Column

Schilderen van een droom

Remco Campert schrijft deze zomer zes korte verhalen.

null Beeld null

Maandagochtend werd Peter Bosch, die schilder was, vroeg wakker. Hij had gedroomd van gestorven vrienden en droeg die droom met zich mee de dag in. Het was een grijze dag, gehuld in een waas van fijne druppels. Hij fietste naar zijn atelier dat zich bevond aan de rand van de stad in een oude treinremise, waarin ook collegaschilders hun atelier hadden. Sommige waren vrienden. Andere niet bepaald. Zoals de schilder die signeerde met de naam Dylan en altijd oorverdovende muziek had opstaan. Op het ritme daarvan hanteerde Dylan zijn schilderskwast. Om zich tegen het lawaai te beschermen droeg Peter oordopjes.

Peter wilde de droom over zijn gestorven vrienden schilderen. Hij prepareerde een doek, zette het op een ezel en pakte zijn paneel. Hij staarde naar het blinde linnen. Misschien moest hij het zo laten, zijn vrienden waren er immers niet meer. Hij zou dan getrouw zijn aan de theorie van Marcel Duchamp, die wilde dat het idee centraal staat en de verbeelding daaraan ondergeschikt is. De droom bleef echter aanwezig en was niet tot een concept terug te brengen. Een droom zou de hoogste kunstvorm kunnen zijn, wat ieder mens tot een kunstenaar zou maken.

Hoe moest hij zijn dode vrienden schilderen? Alsof ze nog in leven waren, zoals hij ze in zijn droom had gezien? Dat zou naturalistische portretten opleveren. Neen, hij moest ze schilderen als wijkende schimmen in zijn herinnering.

Hij mengde wit met zwart tot hij een mooi grijs kreeg, voegde er een vleugje geel aan toe. Hij aarzelde en keek naar buiten. Hij zag spoorwegemplacementen, stootblokken, opgegeven wagons. Daarachter groene weilanden en daar weer achter in zijn verbeelding de zee onder een blauwe hemel. Hij kreeg zin om de zee te schilderen.

Als kind had Peter Bosch aan zee gewoond. Een van zijn dode vrienden was toen al zijn vriendje geweest. Zij speelden in dat deel van de duinen dat de verboden duinen werd genoemd: verboden voor stropers. Naast elkaar groeven ze gaten in de grond tot het zand vochtig werd en hun handen elkaar bereikten.

Opnieuw richtte hij zijn blik op het blinde doek. Hij moest een droom schilderen, maar de droom was al niet meer zoals hij hem gedroomd had. De droom was solide geworden, een verhaal dat vaststond. Er kwam in voor hoe een dode vriend een sigaret opstak, hoe een ander zijn bril poetste en nog een ander zijn vriendin kuste.

De muziek in het atelier naast hem nam in volume toe. Peter deed zijn oordopjes in. Het suisde in zijn hoofd, zoals die keer toen hij klein was en oorpijn had en oordruppels kreeg. Ook de zee kon suizen, onderbroken door de werkelijkheid van de branding. Nu wist hij het zeker: hij zou de zee schilderen. De droom, de dode vrienden, de herinneringen, de zee bevatte alles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden