Schoondochter Bordewijk opent familiearchief

Gunilla Bordewijk-Ingelsson, de weduwe van de in 2003 overleden zoon Robert van schrijver F. Bordewijk, heeft het het initiatief genomen om een deel van de familiearchieven van Bordewijk openbaar te maken....

‘Mijne Heren, U zoudt mij een grote dienst bewijzen met voor mij te willen vervaardigen in donkerblauw of zwart een tricot badpak, bestand tegen zeewater, borst en rug geheel bedekt, met korte broekspijpjes, en zonder mouwen. Mijn kostuummaat is 52.’ Aldus de bijna tachtigjarige schrijver Bordewijk, in een briefje aan tricotfabriek Tweka in Geldrop.

De niet veel later in 1965 overleden schrijver en advocaat F. Bordewijk stond er bekend om niets over zijn persoonlijke leven los te willen laten. Zijn boeken, daar ging het om en al het autobiografische dat van enige waarde was, had hij daar al in opgenomen.

De nu gepubliceerde selectie is zeker interessant, vooral wanneer de stukken betrekking hebben op de tijd vóór 3 maart 1945, de dag van het Britse bombardement op het Haagse Bezuidenhout waarbij de familie Bordewijk haar hele hebben en houden verloor. ‘Ik heb alleen mijn huissleutel kunnen redden, en, hopelijk, nog iets van humor’, zo schreef Bordewijk later.

Deze vooroorlogse familiegeschiedenis wordt gereconstrueerd in een correspondentie die Bordewijk begin jaren zestig voerde met Betsy Bertram-Haus, een vroegere jeugdvriendin. Beiden liepen al tegen de tachtig, maar toch wisten ze elkaars herinneringen aan het Amsterdam van voor 1900 nog goed aan te vullen. Bordewijks Amsterdamse verhalen, zoals het bekende Keizerrijk, worden er opeens een stuk realistischer door.

Maar de mens Bordewijk komt toch meest naar voren in de brieven aan lezers, waarin de anders zo nuchtere schrijver zich tot onvermoede uitspraken laat verleiden. Zoals zijn bekentenis dat hij van kind af aan ‘een sterke bekoring’ ondervond van de laatste week van december. Of dat reacties van vrouwelijke lezers hem altijd meer boeiden dan die van mannelijke.

Of anders wel in de niet publicabel geachte tirade uit 1945 waarin Bordewijk aan zijn, weliswaar tijdelijke, haat voor Duitsland ongeremd uiting gaf: ‘Het wereldprobleem Duitsland is op te lossen door al zijn kinderen van nul tot tien jaar te doen opnemen in de omringende volkeren, en de bevolking van het overblijvend stuk Duits territoir op natuurlijke wijze te doen uitvaren.’

Plaats hiernaast de opmerking die Bordewijk in 1953 maakte voor Radio Brussel: ‘De wereld is bezig één grote prullenmand te worden’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden