 'klootjesvolk' van 'conformistische consumptieverslaafden' sprak Lindner aan.

Lindners journalistieke missie liep parallel aan zijn radicale programma. Autoriteiten moest je sarren, treiteren, beschimpen en ontmaskeren - en dat deed Lindner met veel smaak en overtuiging. Zo werd premier Van Agt liefdevol als 'charlatan' aangeduid, terwijl de PvdA in 1986 moest 'ontjopen'. Den Uyl was namelijk, aldus Lindner in zijn rubriek, 'al jaren geen ideële en intellectuele inspiratiebron meer'. Voor Ed Nijpels, de jonge opvolger van Wiegel als VVD-leider, muntte Lindner het begrip 'Veronica-liberaal'. Thijs Wöltgens, fractievoorzitter van de PvdA rond 1990, kon het doen met de kwalificatie 'een beer in winterslaap'.

Meester Lindner gaf zelden een voldoende. Hij waardeerde het vakmanschap van Hans Wiegel en Ruud Lubbers, maar gruwde van hun rechtse programma. Hoe respectloos Lindner de hoofdrolspelers ook bejegende, het werd van hem gepikt. Dat kwam in de eerste plaats doordat Lindner volstrekt onafhankelijk was. Hij was, in zijn eigen woorden, 'niemands baas en niemands knecht'. Hij bleef trouw aan zijn linkse idealen, maar liet zich voor geen enkel karretje spannen. Joop den Uyl ontbood de kersverse commentator om gemeenschappelijk de strijd tegen de reactie aan te gaan, maar - anders dan andere Volkskrant-scribenten - was Lindner allerminst onder de indruk van de grote roerganger.

In de tweede plaats was Lindner altijd voortreffelijk geïnformeerd. Hij sprak met iedereen, ging vriendschappelijk en vertrouwelijk met alle hoofdrolspelers om, belazerde niemand en liet zich ook niet belazeren. Het gezag dat hij op deze manier op het Binnenhof verwierf, vormde tevens zijn kapitaal in de arena van de Volkskrant-redactie. Einzelgänger Lindner trok twintig jaar lang zijn eigen klare lijn, onvoorwaardelijk gesteund door zijn hoofdredacteuren Jan van der Pluym en Harry Lockefeer. Zijn verhouding met de 'subtop' van de krant, de andere commentatoren, politieke redacteuren, chefs en adjunct-hoofdredacteuren, werd in de loop der jaren steeds moeizamer.

Lindners boek is een hoogstpersoonlijke mix van parlementaire geschiedschrijving, herinnering, typering van de politieke spelers en reflectie. In zijn kroniek verwerkt hij niet alleen eigen waarneming en werk, maar ook de belangrijkste politieke vakliteratuur van na 1994. De titel, Het tweede kabinet-Den Uyl, illustreert het gelaagde karakter van het boek. Alle tijdgenoten waren er in 1977 van overtuigd dat dit kabinet van winnaar PvdA, CDA en D66 er moest en zou komen. Dat het niet doorging, kon de PvdA noch de Volkskrant verkroppen. De wankele coalitie van Van Agt en Wiegel, ondermijnd door een dissidente linkervleugel van de CDA-fractie, werd geen lang leven toegedacht.

Achteraf concludeert Lindner evenwel terecht dat het progressieve tij aan het verlopen was. Bovendien waren de verhoudingen tussen Den Uyl en Van Agt zodanig bedorven, speculeert Lindner, dat het tweede kabinet-Den Uyl ongetwijfeld een even voortijdig als roemloos einde had beleefd.

Lindner heeft een scherp oog voor de karakterologische defecten van de spelers op het Binnenhof. Ambitie, ijdelheid, rancune en machtswellust bepalen in Lindners ogen veel meer dan politieke overtuiging of visie de gang van zaken. Als het politieke spel volgens de regels der ambachtelijkheid wordt gespeeld, is het al heel wat. Om deze reden komen Hans Wiegel en Ruud Lubbers er bij Lindner nog redelijk vanaf. Waarbij moet worden aangetekend dat Wiegel weliswaar op tijd weg was, maar zichzelf belachelijk maakte met halfslachtige pogingen terug te keren, en Lubbers de controle over de gang van zaken in 1993-1994 volledig kwijtraakte.

Het politieke bedrijf hangt aan elkaar van improvisatie, intriges, opportunisme en amateurisme - en precies daarom verveelt het nooit. Jan Joost Lindner heeft er een fascinerend boek over geschreven.

Jan Joost Lindner: Het tweede kabinet-Den Uyl - Linkse idealen en mislukkingen 1966-1994.
Bert Bakker; 316 pagina's; euro 19,95.
ISBN 90 351 2615 7.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden