Schluter en Nufaar schitterend duo

Ze wordt verteerd door passie, Phèdre, de vrouw van de koning. De liefde voor haar stiefzoon Hippolytus vreet haar op....

Na het bericht dat haar man Theseus is omgekomen, is ze opgelucht. Nu is haar liefde minder verboden. En op advies van haar vertrouwelinge Oenone waagt ze het haar gevoelens aan haar stiefzoon op te biechten. Maar hij wijst haar af. Als Theseus even later springlevend binnenstapt, volgt de ene catastrofe op de andere.

Racine schreef met Phèdre een klassieke tragedie, streng in de vorm, maar daaronder zinderend van lust. Johan Doesburg, die het stuk nu regisseert bij het Nationale Toneel, benadrukt vooral dat klassieke karakter. In een strak decor, het skelet van een amfitheater, wonderschoon belicht door Reinier Tweebeeke, wisselt de sfeer tussen luguber en betoverend.

Dat is precies wat Phèdre overkomt. Ariane Schlüter, met rood haar, laat haar prachtig heen en weer schieten tussen doodsdrift en strijdbare veroveringsdrang. Zodra ze in de weduwestaat is beland, komt ze tot leven: ze wil haar rivale uitschakelen en haar jonge geliefde tot de hare maken. Lukt dat niet, dan zakt ze steeds verder weg in de afgrond.

Schlüter geeft de statige verzen, mooi vertaald door Laurens Spoor, de zwier en de lading mee die ze nodig hebben om aan te komen. Daarin is ze nogal alleen, op een enkeling na. Die taal, de klassieke jamben, liggen de meeste spelers wat zwaar en ongemakkelijk in de mond. Dat maakt van deze Phèdre bij vlagen een taaie exercitie. Racine vraagt om hogeschoolacteurs. En hoe rap Michel Sluysmans ook spreekt, hij is een wel erg rationele Hippolytus. Jaap Spijkers is een lekkere botte Theseus, maar hij slaagt er te weinig in de betekenis van zijn zinnen helder te maken.

Ook Rudolf Lucieer, de vertrouweling van Hippolytus, lukt dat nauwelijks. Daarentegen is Celia Nufaar als Oenone een wonder. Zij is de toegewijde ziel die Phèdre wil redden, die listen verzint. Als actrice vormt ze een schitterend duo met Schlüter: ook zij gaat veel te ver uit pure liefde. Niet voor een man, maar voor haar mevrouw.

Doesburg is een eind gekomen; vooral deze twee vrouwen maken zijn Phèdre de moeite waard. Maar naar het einde toe stapelen de rampen zich wel erg op. Hippolytus komt om, Theseus komt te laat tot inzicht en Phèdre maakt een eind aan haar leven. Die dramatische afloop vraagt bijna het onmogelijke van acteurs en in een poging de taal zijn werk te laten doen, is dat sluitstuk hier ronduit flets.

De beelden zijn af en toe puur rembrandtesk. Wat de vormgeving betreft, is deze Phèdre zonder meer geslaagd. Maar bij Racine komt het aan op taal. Misschien kun je je als regisseur alleen maar wagen aan zo’n veeleisende klassieker met een cast van acteurs die daar hun hand niet voor omdraaien.


T/m 11 februari (www.hnt.nl).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden