Schrijfer Alfred Birney herleest elke zomer Het hoofdkussenboek

'Maar altijd in de zomer, daarna heb ik mijn belangstelling verloren'

Jet Steinz vraagt een hoogvlieger uit de CPNB Top-60 welk boek hij of zij gaat herlezen. Alfred Birney leest elke zomer Het hoofdkussenboek.

Alfred Birney Foto anp

Schrijver en essayist Alfred Birney (65) is een beetje opgebrand. Het schrijven en de ontvangst van De tolk van Java, de roman die inmiddels dertien weken in de Bestsellerlijst staat (waarvan vier weken op 1), heeft een zware wissel op hem getrokken: niet alleen psychisch, maar ook fysiek - hij bleek jarenlang in een verkeerde houding achter zijn laptop te hebben gezeten. Na het winnen van de Libris-prijs in mei ging hij 'even vijf weken lang op m'n adrenaline'. En toen liep hij tegen een betonnen muur op. Figuurlijk. Schrijven doet hij daarom voorlopig even niet, de zomer staat in het teken van veel slapen, gitaar spelen, lezen en herlezen.

In de eerste plaats Het hoofdkussenboek van Sei Shonagon. Shee Sho-na-gón, zo moet je de naam van deze Japanse schrijfster uitspreken, zegt Birney. 'Ik heb het opgezocht op internet.'

Ze leefde aan het eind van de 10de en het begin van de 11de eeuw na Christus, en was een hofdame van keizerin Teishi. En de eerste blogger uit de geschiedenis, volgens Birney.

'Op een dag kreeg ze een aantal schriften en daarin is ze gaan penselen. Het hoofdkussenboek bestaat uit langere en kortere notities - net blogposts - over dingen die ze mooi of lelijk vindt, gebeurtenissen aan het hof en de bijbehorende roddels, de mannen die haar bezoeken, maar ook over hoe mensen zich dienen te gedragen. Daar heeft ze nogal sterke opvattingen over, namelijk.'

En ze maakt lijstjes, eindeloos veel lijstjes. Birney leest voor: 'Notitie 110, dingen die dichtbij en toch veraf zijn: het paradijs, de koers van een schip, de betrekkingen tussen man en vrouw. Notitie 162a, bronnen van irritatie: mensen die gapen, kinderen, arme mensen met vulgaire trekjes. Ze haat ontzettend veel, en dat vind ik heerlijk, dat gehaat van haar.'

Birney las Het hoofdkussenboek voor het eerst in 2000 en herleest het sindsdien elk jaar. 'Maar altijd in de zomer, daarna heb ik mijn belangstelling verloren.'

Wanneer de zon schijnt, neemt hij de inmiddels beduimelde pocket naar zijn balkon en gaat hij erin zitten bladeren. En dan leest hij altijd weer mooie dingen.

'Wij leven in een ingewikkelde samenleving: er zijn voor- en tegenstanders van het multiculturalisme, er zijn feministen en feministenhaters, er zijn religieuze oorlogen en aanslagen. In de tijd van Sei was het leven overzichtelijk: iedereen kende zijn plaats, iedereen gedroeg zich naar zijn rang of stand. Daarom lees ik het boek zo graag, het is een vlucht uit de huidige tijd.'

Hij kan bijna niet wachten op de nieuwe vertaling - rechtstreeks uit het Japans - van Jos Vos, die uitgeverij Atheneum voornemens is te publiceren. Nog even geduld.

Meer over