Schnell zit muurvast in eigen stijl

David Schnell..

* * *

den haag Vergezichten met valleien en uitgestrekte bossen, met rotspartijen, kabbelende beekjes, sappige weilanden, grazend vee en op de achtergrond een gelukzalige boer. De natuur – als thema in de schilderkunst is het sinds de 18de eeuw hét onderwerp voor romantici en melancholici. De weemoed druipt ervan af. Zeker voor de burgermens die droomde afscheid te kunnen nemen van zijn stadse leven, en onderdeel te worden van de elementen, wisseling der seizoenen en het ritme van zaaien en oogsten.

Het heeft met name in Duitsland geleid tot een lange traditie van landschapschilderkunst waarin het verlangen, de Sehnsucht, naar een ander, landelijker bestaan prominent werd gekoesterd. Met schilderijen die grensden aan een semireligieuze, mythische of anderszins filosofische gemoedstoestand. Onvermijdelijk denk je dan natuurlijk aan het werk van Casper David Friedrich, Jakob Hackert en Carl Fohr, maar ook aan dat van Die Brücke-schilders (Ernst-Ludwig Kirchner, Karl Schmidt-Rottluff en Otto Müller), en Anselm Kiefer.

En tegenwoordig aan David Schnell. De (relatief) jonge schilder, geboren in 1971 in het Duitse stadje Bergisch Gladbach, vlak bij Keulen, is een waardige opvolger van een traditie die nu al enkele eeuwen duurt. Maar zoals het de jongste generatie eigen is, toont Schnell zich een stuk pragmatischer en nuchterder dan zijn voorgangers die dweepten met de natuur als was het hét alternatief voor het stedelijke ongemak.

Zo raakte Schnell niet in de ban van het grootse landschapverlangen door eindeloze wandelingen in een duister woud, maar omdat hij een fanatiek crossfietser was, die aan talloze wedstrijden en kampioenschappen in de open natuur deelnam. En om zijn ontstane liefde voor de natuur in schilderijen om te zetten, stortte hij zich niet op een atmosferische gevoelsesthetiek, maar nam hij les op de Hochschule für Grafik und Buchkunst in Leipzig, die bekendstaat om zijn streven naar technisch perfectionisme, en waar hij in 2002 als Meisterschüler afstudeerde. Wat op zich een grappig geschiedenis oplevert: voor de Wende in 1989 trokken veel Oost-Duitse kunstenaars naar het vrijere, artistieke Roergebied rond Keulen (zoals Gerhard Richter en Sigmar Polke); sinds de Muur is gevallen, is het Oost-Duitse traditionalisme in trek bij de westerlingen, wat ook uit de verkoopcijfers van veel in Dresden en Leipzig opgeleide kunstenaars blijkt.

De invloed van de academie, waaraan ook andere prominenten als Neo Rauch en Matthias Weischer studeerden – die onder de naam Neue Leipziger Schule beroemd is geworden, als opvolgers van de ‘oude’ Leipziger Schule, die zich baseerde op het strikte socialistisch realisme –, laat zich in de schilderijen van Schnell duchtig gelden. De West-Duitse crossfietser met de Oost-Duitse schildertechniek heeft zeker oog voor wat de natuur aan landschapschoon heeft voortgebracht. In zijn werk stikt het van de bomen, ruisende bladeren, ruw timmerhout en blauwe luchten.

Maar ondanks al deze, van oorsprong weemoedsingrediënten oogt zijn oeuvre als een grote constructie, uitgetekend met liniaal en potlood. Wat ook zo is: aan de basis van zijn schilderwerk ligt een meedogenloos perspectivische wetmatigheid, met zichtlijnen en verdwijnpunten. Ondanks het natuurgeweld dat hij verbeeldt, met eindeloze rijen bomen, explosies van loof en kolkende rivieren van houten planken, is alles in de schilderingen tot in de puntjes berekend, doordacht en uitgevoerd. De natuur van Schnell krijgt daardoor eenzelfde uiterlijk als de bewoonde wereld vol flatgebouwen, asfaltwegen en aangelegde kanalen.

Als jonge loot van de Duitse Sehnsucht-traditie probeert Schnell duidelijk een andere weg in te slaan dan zijn heroïsche voorgangers als het gaat om een authentieke natuurbeleving. Die is er bij hem namelijk niet. Of in ieder geval anders. Op zijn best kan je bij Schnell spreken van een planmatige natuur, even gekunsteld als de opzet van een naoorlogs, Duits stadscentrum, even kunstmatig geschilderd als in een computergame, met een vergelijkbare voorliefde voor hypercoloriet.

Neem de serie schilderijen Blau, Grün, Gelb en Pink: het is alsof je door een respectievelijk blauwe, groene, gele of roze kleurenbril naar steeds hetzelfde, symmetrisch geordende bosgezicht kijkt.

Het is deze herhaling van zetten, van steeds hetzelfde thema, die je doet twijfelen of uit Schnells theoretische program – wat is natuurlijk ontstaan, wat is geconstrueerd? – zich ook een groot kunstenaarschap heeft ontwikkeld. Schnell is een schilder die een eenmaal ingeslagen weg tot het uiterste exploreert. Met een hecht oeuvre dat na een stormachtig begin inmiddels muurvast zit. Daar wreekt zich zijn klassieke opleiding in Leipzig: technisch in orde, maar artistiek zelfvoldaan; intrigerend van uitgangspunt, maar zonder ontwikkeling.

Rutger Pontzen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden