Interview

Schrijven op het ritme van de jazz van Charlie Parker

Het mooiste compliment dat de 83-jarige Umberto Eco naar eigen zeggen kreeg voor zijn roman Het nulnummer is dat die geschreven lijkt door een 20-jarige. Het ritme van de jazz werd me opgelegd door het boek zelf, verklaart de romanschrijver in zijn Milanese appartement.

Umberto Eco: 'In Italië zijn de afgelopen decennia de vreselijkste dingen gebeurd. Ik vond dat dit boek die werkelijkheid moest weerspiegelen.'Beeld Ulla Montan

Zo'n tien jaar geleden stopte Umberto Eco vanwege een stembandaandoening met roken - tot dat moment gingen er per dag twee pakjes doorheen. Nu nog heeft Eco een dringende behoefte aan nicotine, vandaar dat hij tabak kauwt. In het jolige essay 'Hoe deel je je tijd in' uit de bundel Omgekeerde wereld inventariseerde hij eens hoeveel uren per jaar al zijn verschillende activiteiten hem kostten. 'En roken? Met zestig sigaretten per dag, een halve minuut om het pakje te zoeken, mijn sigaret aan te steken en te doven, is dat 182 uur.'

Die 182 uur heeft hij nu dus over, en bovendien is de hoogleraar semiotiek al jaren met pensioen. Genoeg extra tijd dus voor de romanschrijver Eco, zou je zeggen. Toch is zijn nieuwe boek Numero zero (Het nulnummer) met iets meer dan 200 pagina's veruit de dunste van zijn zeven romans. In zijn Milanese appartement, met buiten uitzicht op Castello Sforzesco en binnen een indrukwekkende boekenverzameling, glimlacht Eco als ik hem daarnaar vraag. 'Een roman beslist zelf wanneer het tijd is voor de allerlaatste punt. Soms heb je als schrijver zin om nog honderden pagina's door te gaan, maar de roman zegt: nee, dit is het. Ten tweede heb ik, zonder me ervan bewust te zijn geweest, een stilistische keuze gemaakt. Je zou kunnen zeggen dat mijn vorige romans symfonieën van Mahler waren, en Het nulnummer jazz, een nummer van Charlie Parker. Het boek legde me dat ritme op, met veel dialoog en weinig beschrijvingen. Ook in de liefdesscènes heb ik uiterste soberheid betracht: een paar woorden, tsak tsak, en dat is het.

Basta

'Over al mijn romans heb ik zo'n zes jaar gedaan, behalve De slinger van Foucault, dat me acht jaar heeft gekost. Tijdens het schrijven van Het nulnummer vroeg ik me de hele tijd af: waarom zou ik me in de omvang beperken en mezelf zo een heleboel schrijfplezier ontzeggen? Het boek was echter onverbiddelijk: een jaar schrijven, tweehonderd pagina's, en basta.

'Misschien voelde ik ook dat ik geen zes of acht jaar meer heb en dus een beetje tempo moest maken. Hoe het ook zij, sommigen vinden dat het verfrissend heeft gewerkt: mijn Franse redactrice gaf me het mooiste compliment en zei dat Het nulnummer geschreven lijkt door een twintigjarige.'

Wat vond de recensent van Numero Zero?

Numero zero is thriller, historische roman, liefdesgeschiedenis, groteske en een ontdekkingsreis door onbekend Milaan ineen. Heel vermakelijk, maar ook iets te veel voor dit scharminkeltje onder de Eco's, aldus de driesterrenrecensie.

Al decennialang publiceert u ook in kranten en weekbladen. In die stukken heeft u vaak de Italiaanse pers op de korrel genomen. Waarom nu een roman over dat onderwerp?

'Ik heb me altijd al beziggehouden met het probleem van de kwaadaardige pers in Italië. Voordat ik aan Baudolino begon, had ik een aanzet tot een roman over de Italiaanse journalistiek gemaakt. Die aantekeningen zijn vervolgens blijven liggen. Maar het idee bleef in mijn hoofd zitten.


'Voor Het nulnummer heb ik materiaal kunnen hergebruiken. Zo zitten er een heleboel oude afleveringen van La bustina di Minerva (de tweewekelijkse rubriek die Eco sinds 1985 in het opinieweekblad l'Espresso verzorgt) in die over journalistiek gingen. Gelukkig voor mij is het geheugen van de lezer uiterst beperkt; ik heb complimenten gekregen over dingen in Het nulnummer die ik twintig jaar geleden al in l'Espresso schreef.


'Het begin van de roman, als hoofdpersoon Colonna terugkijkt op het onzalige journalistieke avontuur dat hij net achter de rug heeft en bang is dat er kwaadwillenden in zijn huis zijn geweest, was oorspronkelijk bedoeld als het begin van De slinger van Foucault. Indertijd heb ik het uiteindelijk aan de kant geschoven. Toen ik op een dag in de kelder naar iets op zoek was, kwam ik het toevallig weer tegen, en het bleek het perfecte begin voor Het nulnummer. Voor de rest was er nog niets klaar van de plot, ik had alleen maar de redactie van een perfide krant voor ogen. De rest is vanzelf gegaan. Het was bijvoorbeeld helemaal niet mijn bedoeling om er het verhaal over Mussolini in te verwerken. Maar door het personage van Braggadocio, complotdenker bij uitstek, diende het zich vanzelf aan. Romans schrijven zichzelf, het zijn de personages die beslissen.'

Het nulnummer speelt in 1992, een rampjaar in de naoorlogse Italiaanse geschiedenis.

'In 1992 dacht iedereen dat door Operatie Schone Handen alles zou gaan veranderen, dat de corruptie zou worden aangepakt en er een grote schoonmaak in Italië zou beginnen. Maar het liep volkomen anders: 1992 werd het jaar van de moord op de Siciliaanse maffiabestrijders Giovanni Falcone en Paolo Borsellino. En belangrijker: het was het begin van twee decennia Berlusconi, waarin er niets is veranderd, of liever gezegd, alles alleen maar erger is geworden.'

Beeld Sarah Lee / Eyvine

Hoe erg is het gesteld met de Italiaanse pers?

'Ook al lezen er in Italië in vergelijking met bijvoorbeeld uw land relatief weinig mensen een krant, de schrijvende pers heeft toch een grote macht: ze kunnen je maken en breken. In Italië is de journalistiek doordesemd van allerlei belangen, uiteraard vooral politieke en commerciële.


'Ik had met de fictieve krant Domani een soort journalistiek in gedachten waar ik zelf ook een keer het slachtoffer van ben geworden. Ik heb de anekdote in het boek gebruikt. Een krant die blijkbaar niet van mij gediend was, schreef op een dag dat ik in gezelschap van 'een onbekende' in een Chinees restaurant was gesignaleerd. Die 'onbekende' was gewoon een vriend van me. En naar een Chinees restaurant gaan, is niet zo mysterieus. Maar je hebt zó een verhaal vol verdachtmakingen, en blijkbaar is er in Italië een publiek dat naar aanleiding van dergelijke observaties denkt: wat deed die Eco daar in zo'n restaurant waar je met stokjes eet, en dan ook nog met een onbekende? Voor dat soort journalistiek waarmee je je tegenstander wraakt, is niet veel nodig.


'Een ander voorbeeld betreft een rechtszaak tegen Berlusconi, waarbij een van diens bedrijven werd veroordeeld tot een schadevergoeding aan een concurrent. De dag erna zond een van Berlusconi's zenders, Canale 5, met een verborgen camera opgenomen beelden uit van de rechter-commissaris, Raimondo Mesiano, die de desbetreffende uitspraak had gedaan: de man maakte een wandelingetje, zat ergens op een bankje te roken en ging vervolgens naar de kapper. De voice-over had het over het 'bizarre' gedrag van de rechter, want Mesiano zou op dat bankje zijn 'zoveelste' sigaret hebben gerookt. Bovendien werden zijn 'turquoise' sokken belachelijk gemaakt en werd hij omschreven als een 'rusteloos' type dat zich alleen maar kon ontspannen tijdens het scheren en knippen.'

Het nulnummer is ook een soort giallo (thriller), maar zonder ontknoping: de moord op Domani-redacteur Braggadocio blijft onopgehelderd.

'De giallo had oorspronkelijk een functie van troost, want de waarheid kwam altijd aan het licht - de nieuwsgierigheid van de lezer werd bevredigd. Maar de roman noir maakte duidelijk dat de waarheid niet altijd boven komt. In Italië zijn de afgelopen decennia de vreselijkste dingen gebeurd - politieke moorden, terroristische aanslagen - zonder dat ooit duidelijk is geworden wie de daders waren en wat hun motief was. Ik vond dat dit boek die werkelijkheid moest weerspiegelen.'

U bent nu 83, u kunt bogen op een indrukwekkende academische carrière, uw romans zijn wereldwijde bestsellers. Het zou niemand verbazen als Umberto Eco het wel mooi zou vinden met dat schrijven.

'Toen ze me indertijd vroegen waarom ik, bijna 50, De naam van de roos had gepubliceerd, antwoordde ik dat het een soort aandrang was: ik móést dat boek simpelweg schrijven. De meeste mannen doen rond hun 50ste gekkere dingen, bijvoorbeeld ervandoor gaan met een rondborstige Cubaanse stripteasedanseres. Romans schrijven is in ieder geval een stuk goedkoper.


'Iemand als Dominique Strauss-Kahn is niet tevreden als-ie niet met een kamermeisje of een prostituee neukt. Maar behalve de seksuele libido bestaat er ook zoiets als de libido scribendi.


'Als ik zin krijg om te schrijven, móét ik het ook doen, al zit ik op het toilet, desnoods op wc-papier. Alles is dan goed om te schrijven. Mijn vroegere uitgever Valentino Bompiani had boekenplanken vol lege doosjes Turmac, het sigarettenmerk dat hij rookte. Die doosjes gebruikte hij om op de achterkant aantekeningen te maken, en hij bewaarde ze allemaal. Mijn eigen rubriek in l'Espresso heet niet voor niets La bustina di Minerva. Dat zijn van die lucifermapjes, die zich uitstekend lenen voor ingevingen, aantekeningen, kleine kladjes.'

Beeld -

CV Umberto Eco

1932 geboren in Alessandria

1954 proefschrift over Thomas van Aquino

1959-1975 redacteur non-fictie bij uitgeverij Bompiani

1975-2007 hoogleraar semiotiek aan de Universiteit van Bologna

1980 De naam van de roos

1988 De slinger van Foucault

1994 Het eiland van de vorige dag

2000 Baudolino

2010 De begraafplaats van Praag

2013 De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen

2015 Het nulnummer

Eco heeft een vrouw, twee kinderen en 50 duizend boeken

Uw nieuwe roman verschijnt in zo'n dertig landen. Dat zijn nogal wat interviews. Plaag of plezier?

'Ik doe het graag. Vaak ben ik door een interview op een belangrijke gedachte gebracht. Na het verschijnen van De slinger van Foucault vroeg een Franse journalist me: 'U beschrijft ruimtes heel goed, heel beeldend. Hoe doet u dat?' Daar had ik nooit over nagedacht. Het antwoord was eenvoudig. Voorafgaand aan het schrijven maak ik me van alles een voorstelling.


'Regisseur Marco Ferreri, die oorspronkelijk De naam van de roos zou verfilmen, zei tegen me: 'Je dialogen zijn al helemaal op maat voor een film.' Dat kwam doordat ik precies had berekend dat als - ik noem maar wat - William van Baskerville en Adson van de bibliotheek naar de abdijkerk liepen, ze daar ongeveer zoveel tijd voor nodig zouden hebben en dus zoveel tekst zouden kunnen uitwisselen. Door de vraag van die Franse journalist kwam ik op het idee een roman over heel grote ruimtes te schrijven, en dat is Het eiland van de vorige dag geworden. Soms kan één simpele vraag je tot een heel boek aanzetten.'

Wat mogen we nog verwachten van Umberto Eco? Een autobiografie?

'Ik heb niet net als Salinger nog van alles in la's of op harddisks. Maar ik zit niet stil. Ik ben mijn geschriften over semiotiek aan het verzamelen, dat worden twee delen van 3.000 pagina's. En in de Amerikaanse Library of Living Philosophers zal er een deel aan mij gewijd worden. De delen hebben een vast stramien en behelzen onder meer een filosofische autobiografie van 60 pagina's. Dat vind ik genoeg. Iedereen schrijft tegenwoordig zijn autobiografie, het begint vervelend te worden.'

Italië stond er in 1992 belabberd voor. Hoe maakt de patiënt, onder de hoede van de jonge premier Matteo Renzi, het nu?

'Het nulnummer is een erg pessimistisch boek. Er zit maar één optimistisch element in, en dat is de BBC-documentaire aan het eind waarin veel aan het licht komt. Maar 1992 is inmiddels een ver verleden. Of Renzi reden is tot hoop, is nu moeilijk te zeggen. Hij heeft in ieder geval het tempo van regeren flink opgeschroefd - je zou ook hier kunnen zeggen: van een symfonie naar jazz. De Italiaanse politiek heeft zich decennia lang gekenmerkt door traagheid en indolentie, alles werd uitgesteld en op de lange baan geschoven. Nu worden er knopen doorgehakt. Maar alles kan ook dit keer weer in één groot moeras verzanden.'

Numero zero

Een briljant team is het niet bepaald, de redactie van het ooit op te starten dagblad Domani, dat Umberto Eco in zijn roman Numero zero (Het nulnummer) ten tonele voert. Hoofdpersoon Colonna had als student hooggestemde dromen, maar nu hij de 50 gepasseerd is, moet hij concluderen dat hij een 'verre van groots' leven heeft geleid. Dat Eco uitgerekend kneus Colonna leiding laat geven aan het handjevol Domani-medewerkers, is veelzeggend.

Het beeld dat Eco van de (dagblad)journalistiek schetst, is weinig florissant: scribenten die liever lui zijn dan moe, te kampen hebben met het professionele geheugen van een alzheimerpatiënt en lijken te denken dat clichés het summum van stilistische brille zijn. En met waarheidsvinding heeft journalistiek vaak al helemaal niets te maken, zeker in een land als Italië, waar lieden als Berlusconi hun media schaamteloos gebruiken om hun politieke boodschap uit te venten.

Tijdens de Frankfurter Buchmesse werd Eco's roman aangekondigd onder de Engelse titel That's the press, baby, met verwijzing naar de woorden die Humphrey Bogart uitspreekt in de rol van krantenbaas in de film Deadline - U.S.A. 'And there is nothing you can do about it, nothing.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden