Schilder Arie Schippers: de beste van zijn generatie

Interview Arie schippers

Schilder Arie Schippers is een bijzondere en intrigerende man. En de beste schilder van zijn generatie. Hoog tijd dat we hem beter leren kennen.

Beeld Arie Schippers

Een scherpe blik: op het stationsplein van Bijlmer Arena blijft Arie Schippers (53) opeens staan. Hoofd in de nek, ogen samengeknepen. Daar, in de verte, niet meer dan een stipje aan de hemel, vliegt iets dat zijn aandacht opeist: een vogel, een reiger, eentje die uit koers is geraakt, zo weet de schilder. Lichte verwondering bij de gesprekspartner. Die vraagt zich af waarom A) hij die vogel zelf niet heeft ongemerkt B) dat streepje aan de einder te herkennen valt als een reiger, en C) of je überhaupt kunt zien of een reiger uit koers is geraakt. Wel dus volgens Schippers, die naast kunstenaar ook vogelaar is. Fronsend: 'Jongen, wat voer jij daar toch uit?'

Zulke momenten van verhevigde aandacht doen zich bij Arie Schippers voortdurend voor. Het cliché wil dat kunstenaars, schilders in het bijzonder, beter kijken dan gewone stervelingen, maar Schippers kijkt echt beter, ziet werkelijk meer. Ook nu, op deze zonnige na-zomerochtend. Temidden van haastige reizigers en een stuk of wat duizend fietsen weet hij feilloos de geschikte motieven voor een schilderij aan te wijzen. Niet: de glazen gevels aan weerszijden van het plein (mijn keuze); wel: die politie-auto die onder het spoor staat geparkeerd, een stuk fluorescerend wit en oranje in een door schaduwen gedomineerde ruimte, of een tros ballonnen. En die opbollende lap gras daar in het midden van het plein, daar kan hij ook wel mee uit de voeten. Tenminste, als-ie een schilderij gaat maken. Schippers: 'In een tekening kun je er niks mee.'

Arie Schippers is een groot bewonderaar van Arie Schippers en daar kun je inkomen: Arie Schippers is nu eenmaal een bijzonder tot de verbeelding sprekende figuur. Dat zit hem in zijn voornaam, die een hoge gunfactor heeft, en waarin branie en eigengereidheid doorklinken, maar ook aan de bijbehorende verschijning. Schippers is lang, tenger, met een manier van doen die schommelt tussen volks en gecultiveerd. Een afgebroken voortand onder een keurig brilletje, zulke dingen. 'Motte' en 'komme' zeggen als je 'moeten' en 'komen' bedoelt, en tegelijk deftige germanismen gebruiken. Het klinkt een beetje bestudeerd allemaal en dat is niet de bedoeling: bestudeerd is niet hoe Schippers overkomt. Eerder authentiek. Autonoom.

Beeld Arie Schippers

Keur aan stijlen

Wat niet betekent dat hij erg bekend is. Schippers' werk - portretten, zelfportretten, stillevens, stadsgezichten, fantasieschilderijen en meer - wordt gekoesterd door een bescheiden groep liefhebbers; een doorbraak naar een breed publiek bleef tot nu toe uit. De opdracht voor het Mandela-beeld in Den Haag, een overzicht in het Parijse Fondation Custodia vorig jaar en vanaf dit weekend een uitgebreide versie van diezelfde expositie in de Kunsthal in Rotterdam- ze wijzen op prestige, maar in verhouding tot Schippers' productie blijft het mager. De periferie kleeft nog altijd aan hem. En nu drinkt hij koffie op Bijlmer Arena.

Dat was niet de gedroomde locatie. Die ligt verderop: bij de bedrijventerreinen van de Bijlmer. Daar, had ik bedacht, zou Arie Schippers een van zijn kenmerkende stadslandschappen tekenen en ik zou daar dan over schrijven. Er was maar één probleem: Arie. Die vond dat hele meekijken maar een raar idee. Een uurtje samen tekenen dan? Nog raarder. Derhalve veranderde kijken-hoe-Arie-werkt in: tekenen-met-Arie, in: koffie-drinken-met-Arie bij de Starbucks. Waar overigens ook genoeg te zien valt. Mensen die op hun telefoons turen bijvoorbeeld, een houding die volgens Schippers even karakteristiek is voor de jaren nul als de sigaret aan de mond dat was voor de jaren zeventig. Of toeristen met rolkoffers - naast handtassen voor tekenaars volgens Schippers een van de handigste rekwisieten. Eigenlijk, zegt Schippers, bestaan er voor een schilder geen slechte onderwerpen of slechte omstandigheden - enkel verlammende verwachtingen. Daar moet je vanaf. Wie de werkelijkheid wil vangen, dient over een flexibele geest te beschikken.

In zijn geval manifesteerde zich dat in een keur aan stijlen. Er bestaat, zo lijkt het, een legioen Aries, en allemaal zijn ze anders. Eerst heb je Schippers-de tekenaar. Dat is de man die gewapend met schetsboek en potlood de straat op gaat en zijn omgeving met grote trefzekerheid vastlegt, een omgeving waarmee hij het regelmatig aan de stok kreeg. Oude vrouwen op het terras, toeristen met rolkoffers, een dommelende woestijnvos in Artis, Schippers werd er door aangetrokken en vereeuwigde ze, vloeiend, elke lijn een triple twenty.

Beeld Arie Schippers

Diversiteit

Dan heb je Schippers de fabelmaker. Die deed in de jaren negentig van zich spreken. Zijn medium: waterverf op papier, 50 x 60 centimeter groot. Ze tonen fabels en dus zijn er dieren. Die beleven iets. Een groepje uilen lift mee op de rug van een kat. Een poema achtervolgt een haas in een looping. Andere noemenswaardige persona: Schippers de beeldhouwer, Schippers de tronie-maker en Schippers de schilder van fantasiestukken-geïnspireerd-op-Spaanse-meesters. Als gezegd: er bestaat een legioen Aries. Die diversiteit, zegt Schippers, is noodgedwongen: 'Ik ben onrustig. Zodra ik bewezen heb dat ik iets kan, verlies ik mijn interesse. Het gevolg is dat ik nooit iets tot in de puntjes perfectioneer, maar perfectie is niet mijn doel. Ik waardeer mensen als David Hockney, een kunstenaar met faam en succes, die toch zichzelf steeds opnieuw probeert uit te vinden. Net als hij probeer ik mijzelf keer op keer in een situatie van paniek te brengen. Dat ik denk: godverdomme, hoe kom ik hier uit?' Wat daarbij onontbeerlijk is, zegt hij, is een sterke basis.

Schippers kreeg die in de jaren zeventig aan de Rijksakademie, een plek waar indertijd nog traditioneel ambachtelijk onderwijs werd geboden - een belangrijke periode: 'Ik was een detaillist, iemand van de leuke kleine dingetjes. Op de academie leerden ze me het grote geheel zien.' Wat ze hem ook leerden: zijn passie abstract te maken: 'Niet denken: ach, wat een mooi meisje, maar: hoe ga ik dat meisje op papier krijgen? En dat je vervolgens ook trouw aan die door jezelf opgelegde opdracht blijft. Dat als het meisje uit het papier groeit je haar gewoon uitgumt.'

De lessen wierpen vruchten af. Schippers won de Prix de Rome en groeide uit tot een van de beste schilders van zijn generatie. Zijn oeuvre, dat bij gebrek aan een galerie, en sinds kort ook bij gebrek aan vaste atelierruimte, een verspreid bestaan leidt, loopt in de duizenden.

Beeld Arie Schippers

Zonder plan

Daar zit heel veel moois tussen, maar zijn landschappen in olieverf zijn mijn persoonlijke favoriet. Schippers begon er een jaar of twintig geleden aan. In zijn bestelbusje reed hij langs industrie-terreinen en andere perifere stadsdelen en zocht naar plekken en objecten die in de schilderkunst lang een veronachtzaamd bestaan leden: verkeersborden, kruispunten, schaftketen, pishokjes. Een stuk van de Arena gezien bij nacht. Een vleespakhuis in de mist. Een lege tourbus op een nachtelijke parkeerplaats. Dingen waar je normaal gesproken aan voorbij zou fietsen, totdat Schippers er een fris en gloedvol schilderij van maakte, waardoor je tijdens een volgende fietstocht werd verleid om toch eens beter te gaan kijken.

Wat de werken gemeen hebben: de totstandkoming. Schippers schilderde ze op locatie en in één sessie. Achteraf corrigeren was er niet bij. Fouten liet hij staan. Bewust. Arie Schippers: 'Waarom zou je verdoezelen dat een schilderij handwerk is? Het interessantste eraan is dat het door een mens is gemaakt.'

Het vinden van onderwerpen verliep zonder plan. Meestal was het een kwestie van 's ochtends in de bestelbus stappen en rondrijden tot zijn oog ergens aan bleef kleven. Soms was dat domweg de manier waarop het zonlicht een straat in tweeën deelde. Een andere keer was het de manier waarop de platheid van een billboard contrasteerde met een krommend weggetje. Weer een andere keer was het een schilderkunstig probleem dat hij wilde oplossen. Dat er bijvoorbeeld een auto geparkeerd stond onder een reclamebord met daarop nog een auto, en dat-ie ze beide schilderde, en dan wel zo dat je een verschil zag tussen de echte auto en die op het billboard: 'Iets plats met iets ruimtelijks erop - dat is voor schilders als ik een mooie kluif.'

Realiteitsfactor

Wat niet betekent dat het eenvoudig is. Bij ieder schilderij, weet Schippers, zijn er wel dertig verschillende balletjes om in de lucht te houden. Het balletje van de details, om eens iets te noemen. Daarvan, zegt Schippers, wil je er dus niet te veel in je schilderij hebben. Doe je dat wel, dan is er altijd wel een dat mislukt, en dat alle aandacht opeist, als een vetvlek op een nieuwe broek.

Of het balletje van de realiteitsfactor. Die moet constant zijn. Dat er op de horizon niet opeens een haarscherpe wolk opduikt. Schippers: 'Lucian Freud doet dat vaak fout. Die schildert dat propje op de achtergrond óók nauwkeurig. Hij maakt geen onderscheid tussen belangrijke en onbelangrijke dingen. Bij hem vind ik dat leuk, maar zelf streef ik naar verdichting.'

Wat ook lastig is: de dode vlakken. Dat het gevecht zich op de voorgrond afspeelt, bij de bosjes en de auto's enzo, maar dat er een grote grijze hemel boven hangt waar niks gebeurt, en dat je de kijker daar toch op de een of andere manier moet weten te boeien: 'Zo'n lucht mag niet ogen als een stalen plaat. Hij moet opkrullen naar je hersenen.' Er zijn trucjes voor, zegt hij. 'Als je een koe in een landschap schildert, moet je ervoor zorgen dat het groen van het gras ook een beetje in die witte buik van die koe zit.'

Beeld x

Straattekeningen

Inmiddels is hij de schilderijen met stadslandschappen al weer jaren beu. Ambitieuze, wandvullende fantasiewerken met gnomen en reusachtige vrouwen eisten zijn aandacht op.

Wat hij nog wél buiten doet: straattekeningen maken. Vorig jaar, toen bij de inrichting van de tentoonstelling in Parijs bleek dat er nog wat werk op papier bij kon, is-ie snel de stad in gegaan om nog wat reizigers met koffers te tekenen. En ook van mensen bestuderen krijgt-ie nooit genoeg: 'Dikke nekken, bijvoorbeeld - daar kan ik echt energie van krijgen. Kale koppen - ook fijn.' Wijzend naar een uitgezakte vent op een scooter. 'Die wil je toch direct tekenen.'

Arie Schippers, Verf wordt vogel, De Kunsthal, vanaf: 12/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.