Review

Schoolmeester Hoenselaars is niet belerend, maar vermakelijk

Grondige en toch toegankelijke studie over Shakespeare behandelt ook de actualiteitswaarde van zijn toneelstukken.

Een van de leukste hoofdstukken gaat over het theaterleven in Londen rond 1640.

De theaterproductie Het Verzamelde Werk van William Shakespeare (ingekort) van Het Nationale Theater toert door het land. In ruim twee uur tijd passeren daarin alle 37 toneelstukken van Shakespeare de revue. In een doldwaze vaudeville-stijl met karrevrachten vol pruiken, kostuums en attributen als poppenkastpoppen en een opgezette poes.

Regisseur van deze vrolijke voorstelling is Theu Boermans, die in het verleden veel Shakespeare-stukken op serieuzere wijze heeft aangepakt, waaronder De Koopman van Venetië en uiteraard Hamlet in een legendarische uitvoering met Jacob Derwig en Halina Reijn. Nederland kent een grote en gevarieerde opvoeringstraditie van Shakespeares toneelstukken.

Shakespeare forever! - Leven en mythe - Werk en erfenis

Ton Hoenselaars
Non-fictie
Wereldbibliotheek;432 pagina’s; € 24,99.

Niet zo gek dus dat er nu een boek over de Engelse schrijver is verschenen van een Nederlander, de hoogleraar Engelse taal- en letterkunde Ton Hoenselaars. Shakespeare forever! - Leven en mythe - Werk en erfenis is een kloek boek, iets tussen een studieboek en toegankelijke non-fictie in.

'Shakespeare is geen schoolmeester, maar een grootmeester. Eigenlijk leert hij ons ook niets behalve dan dat uiteindelijk elke schijnbare werkelijkheid ook haar keerzijde heeft.' Dat schrijft Hoenselaars meteen al in het eerste hoofdstuk. Het is een mooi uitgangpunt voor de auteur die zelf natuurlijk wel een schoolmeester is, maar in Shakespeare forever niets belerends heeft.

Zijn boek is ook zeker geen heiligverklaring. Integendeel: Hoenselaars besteedt bijvoorbeeld ruim aandacht aan hoe collega's van Shakespeare over hem dachten. Zoals Voltaire die van Hamlet vond dat het ontsproten moest zijn aan het brein van een wildeman, 'een toneelstuk dat zelfs het Franse en Italiaanse volk niet zou accepteren'. En dan Tolstoj, die na grondige bestudering van Shakespeares werk tot de conclusie kwam dat het hier een retorisch opgeblazen veelschrijver betrof.

Hoenselaars neemt de ruimte om alle stukken - onderverdeeld in de blijspelen, de koningsdrama's, de treurspelen en zo verder - niet alleen samen te vatten maar hun diepere betekenis en onderlinge samenhang grondig te bestuderen. In zijn beschouwing over Macbeth bijvoorbeeld grijpt hij in heldere, onopgesmukte taal terug op het interessante essay van Sigmund Freud over dit toneelstuk. De psychoanalyticus probeert daarin een verklaring te vinden voor de snelheid waarmee Macbeth van een aarzelende maar ambitieuze man verandert in een onbesuisde tiran.

Uiteraard is de auteur zeer geïnteresseerd in de actualiteitswaarde van de stukken, en van het hoe en waarom zijn werk nog steeds tot de verbeelding spreekt. Wat achteraf-interpretatie betreft gaat hij soms wat ver. In deze passage uit De Storm zouden we bijvoorbeeld een voorbode van de ineenstorting van de Twin Towers in 2001 kunnen zien: 'Zoals dit voze schijnbeeld zullen eens/ De omwolkte torens, weelderige paleizen/ Gewijde tempels, ja de aardbol zelf/ Met al wat hij bevat ten onder gaan/ En, zoals deze ijdele vertoning/ Spoorloos verdwijnen'.

In een van de leukste hoofdstukken schetst Hoenselaars een vermakelijk beeld van het theaterleven in Londen rond 1640. De puristen zagen die theaters als oorden van verderf. 'Om verschillende redenen zouden de theaters slecht zijn voor de Londenaren. Zo zou het publiek wel eens genoegen kunnen beleven aan representaties van wreedheid, incest en moord, of zelfs vleierij, het bedrog, de gore taal en de hoererij die in de blijspelen te zien waren, gaan imiteren.' Vanaf de kansel werd gewaarschuwd dat tijdens massaal theaterbezoek wel eens de pest zou kunnen uitbreken.

Het feit dat vrouwen in die tijd zich niet op een podium mochten begeven, leidt in Shakespeare forever tot aardige wetenswaardigheden. Zo had het gemiddelde toneelgezelschap in die tijd een aantal jongens van tussen 14 en 18 jaar in dienst. Zolang zij de baard niet in de keel hadden, speelden zij met hun falsetstemmen alle vrouwenrollen. Dat leverde volgens Hoenselaars pikante situaties op: 'Zodra de jongens-als-meisjes verzeild raakten in een door Shakespeare voorgeschreven biseksuele liefdesintrige - zoals bijvoorbeeld in Romeo en Julia, Antonius en Cleopatra en Othello - kon een hele reeks homo-erotische indrukken op voorhand niet worden uitgesloten'.

Het feit dat vrouwen in die tijd zich niet op een podium mochten begeven, leidt tot aardige wetenswaardigheden. Beeld Floor Rieder

Afgelopen zomer vond in Diever weer de jaarlijkse Shakespeare-voorstelling in het openluchttheater plaats. Een traditie waar intussen tienduizenden mensen op afkomen. Dit jaar stond De Getemde Feeks op het programma en daarvoor had de regisseur iets origineels bedacht: het publiek kon vooraf kiezen wie de Feeks en wie haar minnaar zou spelen, de jongen of het meisje. Het leverde in het Drenthe van nu net zulke verwarrende, genderneutrale scènes op als destijds in Londen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden