Schitterende natuur en braaf zwart personeel

Er steekt iets rafeligs uit Troy Blacklaws’ tweede roman, Bloedappel, als het eind van een stuk touw. Dat onaffe zit hem in de spanning die geregeld wordt opgewekt en vervolgens niet ingelost....

Het onvolledige karakter van Bloedappel is inherent aan de impressionistische stijl. Het boek beschrijft de jeugd van Gekko, die opgroeit op het Zuid-Afrikaanse platteland en uiteindelijk als deserteur naar Europa vlucht. Blacklaws gebruikt korte hoofdstukjes om Gekko’s weg naar volwassenheid te beschrijven.

In de eerste hoofdstukken lezen we hoe fabelachtig het moet zijn geweest om op te groeien in ruraal Zuid-Afrika, met liefhebbende ouders, schitterende natuur en braaf zwart personeel. Maar natuurlijk is die idylle een illusie. Als Gekko’s familie naar de Kaapprovincie verhuist, en de Engelstalig opgevoede jongen naar een Afrikaner school moet, is het gedaan met de onschuld. Gekko wordt het mikpunt van pesterijen. En wanneer hij vragen stelt bij de gevangenschap van ANC-leiders, straft de schoolleiding hem met het rietje.

Gekko vindt troost in boeken en films. Hemingway en Wilbur Smith voeden zijn fantasie en ontluikende seksualiteit. Amerika met zijn Coca-Cola en Beach Boys-liedjes symboliseert een wereld vol kleur en optimisme. Reizen wil hij, weg van dat beklemmende Zuid-Afrika.

Met de seksualiteit en de liefde wil het na een stroef begin overigens wel vlotten. Eerst verliest Gekko zijn maagdelijkheid aan een ouder hippiemeisje. En niet veel later wordt hij hevig verliefd op de Deense Zelda met wie hij een emotionele laatste avond beleeft voordat hij in dienst moet. Dan begint de echte hel. Gekko tart het noodlot door meteen zijn hand op te steken en tegen zijn superieur te zeggen: ‘Meneer, als u het niet erg vindt, zou ik liever niet schieten.’ Het maakt hem tot ultieme pispaal. Uiteindelijk wordt hij gedwongen een strafexcercitie uit te voeren die hem zodanig uitput dat hij bloed spuwt.

De volgende dag deserteert hij en vlucht naar Engeland. Het boek eindigt met Gekko’s bezoek aan Kopenhagen, waar hij zijn geliefde Zelda opzoekt.

Bloedappel is daarmee een klassieke ontwikkelingsroman met een jonge held die zich door tegenslagen worstelt en rijper en wijzer aan het oppervlak komt. Het is Blacklaws behendigheid met taal die Bloedappel de moeite waard maakt. Zijn puntige beschrijvingen, inclusief merknamen en popliedjes, brengen de jaren zeventig en tachtig tot leven, toen Zuid-Afrika zich steeds verder isoleerde.

Maar als het verhaal zich naar Europa verplaatst, verliest het aan kracht. De Engelse personages zijn eendimensionaal, en de naïviteit van Gekko wordt zo opgeblazen, dat ze ongeloofwaardig wordt. Blacklaws, die inmiddels in Singapore woont, lijkt zijn fijnzinnige pen in Afrika te hebben achtergelaten, alsof hij zich met Gekko vereenzelvigt wanneer die mijmert: ‘In Engeland is al het land getemd en ik smacht naar het wilde Zuid-Afrikaanse veld.’

Fred de Vries

Troy Blacklaws: Bloedappel Vertaald uit het Engels door Ankie Blommesteijn Ambo/Anthos; euro 19,95

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden