Schoolstrijd maakte van politiek emotioneel gevecht

TERWIJL HET PAARSE kabinet voortvarend de laatste resten van de verzuiling opruimt, is er in toenemende mate sprake van een nieuwe belangstelling onder historici voor deze unieke samenlevingsvorm....

In de bestudering van de contemporaine Nederlandse geschiedenis overheerste deze verzuiling nogal, tot vervelens toe zelfs: vrijwel alle ontwikkelingen - en wel vanaf de Tachtigjarige Oorlog - mondden uit in die verzuiling. Daarmee was dit begrip of deze term niet zozeer een analytisch concept, maar meer een zo krachtige samenballing van vorm en energie dat niet langer zichtbaar was wat er nu eigenlijk aan de hand was: de verzuiling als het zwarte gat van het vaderlands verleden.

Daarom pleit de laatste tijd een aantal historici ervoor de recente geschiedenis van Nederland eens een tijdje te beschrijven zonder het begrip verzuiling te gebruiken; dat zou wellicht wat lucht geven. Enkele voor het merendeel jonge historici hebben niet voor een dergelijke radicale strategie gekozen, maar vertonen in de bundel De eenheid en de delen - Zuilvorming, onderwijs en natievorming in Nederland 1850-1900 wel een onbevangen benadering van de verzuiling, met vaak interessante resultaten.

De hoofdvraag die in deze sterk geredigeerde bundel voortdurend aan de orde wordt gesteld, is eigenlijk de vraag wat nu eigenlijk de relatie is tussen de verzuiling en een veel algemener proces in de negentiende eeuw, namelijk natievorming. Hier en daar waren in de bestaande literatuur daarover al wel opmerkingen gemaakt, maar nu wordt deze kwestie wat systematischer aangepakt, zowel in een aantal meer samenvattende artikelen als in een aantal case studies.

De auteurs laten zien dat verzuiling nationale integratie bevorderde, maar dat natievorming, omgekeerd, ook zuilvorming kon stimuleren. Dit wordt vooral gedemonstreerd aan de hand van de reacties - in antirevolutionaire, katholieke en joodse kringen - op de liberale onderwijspolitiek in de jaren 1870 en 1880. Onderwijs werd in de negentiende eeuw gezien als het middel bij uitstek om goede vaderlanders, echte Nederlanders te maken - dat was wellicht nog belangrijker dan leren lezen en rekenen.

De beroemde schoolwet van Kappeyne van de Coppello van 1878, waarmee niet alleen het niveau van het onderwijs aanzienlijk werd verbeterd, maar die ook nadrukkelijk bedoeld was om het 'moderne levensbesef' onder de bevolking te verbreiden, werkte echter nogal contraproductief. Vanaf dat moment brak er een echte 'schoolstrijd' los. Dat wil zeggen dat de wet niet de eenheid bevorderde, maar juist scherpere verdeeldheid bracht.

Interessant is echter dat juist daardoor het oprichten van schooltjes niet langer een kwestie was die hier en daar in het land op lokaal niveau tot opwinding, frustratie of tevredenheid leidde, maar nationale organisatie onvermijdelijk maakte. In die zin kan gezegd worden dat de politiek als het ware 'genationaliseerd' werd.

Daarnaast kwam er een fundamentele verandering in de politieke cultuur. Politiek was niet langer het domein van autonome mannelijke burgers die soms nauwelijks de Tweede Kamer en sociëteit De Witte uit elkaar wisten te houden, maar werd een emotioneel geladen gevecht om 'beginselen', waarin charismatische helden naar voren kwamen en de scharen zich achter hen op straat verzamelden. En vooral dankzij deze democratisering van de politiek werd de bevolking niet alleen aan de zuil, maar ook aan de natie gebonden - die bleken in elkaars verlengde te liggen.

Aardig is ook de suggestie van de samenstellers van de bundel, Henk te Velde en Hans Verhage, dat dit gecompliceerde proces natuurlijk wel allerlei nieuwigheden bracht (vooral de liberalen zullen daar aan het eind van de eeuw uitvoerig over klagen), maar voor een goed deel ook 'slechts' de formalisering van bestaande maatschappelijke relaties inhield.

Uit een betrekkelijk stabiele standensamenleving waarin iedereen zijn plaats kende en God zag dat het goed was, ontwikkelde zich een maatschappij waarin staat, natie, kerkelijke organisatie en politieke partij een veel grotere rol speelden: vloeiende lijnen werden scherper getrokken, bestaande tegenstellingen werden uitvergroot, organisaties namen meer robuuste contouren aan.

Zo wist na verloop van tijd iedereen weer waar hij (en wat later ook zij) aan toe was. De zuilen erkenden elkaar en de staat subsidieerde allen. En een grote gemoedsrust kon vervolgens weer over het land dalen.

Piet de Rooy

Henk te Velde & Hans Verhage (redactie): De eenheid en de delen - Zuilvorming, onderwijs en natievorming in Nederland 1850-1900.

Het Spinhuis; 204 pagina's; ¿ 47,50.

ISBN 90 5589 064 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden