Schilderij in depot waterschap blijkt echte Guercino

Barokschilder Guercino gold als een van de succesvolsten van zijn tijd. Toch stond zijn David met het hoofd van Goliath (1657) jarenlang in een depot in Heerhugowaard.

Beeld .

Wijzend op het voor de hand liggende, David schrikt er niet voor terug. Even eerder heeft de Israëlitische krijger de Filistijnse reus Goliath geveld, een prijzenswaardige daad: niet zonder trots toont hij het afgehakte hoofd. Zo zag men David graag in de 17de eeuw en zo zien we hem op David met het hoofd van Goliath (1657), een doek dat de laatste jaren sleet in het depot van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in Heerhugowaard.

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat het doek is geschilderd door de 17de-eeuwse Bolognese schilder Guercino. Vanaf volgende week hangt het in Museum Boijmans Van Beuningen.

De schele

Il Guercino. Zijn echte naam luidde Giovanni Francesco Barbieri (1591-1666). Zijn bijnaam was 'de schele', die dankte hij aan zijn luie rechteroog. Hij was een van de beste en succesvolste schilders van de Italiaanse barok. Zijn schilderijen kennen enkele eigenaardigheden. De opvallendste, vertelt Nicholas Turner, de Britse kunsthistoricus en Guercinokenner die het doek in Heerhugowaard onderzocht, werd veroorzaakt door die scheelheid en betreft zijn figuren die iets plats hebben, iets hiërogliefachtigs.

Ter compensatie van dat platte zijn Guercino's composities extreem levendig. Guercino begon zijn loopbaan als carravagist, werkend met sterke licht-donkercontrasten, en hij eindigde als classicist. Het Heerhugowaarddoek behoort tot die laatste categorie.

Het is een schilderij met een buitengewoon interessante herkomst. Geschilderd in 1657 voor de Lombardijse edelman (en drievoudig moordenaar!) Massimiliano Stampa, vijfde markies van Soncino, dook het in 1934 op bij de Amsterdamse kunsthandel Buffa. Die toonde het abusievelijk als een Guido Reni op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum, waarna het via een Düsseldorfse verzamelaar en een Amsterdams veilinghuis in het bezit kwam van antiquair Overtoom. Die verkocht het aan het Waterschap Westfriesland.

Daar, vertelt Diederik Aten, intern historicus, begon de Guercino (inmiddels geclassificeerd als 'maker onbekend') aan nieuwe omzwervingen. Het bevond zich enkele decennia onder het hoge plafond van de vergaderzaal van het Drechterlandse Huis in Hoorn, maar werd bij een fusie verplaatst naar een pand aan de Willemsweg en ging vandaar naar een nieuw kantoorgebouw in Heerhugowaard.

Berucht

David met het hoofd van Goliath was van Massimiliano Stampa, vijfde markies van Soncino. Die liet twee van zijn politieke vijanden vermoorden, waarop de rechtbank van Milaan hem ter dood veroordeelde; wachtend op zijn dood liet hij nog een derde man ombrengen.

Om zijn straf te ontlopen, probeerde hij vervolgens in het gevlij te komen bij zijn beschermheer, koning Filips IV van Spanje, door met een klein leger tegen de Fransen ten strijde te trekken. Met succes.

Boijmans

Daar belandde het in het goed geoutilleerde depot van het waterschap, waar het na een taxatieronde in 2009, en verscheidene consultaties door de jaren heen, in het najaar van 2015 onder de aandacht kwam van Turner. Hij kende het schilderij van een kleine zwart-witreproductie, en had het altijd beschouwd als een product van de neef van de kunstenaar, Benedetto Guercino; oog in oog met het origineel identificeerde hij het als authentiek.

Turner had daarvoor sterke argumenten. Dat begint met de arm van David, die een exacte kopie is van de arm van een engel op een eerdere Guercino (Een engel verschijnt aan Hagar en Ismaël, in bezit van The National Gallery in Londen), als ook de rest van de Davidfiguur, dat werd gerecycled als een engel op een altaarstuk in Brera. Verder is er de gelijkenis tussen het schilderij in Heerhugowaard en een schets in rood krijt waarvan het Louvre een reproductie bezit.

Stuk voor stuk bewijzen die het aannemelijk maken dat het hier daadwerkelijk een Guercino betreft. Een exemplaar dat volgens Turner als 'zeer belangrijk' geldt. Daarom heeft het Hoogheemraadschap besloten het werk voor onbepaalde tijd in een publiek museum te laten onderbrengen. Dat museum is Boijmans.

Een begrijpelijke keuze, meent Friso Lammertse, conservator oude schilder- en beeldhouwkunst aldaar. Het Rotterdamse museum is volgens hem het enige grote instituut in Nederland dat serieuze ambities heeft zijn verzameling Italiaanse meesters uit te breiden. Bovendien kan het de Guercino een plek in de nabijheid van tijdgenoten garanderen. Lammertse: 'Wij zullen het presenteren naast schilders als Mattia Preti en Giuseppe Reco. Daar is het op z'n plek.'

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.