Schilder des vaderlands

Na dertig jaar noeste arbeid is er een overzichtsboek. Sjabloonspuiter en ‘dutch godfather’ Hugo Kaagman krijgt de credits die hem toekomen....

Beetje onrustig misschien, dacht hij voordat hij erin trok. Maar Hugo Kaagman heeft zijn huurcontract met Pro Rail weer verlengd. Voor het vijfde jaar heeft hij een atelier op het perron tussen spoor 1 en 2 op station Amsterdam RAI. De voormalige stationskiosk is de ideale werkomgeving voor de graffitikunstenaar, al was het maar omdat hij er keihard muziek kan opzetten.

Treinen razen voorbij, conducteurs steken hun hand op, reizigers onderwerpen zijn doeken aan een soms fronsende blik. Want: aan alle kanten glas, het is de ideale uitstalkast. Een ‘praktische oplossing’ noemt Kaagman (1955) het. ‘Ik kan laten zien wat ik wil. Ik krijg reacties. Hier werk ik voor publiek.’

Vandaag is het rustig, de RAI is nog in afwachting van de Miljonairs Fair (‘en die mensen komen sowieso niet met de trein’). Maar wanneer de Huishoudbeurs losbarst, kan hij zijn lol op. ‘Vrouwen die op de ramen bonken, gekke koppen trekken.’ En dan kan het zijn dat hij op datzelfde moment bezig is met ‘heftige dingen’ – Pim Fortuyn, Volkert van der G., zoals op de foto die voorkomt in Stencil King, het overzichtsboek dat vorige week verscheen. Een drukte van belang op het perron; en als je goed kijkt, zie je in het rommelige atelier het kale hoofd van Pim Fortuyn in een oranje kleurvlak liggen.

Workaholic
The Dutch Godfather of Stencilgraffiti is de ondertitel van zijn boek Stencil King. Eerder verschenen wel ‘kleine boekjes’, maar zo’n serieuze uitgave was er nog niet. Door collega Laser 3.14 kwam hij op het idee, van wie Lebowski Publishers Are You Reading Me? uitgaf. Enigszins verbaasd was Kaagman – mompelt: ‘Ben misschien gewend geraakt aan nee.’ Wat bleek? Uitgever Oscar van Gelderen van Lebowski is niet alleen een liefhebber van street art, hij reist er vaak voor naar Engeland – waar het tegenwoordig gebeurt, met dank aan ‘soulmate’ Banksy – en: ‘Hij weet er meer van dan ik.’

Een kroon op het werk? ‘Ik ben al meer dan dertig jaar bezig. Over nog eens dertig jaar ben ik 84, dus’ Nu moet het gebeuren, wil hij maar zeggen, zoveel tijd heeft hij niet meer.

Stencil graffiti is de Engelse term; Hugo Kaagman maakt sjabloonkunst. Sinds jaar en dag snijdt hij sjablonen uit in karton en spuit die met airbrush of spuitbus op canvas, hout, keramiek, vliegtuigen zelfs (van British Airways). Ook in opdracht dus, voor de openbare ruimte.

Op spoor 2B van Amsterdam CS bijvoorbeeld zit de bekabeling, die werd verlegd van ondergronds naar de overkapping, verstopt achter een tableau van treinmotieven in Delfts blauw van Kaagmans hand. En in de Enschedese wijk Roombeek werkt hij nu aan de ‘betegeling’ – enorme metalen platen zijn het, ook in Delfts blauw – van het ketelhuis dat Architecten Cie daar neerzette voor energiebedrijf Essent.

Intussen produceert hij in zijn atelier bijna als een bezetene. ‘Iemand van Sotheby’s zei tegen me: je moet niet zoveel maken, dat is slecht voor de prijs. Maar ik ben een workaholic.’ Een enkel keertje spuit hij nog wild, illegaal. ‘Als ik dronken ben.’ De laatste keer dat hij werd opgepakt: ‘Zat ik in de cel met iemand die had ingebroken en computers had gestolen.’ Terwijl híj de wereld alleen maar mooier wil maken! Hij zegt het Banksy graag na: ‘Het probleem van graffiti is dat er niet genoeg van is.’

Zijn recente vrije werk is kleurig, prikkelend en politieker dan tevoren. ‘Scheringa – die heb ik niet gemaakt’, zegt hij. Het is er simpelweg niet van gekomen, door de drukte van Enschede en de voorbereiding van het boek. Aan de andere kant: zoveel plezier is er aan die ‘rotkop’ niet te beleven.

Hoe groot zijn beeldarchief is? Hij zou het niet weten, maar 100 duizend sjablonen zijn het wel. En ja, het komt voor dat hij juist die ene gebruiken wil maar niet vinden kan. Dan snijdt hij met zijn Stanleymes toch maar gauw een nieuwe. I happen to cut faster than I draw , schrijft hij in zijn boek.

Geert Wilders (met en zonder Beatrix-kapsel) zit in zijn beeldbank, net als Johnny Jordaan en Willy Alberti, de Dalai Lama, Kaagman zelf op de fiets, Moorse patronen, held en voorbeeld Lee ‘Scratch’ Perry, een haring-eter, het zebramotief, Oplands neutronenbomvrouwtje, minaretten, Brigitte Bardot (‘die haren, dat is pokkewerk’). In Kaagmans collages vind je evengoed de grafische traditie van Escher terug als de popart van Warhol en de punkgedachte Do It Yourself, naast oer-Hollandse iconen en Afrikaanse en Arabische motieven.

Canvasje
Dat Delfts blauw, hij liep ermee voor de troepen uit – voordat Marcel Wanders en andere vooraanstaande dutch design-types zich ermee inlieten. Kaagman had in 1990 een stipendium gekregen en was van plan weer op reis te gaan, naar Paaseiland. Maar zijn toenmalige vriendin, punkdichteres Diana Ozon, wilde in Nederland blijven om een boek te schrijven. Die studiereis werd ‘culturele antropologie in eigen land’. Met z’n tweeën gingen ze met de filmcamera in de aanslag naar Volendam, Marken, de Keukenhof. Bloedserieus was het nog niet, maar met één klein Delfts blauw ‘canvasje’ had Kaagman (‘Ik had meteen de juiste kleuren’) al wel een beetje de smaak te pakken. Ofschoon het vooral voortborduurde op zijn werk met Marokkaanse tegelmotieven.

Kaagman: ‘We zijn gewoon achter de Japanners aangelopen. We dachten: we gaan Nederland bekijken door hun ogen.’ Kaagman kocht klederdracht, die Diana Ozon aanpaste. Hij merkte Indiase invloeden op in de weefsels. En hij zag bij de Keukenhof hoe de toeristen zich linea recta uit de bus op de souvenirwinkel stortten.

‘Helemaal fantastisch was het Nationaal Folkloristisch Danstheater. Daar gaan ook van die groepen naartoe – geen enkele Nederlander natuurlijk. Sunderklaas van Ameland, dat was het allermooist. Het verhaal is dat meisjes die zich na zonsondergang op straat wagen, gepakt mogen worden door boemannen. Echt Afrikaans zagen die eruit, met maskers, alsof we in de rimboe waren.

‘Dat zijn van die dingen die Nederlanders niet weten: dat wij ook maar een tribe zijn, een vreemde stam eigenlijk, met allemaal gekke rituelen.’

Kaagman verdiepte zich in de geschiedenis en de – Chinese – oorsprong van het Delfts blauw. En ontdekte dat het ‘helemaal niet nationalistisch en kleinzielig is: het is een wereldkunst’. ‘Wat die Chinezen deden, was veel mooier dan wat de Nederlanders deden. Dat heb ik trippend met griep in bed liggen bestuderen. Daarna ben ik ermee gaan experimenteren en die prachtige patronen gaan uitsnijden. Een wereld ging voor me open. Het lijkt ouderwets, maar het is nieuw. Kon ik lekker mixen dus.’

Folklore
Wat eerst hartstikke fout was, ‘nostalgie van je opa en je oma’, is nu de moeite waard; Kaagman heeft het zien veranderen in de afgelopen tien jaar. Niet alleen is folklore en ambachtelijkheid een gewild thema in het hedendaags design, het Gemeentemuseum in Den Haag is zelfs een website begonnen, delftsaardewerk.nl, bij wijze van digitaal kenniscentrum. Volgens Kaagman heeft het alles te maken met het integratiedebat. ‘Als je van mensen verlangt dat ze inburgeren, moet je wel eerst weten wat de Nederlandse identiteit is. De opkomst van Fortuyn en Wilders heeft de interesse in nostalgie en geschiedenis zeker aangewakkerd.’

Zijn portretten van Johnny Jordaan en Willy Alberti in Delfts blauw zijn vorig jaar als illustratie opgenomen in De canon van Amsterdam – ook een teken van de tijd. Terwijl datzelfde werk eerder een reden was om een subsidieverzoek af te wijzen, ‘zijnde niet van belang voor de Nederlandse kunst’. Kaagman laat zich er niet door kisten. Als dutch godfather van een beweging die internationaal meer dan ooit in de belangstelling staat, krijgt hij steeds meer de credits die hem toekomen. Zijn uitgever heeft hem alvast uitgeroepen tot ‘schilder des vaderlands’, met een vast beeldhoekje waarin Kaagman reageert op de actualiteit (lebowskipublishers.nl). En Enschede kan straks in februari, als het 45 meter hoge ketelhuis klaar is, trots zijn op ‘het grootste gebouw ter wereld in Delfts blauw’. Grolsch, een brandweerman en een jonge Jan Cremer zijn een paar van de iconen in de canon van Enschede, die Kaagman speciaal daarvoor maakte.

Nu nog een riante overzichtstentoonstelling, liefst in het Stedelijk. En Kaagman is happy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden