Schrijven en drinken als middel tegen zelfmoord

De eilandbewoners noemden hem een zonderling en hij vond het wel best zo. Schrijver Tip Marugg hield niet zo van mensen....

Cees Zoon

De treurigste uitspraak van de specialist in sombere zinnen staat niet in zijn boeken. 'Ik schrijf niet meer, ik drink alleen nog maar', zei Tip Marugg in 2001, in zijn laatste interview. Hij was al jaren nagenoeg blind. Getroffen door een erfelijke oogziekte, die hem had gedwongen afstand te doen van zijn honden, het enige gezelschap dat hij op prijs stelde, en van zijn schrijven, de enige zin van zijn leven.

'Ik schrijf om te overleven' had Marugg mij vele jaren eerder verteld. 'Dat klinkt dramatisch, maar het is wel waar. Ik schrijf, en ik drink, om geen zelfmoord te plegen'. Dat laatste, waar hij ook in zijn werk zo vaak over speculeerde, liet hij achterwege toen de duisternis onbarmhartig toesloeg. Hij bleef, met het glas in de hand, simpelweg wachten op het onvermijdelijke.

Ik leerde Tip Marugg kennen in 1988, op het hoogtepunt van zijn roem. Hij had net de roman De morgen loeit weer aan gepubliceerd, een groot succes in Nederland en genomineerd voor de AKO-prijs. Een heel on-Nederlandse roman, vol dronkenschap, ondergangsvisioenen en zelfmoordplannen van een man die verdwaald en verloren is op een tropisch eiland. Een soort vervolg op zijn eerdere boeken Weekeindpelgrimage (1958) en In de straten van Tepalka (1967), waarin eveneens een hoofdpersoon op Curaçao worstelt met het leven en de adem van de dood in zijn nek voelt.

Het drieluik zou tropisch existentialisme genoemd kunnen worden. Het magistrale werk van Marugg is in wezen Latijns-Amerikaanse literatuur geschreven in het Nederlands. Een perfect Nederlands, poëtisch, archaïsch soms, het werk van jaren schaven. En dat in een aangeleerde taal, want de moedertaal van Marugg was het Papiamento.

Tip Marugg was een mysterieuze man die in vrijwel volledige afzondering leefde en slechts op gezette tijden contact had met zijn collega-schrijvers Boeli van Leeuwen en Frank Martinus Arion. Hij woonde in een afgelegen huis op het voormalige landgoed Pannekoek en had de reputatie van een zonderling: 'de heremiet van Pannekoek', noemden ze hem op het eiland.

Marugg had genoeg aan zijn schrijven, zijn honden en zijn drank.

Zelf bagatelliseerde hij die reputatie: 'Dat is een mythe, en dat moet vooral zo blijven. Ik leef teruggetrokken. Ik bemoei me niet met de mensen en heb liever dat zij zich niet met mij bemoeien.'

Drie avonden en drie lange nachten praatten wij over de literatuur en het leven, en Tip Marugg toonde zich verre van de mensenschuwe schrijver die hij zou zijn.

Hij was een alcoholist, zeker, maar niet zo een wiens leven door de drank in een chaos was veranderd. Integendeel, hij was een georganiseerd en systematisch drinker die de beneveling nodig had om zijn werk te kunnen doen. En ook om het leven aan te kunnen: 'Ik ben niet gelovig, daarom drink ik. Je moet ergens houvast aan hebben.'

Op lezers zat Marugg eigenlijk ook niet te wachten. 'Het liefst zou ik iets schrijven, het aan vijf of zes vrienden laten lezen en dan voorgoed in de kast opbergen', zei hij ernstig. 'Dat zou voor mijn voldoende zijn.'

Hij was zijn eigen strengste criticus. Het manuscript van De morgen loeit weer aan , waar hij eindeloos aan bleef schaven en vijlen, was hem letterlijk door een kennis ontfutseld en bij zijn uitgeverij De Bezige Bij bezorgd. Hij had nog een manuscript van een andere, dikke, roman liggen. 'Maar die is niet goed en zal nooit gepubliceerd worden.'

Het schrijven is wat telt, het publiceren is bijzaak. Dat brengt gedoe met zich mee en leidt af. Tip Marugg zat 's nachts uren op de stoep voor zijn huis de zwarte nacht in te staren. Dat was werk, zo kwamen de ideeen voor zijn boeken. Afschuw van licht noemde hij de dichtbundel die in 1976 verscheen. 'In het donker kun je beter in jezelf kijken', zei hij. 'Maar ik geef ook de voorkeur aan de nacht omdat licht dingen blootlegt die ik liever verborgen houd, ook voor mezelf. Ik geef toe, het is vluchtgedrag, ik ontvlucht mensen en dingen. Het is een laffe daad, er is niets heldhaftigs aan.'

Cees Zoon

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden