Interview

Schoenontwerper Jan Jansen beziet zijn 60-jarige carrière: ‘Het geluid van klikkende hakken vind ik superleuk, en supersexy’

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Ter ere van zijn 80ste verjaardag, zijn zestigjarig jubileum én een gloednieuwe tentoonstelling met en over zijn werk, ziet schoenmaker Jan Jansen om naar zijn vak en zijn indrukwekkende carrière, die nog lang niet ten einde lijkt.

Jan Jansen is in Nederland niet zo bekend als zijn wielrennende bijna-naamgenoot Jan Janssen. Een klassiek geval van de profeet die in eigen land minder geëerd wordt. Maar misschien is dat ook niet zo heel vreemd, in een land waar gewoon doen al gek genoeg is, en de bewoners gewend zijn op klompen te lopen. In de rest van de wereld, zeker in de modewereld, is hij een held en een icoon, die overal heeft geëxposeerd en die les geeft aan academies en colleges in Londen, Milaan en Tokio. In de zestig jaar dat hij schoenen maakt, verzon hij de meest ingenieuze en komische ontwerpen. Schoenen die de zwaartekracht leken te tarten, plateausandalen die gebaseerd waren op rotan stoelen, showlaarzen, wulpse pumps, mocassins die lopen als sloffen. Originele en tijdloze schoenen zijn het, en dan ook nog eens bijzonder knap en ambachtelijk gemaakt.

Dat zag ook modehuis Dior, dat tijdens de Parijse huwelijksreis van Jan en zijn vrouw Tonny Polman (de twee trouwden in 1964) een ontwerp van hem in productie nam. Zijn loon: de eer, en geen stuiver meer. Later zagen ook modemerken als Armani, Prada, Dolce & Gabbana en Rautureau hoe goed hij was, om Jansens ontwerpen vervolgens schaamteloos te kopiëren of parafraseren en er grof geld aan te verdienen, zonder daar iets van naar de bedenker door te sluizen. Al steekt dat nog steeds, het heeft Jansens humeur niet verknald en zijn werklust nooit getemperd. Bovendien: Jansen is nooit heel commercieel of zakelijk geweest. Hij investeerde zijn geld met name in mallen en leesten en maakte vooral wat hij zelf mooi en interessant vond, niet zozeer waarnaar de meeste vraag was.

Gevierd en geliefd kunstenaar of niet, de afgelopen jaren sloten zijn winkels, door corona stopten ook zijn importeur en fabrikant. Einde oefening? Bepaald niet. Dit voorjaar viert Jansen zijn jubileum en zijn 80ste verjaardag, bereidt hij een comeback voor en opent er, wanneer dat weer mag, in Museum Jan in Amstelveen een tentoonstelling rond zijn beeldbepalende ontwerpen. Reden genoeg voor een interview gebaseerd op de zes zintuigen die Jansen gebruikt in zijn werk.

Kissing the Pope's toe, Jan Jansen, 1989 Beeld
Kissing the Pope's toe, Jan Jansen, 1989

Zien

‘Als ik een prototype af heb, zet ik de schoen boven op de tv en dan kan ik er uitgebreid naar kijken van een afstandje. Dan zie ik: de hak mag nog wel wat naar voren, iets rechter, of iets dikker. Details zijn belangrijk, zoals het leren decolleté achter op de hiel van sommige pumps. Ik heb lang gezocht naar een producent die dat kon. Een jaar of vijftien geleden las ik een artikel over Robert Polet, een Nederlander die directeur was van de Gucci Group, en in Londen werkte. Hem wilde ik spreken. Gewone mails en telefoontjes leverden niks op. Toen heb ik een telegram gestuurd, in het Nederlands. Zijn assistente zal gedacht hebben dat er iets heel dringends was met de familie. Maar het werkte, Tonny en ik mochten langskomen. Hij beloofde dat ik met alle ingewikkelde schoenen terecht kon in de werkplaats van Gucci. Mijn duurdere lijn Linea Erotica heb ik daar laten maken, compleet met uitgespaarde hartjes in de zool. Dat kan verder niemand, maar bij Gucci kunnen ze alles.

‘Een van mijn klanten, een vrouw die in Wenen woont, ging met zo’n paar schoenen naar de opera. Op de trappen werd ze nagelopen door een man die die hartjes op haar zolen zag en riep: ‘Darf ich ihre Füße küssen?’. Is dat niet enig?

‘Er wordt veel gekeken naar mijn schoenen. In 2006, op de Premiere Classe-beurs in Parijs, zag ik twee mannen mijn bamboeschoenen oppakken en van alle kanten bestuderen. Een dag later waren ze er weer. Maanden daarna kwam de bamboeschoen van Prada op de markt. Ik durf te beweren dat die mannen op de beurs afgezanten van Prada waren. Ze bekeken de schoen zó goed, van alle kanten, ook om te zien wat ze anders moesten doen om niet te kunnen worden aangeklaagd wegens plagiaat. Of ik imitatie als de hoogste vorm van vleierij zie?’ Tonny, die net binnenkomt met thee en taartjes: ‘Wat een flauwekul, zeg! Ze zitten in je portemonnee!’

bamboeschoen, Jan Jansen, 1973 Beeld
bamboeschoen, Jan Jansen, 1973

Voelen

‘Bij het vormen van de leest nemen de handen het over van de ogen. Ik kan er eindeloos aan schaven, vijlen en schuren. Een van mijn ontwerpen heeft een zweefhak, er zit niets onder de hak van de voet maar je steunt op een verlenging van de voorzool die doorloopt onder de boog van de voet. Een klant van mij die normaal gesproken alleen op platte schoenen liep, kon hier zelfs mee naar de tram rennen. Een orthopeed die ze zag zei: ‘De maker hiervan heeft echt verstand van orthopedie.’ Dat heb ik helemaal niet, maar ik heb wel heel veel ervaring. Ik maak geen schoenen waar je niet op kunt lopen, het loopcomfort plan ik in. Ik ben opgeleid als schoenmaker en heb in Rome nog meer kneepjes van het handmatig schoenen maken geleerd. Ik zie van tevoren al waar een schoen gaat knellen. Ik kan leesten maken waar je niet aan kunt zien dat de schoen wat breder en dus comfortabeler is. Nederlanders hebben vrij brede voeten. En nu iedereen massaal aan het joggen slaat worden hun voeten alleen nog maar groter en breder.

‘Elk mens krijgt sowieso grotere voeten als-ie ouder wordt. Mijn proefmodellen zijn meegegroeid met de voeten van Tonny, die alle modellen test en keurt. Toen we begonnen had ze maat 37, nu is dat een hele maat groter.

‘Tonny en ik gingen in de tijd voor corona twee keer per jaar samen naar de Linea Pelle-beurs in Milaan om leer uit te zoeken. Voor sportieve modellen als mocassins en wandelschoenen namen we dik, zacht kalfsleer. Voor luxere schoenen kozen we geitenleer. Het allerzachtste is lamsleer, waar ook handschoenen van gemaakt worden. Ik wil dat mijn klanten zich goed voelen als ze mijn schoenen dragen. Óf omdat ze zo lekker lopen, óf omdat ze zich er sexy mee voelen.

‘Mooie schoenen kunnen soms pijn doen, maar het is niet nodig. Ik maak mijn hakken nooit hoger dan 9,5 centimeter, meer dan dat is anatomisch te hoog. De knieën gaan knikken, dat loopt niet mooi. Andere schoenmakers als Manolo Blahnik of Christian Louboutin maakt dat niks uit. Die maken pumps die onmogelijk hoog of smal zijn. Er zijn vrouwen die hun kleine teen laten amputeren om er maar in te passen. Roger Vivier, ook al zo iemand die prachtige schoenen maakte maar geen bal gaf om comfort. Aan de andere kant is er Salvatore Ferragamo. Wat een vakman, wát een goede leesten! Ik heb hem helaas pas ontdekt na zijn dood, toen ik een boek doorbladerde met zijn ontwerpen.’

Ruiken

‘Van de lijm waarmee we de zolen plakken word je hartstikke high. En elke leersoort heeft zijn eigen specifieke geur. Het ligt aan de manier van looien en aan het beest waar het vandaan komt. Varkensleer ruikt anders dan de rest, en varkensvoering stinkt echt. Het is goedkoper dan kalfs- of geitenleer, maar als je met je blote voeten in de schoenen gaat, zoals bij loafers, dan is het onaangenaam ruw. Je kunt beter kiezen voor een kalfsvoering. Die absorbeert de geuren ook makkelijker. En het vocht. Wist je dat we per persoon per dag twee borrelglaasjes vocht verliezen via onze voeten? Een borrelglaasje per voet!’

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Proeven

‘Tonny heeft de grootste stem bij het bepalen van de uitvoering van een schoen. Ze weet het gewoon beter en krijgt altijd gelijk. Ik maak de proeven en zij loopt er dan een dag op, met een paar andere meisjes die dezelfde maat hebben maar iets bredere of smallere voeten.

‘We zijn meestal reuze eensgezind. Onze smaken verschillen niet veel, we lopen op de beurs vaak allebei op hetzelfde stukje leer af. Maar als er dan gekozen moet worden uit krokoprints van verschillende dikten, of uit verschillende kleuren, dan laat ik de keus aan Tonny.

‘Zelf hou ik van Japanse ontwerpen. Het overhemd dat ik draag is van Issey Miyake. In Japan heb ik in meerdere musea gestaan, ik geef nog steeds les aan de Bunka Academy, de academie waar ook Yamamoto, Kenzo en Miyake hebben gestudeerd. Ik kwam op het tv-journaal en stond in vele kranten, ik ben er behoorlijk beroemd. Japanners hebben heel aparte voeten, een beetje vierkant van vorm. Misschien dat mijn vermogen om brede maar elegante leesten te maken heeft bijgedragen aan mijn populariteit, wie zal het zeggen?’

Horen

‘De beste beslissing die ik ooit heb genomen is dat ik in de jaren zestig naar Rome ben gegaan om de kunst van het schoenmaken verder te verfijnen. Anders was ik misschien nooit meer dan een verdienstelijk schoenmaker geworden. Ik heb vooraf Italiaans geleerd bij de nonnen van Regina Coeli in Vught. Het is belangrijk om elkaar te kunnen verstaan, ook bij de productie van mijn schoenen in Italië. Discussiëren over leer en schoenen kun je niet via een tolk.

‘Het geluid van klikkende hakken vind ik superleuk, en supersexy. Aan de andere kant is er niets zo vervelend als het geluid van harde voetstappen in een ziekenhuis.’

Jan Jansen in zijn Amsterdamse appartement. Beeld Daniel Cohen
Jan Jansen in zijn Amsterdamse appartement.Beeld Daniel Cohen

Zesde zintuig

‘In Italië zeggen ze: ‘Jan heeft een zesde zintuig. Je moet hem niet vragen wat nu de trend is, maar wat de trend over drie jaar wordt.’ Ik zie nieuwe schoenen meestal met mijn ogen dicht. Ik krijg beelden door van een vorm of een patroon. Soms gebeurt het als ik onder de douche sta, of in de auto zit. Of als ik slaap. Ik heb een keer gedroomd dat er een nieuwe talentvolle schoenontwerper was opgestaan, hij maakte de prachtigste modellen, ik was echt jaloers op zijn ontwerpen. Toen ik wakker werd dacht ik: het was maar een droom, die concurrent bestaat niet! En die ontwerpen die ik zag, die waren dus van mij! Ik ben ze meteen gaan tekenen.

‘Het afgelopen jaar heb ik geen schoenen kunnen maken. Ik ben onze winkel kwijtgeraakt, had geen importeur meer, en ook de fabrikant stopte. Ik heb het schoenen maken vreselijk gemist, ik kon zonder machine niet eens leesten schuren. Om iets om handen te hebben ben ik mijn memoires gaan opschrijven en ben ik songteksten van Randy Newman gaan vertalen, maar dat haalt het niet bij schoenen maken. Na lang zoeken heb ik iemand gevonden die het merk Jan Jansen opnieuw in de markt wil gaan zetten: de Hooijergroep, die ook Birkenstock en Sioux importeert. Voorjaar 2022 komt de nieuwe collectie. En in juni van dit jaar verschijnen mijn memoires. Of ik erover peins om ooit met pensioen te gaan? Welnee joh! Ik heb nog altijd meer ideeën in mijn hoofd dan ik uit kan voeren.’

In Museum Jan in Amstelveen opent zodra het weer kan de tentoonstelling ‘Op de leest van Jan Jansen - 60 jaar schoenen en Dutch Design’, waar de schoenen van Jansen worden gecombineerd met werk van onder anderen couturier Ronald van der Kemp (RVDK), ontwerper Bas Kosters, productontwerpers Lex Pott en Mae Engelgeer en modetalent Lisa Konno. De tentoonstelling staat gepland t/m 29/8.

null Beeld  Eddy Wenting
Beeld Eddy Wenting

Bamboek

Jan Jansens Bamboeschoen – die overigens van rotan gemaakt is – uit 1973 is Jansens bekendste en (want) zijn meest gekopieerde schoen. In 2012 schreef modejournalist Lisa Goudsmit haar masterscriptie voor de Vrije Universiteit van Amsterdam over dit ene ontwerp. In 2013 verscheen als vervolg daarop haar boek De schoen van Jan Jansen in de serie Premsela Design Stories, waarin in andere delen de Rietveld-stoel, de Nederlandse fiets en de stoel van Friso Kramer worden belicht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden