Schipbreuk

Naar het einde der tijden

De aarde waggelt als een beschonkene, zegt de profeet Jesaja. De aardbol lijkt te schommelen, de Jongste Dag is blijkbaar aangebroken. In apocalyptische verhalen van cultuurcritici dreigt de wereld te kantelen. Bij elke grote catastrofe, nu in Birma en China, of na de tsunami van december 2004, staan onheilsprofeten op die in zulke rampen nog maar de voorboden zien van veel omvattender en verschrikkelijker ondergangsscenario's. Tegelijk zijn er ook verlichte milieubeschermers - zoals Al Gore - of scherpzinnige geesten - als Ulrich Beck - die weliswaar de planeet zien als een 'risicomaatschappij', bezocht door allerhande rampspoed, maar toch niet wanhopen.

Voor sommige aanhangers van de New Age staat het 'einde der tijden' voor 2012 geprogrammeerd. Als je dit jaartal op internet intikt, raak je bedolven onder een lawine van ondergangstaferelen. Anderen, zoals de Amerikaanse predikant en door God gezonden profeet Ronald Weinland, geloven dat in 2008 al tal van 'traumatische gebeurtenissen' voor ons liggen en dat de Zeven Donders uit het Boek Openbaring van de apostel Johannes een duivelse en verwoestende kracht zullen opwekken. De eindtijd , die ook het begin van een nieuwe tijd kan zijn, is volgens hem nu begonnen. In 2008 - God's Final Witness, een boek dat iedereen gratis van het net kan downloaden, openbaart hij de ondergang van de Verenigde Staten en het begin van de laatste 'totale oorlog'. Vele profetieën zullen nog dit jaar in vervulling gaan. 'Miljarden zullen sterven', luidt zijn voorspelling. Drie jaar geleden had hij reeds in The Prophesied End-Time onheilspellende profetische 'eindtijdgebeurtenissen' aangekon digd, nu geeft hij een heel nauwkeurig tijdschema.

De eindtijd is al dikwijls onthuld. Aan de vooravond van het jaar 1000 dacht een deel van de mensheid dat het einde in zicht was. In Rome en andere heilige plaatsen wemelde het van de penitenten. Iedereen wachtte het noodlottige begin van de Apocalyps af, tot de klok het twaalfde uur sloeg en paus Sylvester II zich bij het altaar omkeerde en tot de gelovigen zei 'dat het voor een andere keer was'.

Op de een of andere manier begon, een millennium later, het jaar 2000 helemaal anders: er was geen ondergangsstemming, al verschenen het jaar voordien wel veel boeken over dit onderwerp. Mensen waren eerder optimistisch gestemd - tot de terroristische aanslagen op de New Yorkse WTC-torens het jaar daarop. In nauwelijks enkele jaren tijd is die stemming nu helemaal anders: beschavingen lijden schipbreuk, ideologieën verkruimelen, de politici zijn het spoor bijster, en er staan ons nog meer ecologische rampen en calamiteiten te wachten.

In de publicistiek dringen de metaforen zich op: we zijn met zijn allen als die vijftien schipbreukelingen op dat monumentale schilderij Het vlot van de Medusa van Théodore Géricault.

Op 24 februari 1818 kocht de schilder flink wat linnen, vertelt essayist Cyrille Offermans in Schipbreuk - Over kennis, cultuur en beschaving. Géricault trof voorbereidingen voor zijn meesterwerk, een groot schilderij van bijna vijf meter hoog en meer dan zeven meter breed, waarop hij de overlevenden van een schipbreuk wilde afbeelden. Twee jaar na de noodlottige gebeurtenissen borstelde hij een reconstructie van de catastrofe.

Het moest een geschilderde 'saga van de gruwel' worden, een overweldigend tafereel dat de ongelukkige vaart van het Franse fregat La Méduse in beeld bracht. Het reusachtige doek, dat nu in het Parijse Louvre hangt, toonde de fascinatie van het publiek voor zulke rampen. Maar tegelijk was het een hoopvol beeld. Terwijl de schipbreukelingen stuurloos dertien dagen lang over de oceaan zwalkten, was het schip dat ze in de verte zagen uiteindelijk hun redding. 'Het schilderij vraagt erom', schrijft Offermans, 'dat zij zich, net als de pathetisch gebarende mannen op het vlot, afwenden van de verschrikkingen van de voorbije dagen, waarvan de doden op de voorgrond nog getuigen.' Hun wanhoop keert zi

ch om in hoop.

Volgens Offermans is 'de permanente nivellering van kennis, cultuur en beschaving' de grootste bedreiging voor onze toekomst. Er gaat veel verloren als alles 'onderworpen wordt aan het dictaat van de economie'. Hij citeert Adam Smith: 'Een goed onderwezen en intelligent volk is altijd beschaafder, fatsoenlijker en ordelievender dan een onwetend en dom volk.' Offermans gelooft in de kritische intelligentie en verlichte mondigheid. Maar de erfenis van de Verlichting, zegt hij, is door nieuwrechtse politici 'gestolen' en verkwanseld. Ze dwepen met de verworvenheden uit die tijd, maar houden het volk dom; ze nemen grote ecologische risico's, schuwen het oorlogsgeweld niet en prediken de meest waanzinnige doemscenario's. Fanatisme, onverdraagzaamheid en neoliberale grootheidswaan hebben niets met enigerlei Verlichting in authentieke zin te maken. 'Voltaire zou deze zelfbenoemde erfgenamen van zijn werk aan zijn scherpst gepunte ganzenveer geregen hebben.'

Er zijn 'domme' onverschilligen die zich over niets zorgen maken, onbevreesd in de tijdgeest ronddarren en zich nooit vragen stellen; je hebt reddeloos verloren goedgelovigen die alles wat wichelaars en runenlezers voorspellen als profetieën beschouwen en voor wie de Jongste Dag een keerpunt is; er zijn ook querulanten en cultuurcritici die de teloorgang van de beschaving beschrijven als een noodlottige terugval en achteruitgang, maar toch hun have en goed nog willen redden, en een canon opstellen van wat je in je ransel mee moet nemen in de dagen van de totale ontreddering; ten slotte zijn er ook sceptici en filosofen die in het voetspoor van Voltaire elke uitspraak en elke voorspelling telkens kritisch en duchtig wikken en wegen.

De Franse historicus François Walter, die in Genève doceert, schreef een cultuurgeschiedenis van het beeld dat mensen zich van rampen maken. In Catastrophes - Une histoire culturelle onderzoekt hij hoe samenlevingen denken over grote natuurrampen, spectaculaire ongelukken en ecologische dreigingen, maar ook over oorlogen, genocide en terreuraanslagen.

Een ramp was, tot diep in de tijd van de Verlichting, een door God, de Voorzienigheid of door duivelse krachten gewilde plaag als straf. Zo werd elke natuurramp, ook de pest, geïnterpreteerd en sommigen waren ervan overtuigd dat er geen ontkomen aan was en je moest berusten in de fataliteit. Watersnood, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen maar ook oorlogen waren de eerste tekenen van de Apocalyptische ondergang en de Triomf van de Dood. Zo werd er over gepredikt en geschreven, zo werd het in schilderijen of vertoningen in beeld gebracht.

Een ramp werd vervolgens in de tijd van Voltaire een catastrofe,zoals de grote aardbeving van Lissabon in 1755 waarover de filosoof het jaar daarop zijn beroemde Poème sur la destruction de Lisbonne schreef. God is niet langer de schuldige, maar de krachten die in de natuur aanwezig zijn. Die kun je bestuderen en wellicht ook enigszins temmen of temperen. Maar het blijft in onze 'beste der werelden' onoplosbaar, schrijft Voltaire onder het lemma 'Goed (Alles is goed)' in zijn filosofisch woordenboek.

Na de rampen van de alles vernietigende wereldoorlogen, de volkerenmoorden en de holocaust, zegt Walter, zou je kunnen verwachten dat die oude 'wereld van de fataliteit' zich in onze tijd heeft omgezet in een 'wereld van zekerheden' waardoor we zulke rampen kunnen vermijden of op zijn minst onder controle kunnen houden.

Het is de verdienste van Walter dat hij met zijn cultuurhistorisch fresco ons een beter inzicht geeft in de manier waarop catastrofes in beelden en teksten zijn verwerkt. Hij beschrijft hoe vanaf de 16de eeuw tot onze tijd - de laatste grote natuurramp die hij noemt is de aardbeving op Java, mei 2006 - er steeds wisselend is gedacht. Ook hij brengt Géricault ter sprake, tussen veel andere kunstenaars en schrijvers, omdat hun beelden metaforen zijn geworden van het 'catastrofisme'. Het leeft volop, zegt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden