Interview

Schrijven alsof je hebt gedronken

Beetje pielen, beetje spelen: dat bleek voor Tjitske Jansen tot haar verrassing de manier om over haar writer's block te komen. Na twee succesvolle dichtbundels heeft ze nu haar prozadebuut en ideeën voor nieuwe boeken blijven komen.

Beeld Cigdem Yuksel

Na een driejarig verblijf in een boeddhistisch klooster in Schotland, is Tjitske Jansen in 2011 terug in Amsterdam om zich eindelijk weer aan het schrijven te zetten. Dan blijkt ze ernstig ziek te zijn.

Ze woont in een 'woongroepachtige situatie', verre van ideale woonomstandigheden, als ze te horen krijgt dat er een ruimte vrij komt in Het Witsenhuis in Amsterdam. Vernoemd naar schilder Willem Witsen, en na diens dood in 1943 volgens de wens van zijn weduwe deels bewoond door letterkundigen. Marga Minco woonde er, Thomas Rosenboom, Jan Kal. Ze heeft concurrentie van zes andere schrijvers. Goede vriend Bart Chabot schrijft een aanbevelingsbrief. Zelf haalt Jansen alle hulptroepen erbij om zich op de gesprekken voor te bereiden, die gaan goed, en daar zit ze dan. De eerste maanden: ontregeld door haar ziekte. Dan verlamd, omdat ze denkt: nou heb ik deze plek, lukt het schrijven niet.

In haar huis staan dozen vol notities, ingevingen en gedachten. In schriften, op papiertjes, afgescheurde briefjes, zoals deze, waarop onder elkaar staat:

Steekmap

Barbiepop in grabbelton

Leugens Serge, Iets verbrak

Paddestoel. Haren in pop

Leeuwen. Leeuw van moeder werd heel netjes

Er is al een ander kindje in jouw plaats

Aantekeningen uit Schotland, over de non die vroeger model was geweest voor Vivienne Westwood. Dat die moeite had met ouder worden, omdat mensen dan dachten: logisch dat je non bent geworden, je had geen andere keuze. Terwijl ze op haar 25ste al in het klooster was gegaan. En dat ze zelf verbaasd was dat deze vrouw daarmee bezig was. Omdat nonnen, dacht ze, onthecht waren.

Het schrift met herinneringen, zoals die aan de twee jongetjes die tekeningen hadden gemaakt: schepen, haaien, robots, vliegtuigen die in de zee waren gestort, en met wie ze over de dood kwam te spreken.

CV

Van Tjitske Jansen (Barneveld, 1971) verschenen bij Podium twee gedichtenbundels, die buitengewoon succesvol waren. Het moest maar eens gaan sneeuwen, uit 2003, was het best verkochte poëziedebuut in decennia, er zijn meer dan 15.000 exemplaren van verkocht. Voor Koerikoeloem (2007) kreeg ze de Anna Bijns Prijs voor literatuur van vrouwen.

Haar nieuwste boek, Voor altijd voor het laatst, verscheen bij Querido.

Ontkennen

Aan ideeën geen gebrek, wil Tjitske Jansen (44) maar zeggen. Maar ging ze schrijven, schreef ze het leven eruit. Geen losheid, geen gemak, het lukte gewoon niet meer.

Op 16 maart 2014 kwam aan het misselijkmakende geworstel met schrijven een eind. Tjitske Jansen in gesprek met Stephen Boonzaaijer, 'de dominee' uit Barneveld die vanaf haar 12de zo belangrijk voor haar was geweest - hij opperde dat ze zich tijdens het schrijven misschien te veel concentreerde.

Haar eerste impuls was: ontkennen. Wie creëert, redeneerde Jansen, móet zich concentreren. Maar toen dacht ze aan haar vorige bundel Koerikoeloem, en dat ze die 's nachts had geschreven, met veel drank achter de kiezen, en sigaretten. Dat ze toen losser was geweest en minder had gecensureerd dan tijdens het schrijven van haar debuut Het moest maar eens gaan sneeuwen. Waar ze trouwens ook zeven jaar over had gedaan.

Diezelfde maand is ze op aanraden van Boonzaaijer naar Turkije afgereisd, naar een vijfsterrenhotel waar ze volgens hem 'alleen maar hoefde adem te halen'. Daar is ze het gaan proberen: schrijven alsof ze had gedronken, maar dan zonder te drinken. Niet te snel denken dat het nergens op sloeg wat ze schreef, maar gewoon beginnen: beetje pielen, beetje spelen, tekst even laten rusten, er later weer naar kijken.

Nu ligt Voor altijd voor het laatst in de winkel. Haar nieuwe uitgever Querido noemt het haar prozadebuut, maar Jansen spreekt liever van 'beschreven gebeurtenissen': herinneringen, observaties en gedachten uit de jaren die achter haar liggen.

Beeld Cigdem Yuksel

Losse streken

Wie haar werk nog niet kende en nooit een interview met haar las, krijgt die jaren in losse streken opgediend: opgroeien in een gebroken gezin, een moeder die niet in staat lijkt te zijn van haar kind te houden, een broer die haar mishandelt, vanaf haar 12de woont ze in pleeggezinnen. Vriendjes en ex-vriendjes, een jaar op de kunstacademie, daarna een opleiding tot toneelschrijver. We lezen hoe Jansen als volwassen vrouw een pacman-verslaving heeft. Ze van een docent op de kunstacademie een les leert die ze nooit meer zal vergeten: dat het in de kunst gaat om een combinatie van precies zijn en weglaten. Dat vriendschap voor haar lange tijd bestond uit het spelen van vriendschap.

Typisch Jansen-fragment:

'Jezelf zijn, ik heb gehoord dat dat belangrijk is, maar ik heb geen idee wat het is. Hoe doe je dat?' vroeg ik de dominee. 'Als je een kraan vol opendraait en je bent met al je aandacht bij het opendraaien van die kraan, dan ben je jezelf', zei hij.

Ik begreep het niet. Wat had het opendraaien van een kraan met mij te maken? Ik rende naar huis en ging het uitproberen. Vol overgave draaide ik de kraan vol open. En weer dicht. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik een kraan opendraaide

en weer dicht met het doel mezelf te zijn.

Ik vroeg me af of je het verschil kon zien tussen iemand

die de kraan opendraait om haar handen te wassen

en iemand die dat doet om te weten wie ze is.'

Beeld nvt

Persoonlijke bundel

Ja, zegt Jansen, het is haar meest persoonlijke bundel. 'Ik herken bij andere mensen die gewond zijn geraakt door hun jeugd de neiging om van alles een grap te maken. Dat is fijn natuurlijk, want zo houd je afstand tot je eigen gevoel. Dat heb ik bij Koerikoeloem ook gedaan: het is zo gemonteerd dat het luchtig blijft, er wat te lachen valt. Deze bundel is directer, niet alleen doordat ik voor het eerst een 'ik' opvoer, ook doordat ik minder om de hete brij heen draai.'

Voor altijd voor het laatst is opgedragen aan haar moeder. Op het voorblad staat: 'Je zult maar de moeder zijn van Tjitske Jansen'.

Is dat een spijtbetuiging? 'Ik heb geen spijt. Ik realiseer me wel dat het voor mijn moeder niet makkelijk is om een dochter te hebben die niet alleen praat over wat er in haar jeugd is misgegaan, maar er ook over schrijft. Ik zat laatst in een interviewprogramma met Nicolette Hoekmeijer, die de Patrick Melrose-boeken van schrijver Edward St. Aubyn heeft vertaald. Hij schrijft over een liefdeloze jeugd, nog een paar graden ernstiger dan die van mij. Na afloop van het interview schreef Nicolette een opdracht voor mij in zijn boek: 'De vuile was is bijzaak. Dat er zoiets moois uit kan ontstaan - dat is waar het om gaat.'

'Dat is wat ik ook in dit boek doe: ik schrijf over mijn jeugd - niet om mijn moeder te kwetsen, maar om woorden te geven aan het kind dat ik was. Ik zoom in op fases in mijn leven, met alle gevoelens die daarbij hoorden, de positieve en de negatieve. Het gaat allemaal over 'heel' worden.'

Ja me hoela

Een writer's block heeft ze sinds die 16de maart 2014 niet meer gehad. Meteen nadat ze de laatste hand aan Voor altijd voor het laatst had gelegd, had ze al ideeën voor een nieuw boek. 'Ik heb ooit, in een scriptie over toneelschrijven, geschreven: ik verlang ernaar iets te schrijven, niet om het belang van de woorden, maar omdat het fijn is om ze te gebruiken, uit te spreken, te herhalen. Zoals Paul van Ostaijen schreef, bijna muziek: 'Slaap als een reus, slaap als een roos, slaap als een reus van een roos, reuzeke rozeke zoetekoeksdozeke doe de deur dicht van de doos ik slaap.'

Zo ver is ze nog niet. 'Ik wil eerst gaan schrijven over films en over kunst, over hoe die je dingen laten ervaren die je nog niet kent.' Haar eerstvolgende boek gaat, heel prozaïsch, over geld, 'een waanzinnig interessant onderwerp, en een taboe'. De werktitel heeft ze al: Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, ja me hoela.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden