Schilderkunst gestuurd door geesten

Geesten toonden zich productieve kunstenaars aan het eind van de 19de eeuw. Een aantal spiritueel ingestelde types, waaronder Georgiana Houghton, fungeerde als hun medium.

Georgiana Houghton: The Portrait of the Lord Jesus Christ (1862) Beeld Collectie Victorian Spiritualists Union

In 1977 kocht het Van Abbe Museum te Eindhoven een werk van de Duitse kunstenaar Sigmar Polke, Höhere Wesen befahlen: rechte obere Ecke schwarz malen! (1966). Dat schilderij, een rechthoek, bestaat uit een wit vlak met een zwarte bovenhoek en daaronder, in ouderwetse typemachine-letters, de regel: 'Hogere wezens bevalen: rechter bovenhoek zwart schilderen!' Het geheel kan worden opgevat als satire. Het steekt de draak met die goede oude modernisten (denk aan Malevistj' Zwarte Vierkant) en hun onaardse aspiraties. Het legt ook in een klap uit wat er zo uitzonderlijk is aan de aquarellen van Georgiana Houghton.

Ik hoorde niet eerder van haar; u misschien ook niet. Houghton (1814-1884), aan wie de Londense Courtauld Gallery een interessante expositie wijdt, en die in diezelfde stad leefde in de 19de eeuw, was een medium, een vrouw die contact had met geesten. En zo oogt ze op de foto in de catalogus ook: als iemand wiens macht verder reikt dan het wereldse. Strenge scheiding, schrandere blik - ja, was ik een geest, dan had ik ook niet durven zwijgen wanneer ze me aanriep. Het waren diezelfde geesten - onder wie zich die van Renaissance schilders Titiaan en Correggio - die Hougton stuurden bij het maken van haar 'sunday evening pen and ink drawings': abstracte waterverfschilderijen, een soort astrale spirograafkunst. In 1871 exposeerde Houghton er 150 van in een tentoonstelling (aan Bond Street), hetgeen haar kritisch succes bracht, niet financieel.

Geestfoto's

Dat was een tegenvaller, maar niet onoverkomelijk: Hougthons spiritistische praktijk kwam niet zozeer voort uit zakelijke overwegingen, eerder uit levensbeschouwelijke. Geboren op Las Palmas, Gran Canaria en haar jeugd in Londen doorbrengend in schrille armoede, maakte ze al vroeg kennis met de dood. Een broertje overleed op z'n 9de; een oudere zus op haar 31ste. Dat was verdrietig, en zoekend naar troost belandde Hougthon bij ene Mevrouw Marshall, een charismatisch medium - een omslagpunt in haar leven. Houghton nam deel aan een seance (een bijeenkomst waarin wordt geprobeerd om contact te krijgen met geesten). Al na één sessie was ze ervan overtuigd dat ze zelf een medium was, iemand via wie 'het licht dat neerstroomt op de mensheid door de herstelde kracht door communicatie met de onzichtbaren', zich ten volle kon openbaren. Toen haar tekeningen op weinig kopers bleken te kunnen rekenen, begon ze samen te werken met Frederick Hudson, een fotograaf gespecialiseerd in zogenaamde 'geestfoto's'. Uiteindelijk zou het tweetal in opspraak komen omdat de foto's evident getrukeerd waren. Tot aan haar dood echter, bleef Houghton een vooraanstaand lid van de spirituele beweging.

Georgiana Houghton (1814-1884) Beeld College of Psychic Studies

Ghost clubs

Deze beweging was, als bekend, zeer omvangrijk. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk barstte het in de Victoriaanse tijd van de zogenaamde ghost clubs, spiritistische genootschappen die zich toegang probeerden te verschaffen tot de paranormale wereld. Zulke genootschappen werden standaard geleid door een medium dat met tal van spiritistische rituelen - dansende tafels, ouija-borden, automatisch schrijven en iets dat 'verplaatsingen' werd genoemd - de geesten probeerde aan te roepen, iets dat soms lukte, klaarblijkelijk. Tijdens een door Hougthon beschreven sessie verschenen aan de deelnemers namelijk 'bananen, uien en dadels', alsook 'een zes voet hoge zonnebloem', 'drie eenden, panklaar', en, als klap op de vuurpijl, 'Mevrouw Guspy, een zwaar gebouwd collega-medium uit het drie mijl verderop gelegen Highbow Central.'

Over dergelijke bijeenkomsten maakt men zich makkelijk vrolijk ('drie eenden, panklaar'), maar de ghost-clubs belichaamden wel degelijk iets wezenlijks; onder de sensatiezucht school de onuitroeibare behoefte om te ontsnappen aan de enige echte waarheid in dit leven: die van de dood.

Georgiana Houghton: The Eye of God (1862) Beeld Collectie Victorian Spiritualists Union

'Spiritistische krachten', schreef Freud, 'bieden compensatie wanneer het leven op aarde zijn aantrekkingskracht heeft verloren', en precies dat leken de seance's: toevluchtsoorden voor verdriet dat te groot was voor het ondermaanse. De wens om de doden te leren kennen betekende in de praktijk vaak: hoop op hernieuwd contact met één specifieke dode; niet onverwacht bevonden zich onder de deelnemers nogal wat mensen die kort daarvoor een kind of geliefde hadden verloren. Deze deelnemers, overigens, waren, anders dan misschien gedacht, vooral afkomstig uit de bovenklasse en de intelligentsia: wetenschappers, schrijvers, veel kunstenaars.

Dat juist in artistieke kringen - onder de deelnemers aan Hougthons seances bevonden zich o.a. meerdere schilders van de Prerafaëlieten - veel aandacht was voor het leven aan gene zijde mag geen verrassing heten. Iedere maker is immers tot op zekere hoogte afhankelijk van krachten voorbij de ratio, creatieve energie waarvoor elk tijdperk zijn benaming heeft: De muzen in de klassieke oudheid; Het onderbewuste voor de surrealisten; some higher kungfu stuff voor drievoudig DMC-scratch-kampioen DJ QBert. 'Het is alsof niet ik de draaitafel bespeel', zegt hij in Doug Pray's prachtige documentaire Scratch, 'maar alsof ik de draaitafel ben, en het universum míj bespeelt' - een voor kunstenaars herkenbare geestesgesteldheid.

Soms, meestal eigenlijk, komen de woorden, lijnen en noten tot hen zonder dat duidelijk is waar ze precies vandaan komen, ze komen, punt. De meesten van ons situeren dat onnoembare geestelijke reservoir in onszelf. Voor de makers van spirit paintings, echter, waren ze het werk van bovennatuurlijke entiteiten.

Paranormale clubs

Spiritualisme arriveerde in Groot-Britannië in 1852, toen het Amerikaanse medium Mrs. Maria Hayden naar Londen kwam. Het jaar daarop zag de eerste Britse spiritistische publicatie, The Spirit World, het licht, en binnen de kortste keren verschenen er overal in het land spiritistische clubs en genootschappen. Hier gingen publieke- en private mediums, zoals Hougthon, voor in paranormale activiteiten als levitatie's, automatisch tekenen, en het laten verschijnen van materiële objecten. Hougthon was een prominente figuur binnen deze gemeenschap. In 1874 werd ze toegelaten tot de raad van de pas opgerichte British National Association of Spiritualists.

Georgiana Houghton: Glory Be to God (1868) Beeld Collectie Victorian Spiritualists Union

Spirit drawings

Het genre floreerde kort, zeg tussen 1850 en 1920, maar hevig. Er waren incidentele beoefenaars, zoals de symbolistische kunstenaar William Blake, die al van kinds af aan geestesverschijningen zou hebben gezien, en tijdens een seance met zijn vriend, de astroloog John Varley, een tekening van een griezelig vampierachtig wezen maakte. Er waren ook meer volwaardige spirit painters, zoals Anna Mary Howitt, schilder van etherisch religieuze bloemstukken (plantmotieven met een christusfiguur in het midden etcetera), en een voorbeeld voor Hougthon.

Van latere datum, en in formaat en kwantiteit Hougthon overtreffend waren de diagrammen van de Zweedse Hilma af Klint, een kapiteinsdochter die werd geleid door onzichtbare krachten. Het curieuze aan het gros van de spirit drawings zijn de onderlinge gelijkenissen. Op het gevaar af laatdunkend over te komen: de makers, bovennatuurlijk of niet, zouden het prima doen als art-director bij de Happinez. Veel florale motieven, veel amorfe verschijningen. Het hogere wezen dat de kont tegen de krib gooit met grauw minimalisme of een fraai staaltje fijnschilderen al la Gerrit Dou treft men niet snel. Ook niet bij Houghton.

Hilma af Klint: Altarpiece no. 1 (1915) Beeld Moderna Museet

In de Courtauld Gallery hangen nu een twintigtal van haar tekeningen, de meeste afkomstig uit de collectie van de Victorian Spiritualists Union Union in Melbourne, en de het College of Psychic Studies in Londen. Ze zijn kleiner dan verwacht, deze werken, veel kleiner bijvoorbeeld dan de schilderijen van Hilma af Klint en op die kleine oppervlaktes barst het van de details, sommige te nietig om met het blote oog waar te nemen; ter compensatie heeft de Courtauld vergrootglazen beschikbaar gesteld. Die werden gretig gebruikt. Men kroop zowat ín de tekeningen.

Zij vertonen een korte evolutie. De tekeningen gaan van vagelijk figuratief naar volledig abstract. Hebben de eerste drie, vier nog iets weg van schetsmatige botanische studies, daarna krijgen ze de typische Hougthon-vorm: clusters van lijnen in een veelvoud aan kleuren met daarover webben van wit; ze doen denken aan pauwenveren of gebatikte T-shirts, of die scene in Ghostbusters waarin tientallen geesten Manhattans lucht in vliegen. De tekeningen bevatten een strikt particuliere iconografie waarin iedere kleur een vaste betekenis heeft (geel voor het goddelijke, rood voor de heilige geest enzovoort); ik ga ze niet allemaal opnoemen; particuliere iconografie verveelt.

Op de achterkant schreef Hougthon de namen van haar onstoffelijke medewerkers. Dat waren niet de minsten. Onder haar co-producenten, lezen we, bevonden zich naast de geesten van voornoemde Titiaan en Correggio ook die van de zeven aartsengelen plus de heilige Lucas, patroonheilige der schilders. Die laatste maakte Christus' portret op The Portrait of Lord Jezus Christ. Wat zal ik zeggen? De patroonheilige had duidelijk z'n dag niet. Zijn mensenzoon ziet eruit als een stonede laaf. De geheel abstracte aquarellen, echter, zijn zeer aantrekkelijk. Ondoordringbar kleurvelden waarover efemere wezens heen en weer schieten: het oog vindt het aangenaam. Hun overdaad maakt deel uit van hun charme. Het is amateurkunst van het hoogste niveau.

In de Britse pers heeft men zich veelvoudig afgevraagd waar deze werken kunsthistorisch te plaatsen. Goede vraag. In de vaste collectie van de Courtauld Gallery hangt een werk van Wassily Kandinsky, de Russische schilder die vaak wordt bestempeld als de aartsvader van abstracte kunst. Hougthons werken ontstonden decennia eerder dan de zijne - is zij dan niet de werkelijke smaakmaker, in plaats van Kandinsky?

Hilma af Klint: The Ten Largest no. 3 (1907) Beeld Albin Dahlström

De curatoren van de tentoonstelling, Simon Grant, Marco Basi en Lars Bang Larsen , menen van niet. Ik ook niet. Kandinsky begon als figuratief schilder; hij kende de traditie en zijn plek erin; zijn keuze om ermee te breken was bewust. Hougthon, daarentegen, opereerde vanuit een andere wereld, die van het esoterische en occulte; haar positie binnen het artistieke discours leek haar weinig te boeien. Haar werk is een curiosum, een exotisch binnentuintje achter de beroemdere gevel van de officiële geschiedenis. Hogere wezens hebben mij bevolen dit te schrijven.

Georgiana Houghton: Spirit drawings, The Courtauld Gallery, t/m 11/09

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden