Schoon genoeg van Afro-pessimisme

Nigeriaanse ‘supercurator’ maakt expositie in het Stedelijk. ‘Deze jonge fotografen zijn niet specifiek Afrikaans.’..

Okwui Enwezor wijst naar buiten. Achter de ramen van de elfde verdieping van het POST CS-gebouw ligt Amsterdam in een warme, blauwgrijze zomerwaas. ‘In Lagos zitten mensen nu ook koffie te drinken, met een fantastisch uitzicht, in net zo’n atmosfeer. Maar zie je dat ooit? Nee.’

De Nigeriaanse ‘supercurator’, samensteller van megatentoonstellingen als de Documenta in Kassel (2002) en de Biënnale van Gwangju van dit najaar, is in Amsterdam voor een kleiner, maar dierbaar project. De tentoonstelling Snap Judgments, over hedendaagse Afrikaanse fotografie, begon in 2006 in New York, toerde door Amerika en is vanaf morgen in het Stedelijk Museum te zien. Vers uit New York, schakelt Enwezor zonder knipperen van small talk naar een gesmeerd betoog over de beeldvorming rond Afrika.

Ruim tien jaar geleden maakte hij ook al de tentoonstelling In/Sight over Afrikaanse fotografie. ‘Het was toen voor het eerst dat er een tentoonstelling kwam rond Afrikaanse fotografen, dus niet óver Afrika’ zegt hij nu. ‘Toen was het een geschiedenisles, een introductie van spilfiguren uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. Er waren veel studioportretten, zelfportretten en documentairefoto’s, het ging erg over het zelfbeeld van de Afrikanen.’ Die fotografen werden helden, hun foto’s iconen die de wereld over gingen.

Enwezor wilde zo’n tentoonstelling niet herhalen. ‘Ik wilde per se alleen werk van nu’, zegt hij. ‘De nieuwe generatie fotografen heeft een veel analytischer manier van kijken en ze reizen bovendien veel meer. Ze werken in een geglobaliseerde wereld; dat geeft een bredere blik.’ Hoe is die blik dan veranderd? ‘De nieuwe generatie maakt foto’s die je niet meteen kunt duiden. Het is niet alleen sentimenteel, of alleen kritisch. Vaak zitten er open eindjes aan.’

Hij noemt Lolo Veleko’s felgekleurde modefoto’s in de straten van Johannesburg en de portretten van mijnwerkers en suikerrietsnijders van landgenoot Zwelethu Mthethwa: ze staan in een traditie van portretfotografie en de beroemde typologie van Seydou Keïta en August Sander, maar zoeken tegelijk meer naar het verband tussen persoon en omgeving. Deze jonge fotografen nuanceren, geven persoonlijke visies, nemen artistieke vrijheid zoals fotografen overal ter wereld doen, en zijn daardoor niet specifiek Afrikaans. Enwezor: ‘Mijn punt is: als fotograaf werken Zwelethu Mthethwa uit Zuid-Afrika, Hala Elkoussy uit Egypte of de Duitser Andreas Gursky in dezelfde verknoopte, postkoloniale werkelijkheid.’

In teksten en interviews ageert Okwui Enwezor regelmatig tegen wat hij noemt ‘Afro-pessimisme’. Als het ter sprake komt, wordt hij fel. ‘Als je een tentoonstelling maakt met twaalf Amerikaanse schilders of tien Europese fotografen is hun identiteit geen punt van gesprek. Bij Afrikanen wel. Zij, en ik ook, hebben er genoeg van ons steeds te moeten verantwoorden of verontschuldigen.’

Hij priemt met zijn vinger op tafel. ‘Er bestaat een pathologisch beeld van Afrika, gevoed door mediabeelden, als een oord van ellende. De Afrikaan en het Afrikaanse lichaam zijn ontdaan van hun menselijkheid, ten prooi aan rampen.’ Hij ontkent de problemen niet, vindt het wel totaal eenzijdig. Kom hem niet aan met de opmerking dat de media overal ter wereld nu eenmaal altijd een sensationeel beeld willen. ‘Na de orkaan Katrina werd de Amerikaanse kranten verboden foto’s van in de rivier drijvende lijken te tonen. Dat was een verkeerd beeld. Het was een Afrikaans beeld.’

Hij geeft niet alleen de media de schuld. ‘Een paar jaar geleden deed ik onderzoek in het Metropolitan Museum of Modern Art, dat een grote verzameling foto’s van Seydou Keïta heeft. Ze zaten echter niet in de fotocollectie, maar onder antropologie.’ Enwezor haalt quasiwanhopig zijn schouders op. En hoewel hij de belangstelling voor Afrikaanse kunstenaars (mede door zijn eigen tentoonstellingen) toe zag nemen, is hij niet optimistisch. ‘Internationaal zie ik het weer teruglopen, het onderzoek stagneert.’

Hij wil absoluut niet bekendstaan als ‘mister Africa’, zoals hij wel wordt genoemd. De fotografen die hij laat zien, passen in een groter geheel. En Snap Judgments is bewust geen tegengas tegen het Afro-pessimisme, geen positief plaatje. ‘Dat zou een hele slechte tentoonstelling opleveren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden