'SCHIJTDUITSERS'

Hiphop heeft allochtoon Europa veroverd. Turken rappen in Berlijn, Afrikanen in Parijs, Pakistani in Londen. Rap geeft hun een stem, hiphop een identiteit....

AKAN IS de kleine Turk met de haviksblik. Door de ramen van het koffiehuis, midden in Berlijn, zie je hem zitten. Altijd een zwart trainingspak. Altijd de ogen wat toegeknepen.

'Schijtduitsers'

Hakan praat snel en meedogenloos, zoals een rapper betaamt. Een machinegeweer dat nooit zonder munitie raakt. Alleen over de gevangenis houdt hij zijn mond. De nachten brengt hij door in een cel; overdag mag hij werken in het koffiehuis van zijn vader, om opnieuw te wennen aan de maatschappij.

Hakan is 23. Zijn bijnaam is Killer.

Boezemvriend Bobby: 'Hakan was de sterkste van allemaal. Hij schoot twee mensen neer en kreeg er vier jaar cel voor. Hier in Kreuzberg heeft het hem een reputatie bezorgd.'

Bobby heeft ook een reputatie. 'Bobby de junk', schamperen zijn vrienden. Ze lachen als hij volhoudt alleen nog maar wiet te roken. 'Moet je zijn armen eens zien.'

Bobby en Hakan zijn als veel jonge Turken in Kreuzberg: werkloos, ongeschoold, crimineel, gewelddadig. Maar Bobby en Hakan hebben een toekomst ontdekt. Hun hiphopgroep, Kan.ak, zal hen bevrijden uit hun hardvochtige bestaan. Hoog zullen ze uitstijgen boven de rest - dat stelletje tweede-generatie-Turken in dat verdoemde Berlijn. Eindelijk zullen ze weten wie ze zijn. Geen Turken, geen Duitsers. Geen mengvolk, maar zichzelf: hardcore hiphoppers.

Ik leef in Duitsland

de meeste Duitsers hebben geen hart

de klootzakken vervullen me met woede,

ik vecht tegen hen

niet met geweld,

maar met de muziek die ik schep

in Turkije ben ik Duitser

in Duitsland ben ik buitenlander

maar eigenlijk ben ik

een gastarbeiderskind

(Kan.ak, Gastarbeiderskinderen)

Berlijn herbergt 250 duizend Turken, de meesten van hen wonen in Kreuzberg. Het is een wijk vol kale woonkazernes, die stamt uit de vorige eeuw. Na de bouw van de Muur, in 1961, vonden de gastarbeiders hier hun onderkomen. Sindsdien staat ze bekend als het grootste Turkse getto in Duitsland. Voor de gemiddelde Duitser is Kreuzberg synoniem met krakers, criminaliteit, drugshandel, geweld en moslimfundamentalisme.

Kreuzberg is een onbegrepen stadsdeel. De integratie van Turken in de Duitse samenleving is mislukt. Dat levert 'explosieve spanningen' op, schreef het gezaghebbende weekblad Der Spiegel eerder dit jaar, onder de kop 'Tijdbommen in de voorsteden'.

Cijfers van het Duitse Statistisches Bundesamt laten zien dat de criminaliteit onder Duitsers afneemt, maar groeit onder buitenlanders. Daarvoor zijn vooral georganiseerde bendes van jonge gastarbeiderskinderen verantwoordelijk. De Duitse socioloog Wilhelm Heitmeyer waarschuwde in mei voor toenemend geweld onder jonge Turken. Islamitisch fundamentalisme en nationalisme winnen terrein, staat in zijn onderzoek.

Loop door Kreuzberg en alle verhalen lijken overdreven. Alleen een steekpartij in het metrostation verstoort het beeld van een rustig, in zichzelf gekeerd stadsdeel. Het verval van de afgelopen decennia wordt er weggewerkt met steigers en bouwvakkers - de Turken zelf doen het meeste werk. Turkse winkels, Turkse koffiehuizen, Turkse affiches, en hier en daar een café voor krakers.

De gastarbeiders die hier dertig jaar geleden kwamen wonen, beloofden zichzelf terug te keren naar Turkije. Het kwam er niet van, en het zal er nooit van komen. De begraafplaats bij Kreuzberg moet al worden uitgebreid. Laatste rustplaats na een arbeidzaam en sober leven als immigrant.

De kinderen willen anders sterven, zegt ex-gangster Neço Celik, tijdens een wandeling door nachtelijk Kreuzberg. 'De jeugd hier leeft van dag tot dag. Ze willen geld verdienen, snel en veel, om de dag mooi te maken. Geld is vrijheid. Drugs dealen, inbreken en beroven zijn de snelste methodes. Met werken word je niet rijk.'

Een paar jaar geleden nog was Celik leider van de Turkse jeugdbende 36 Boys. Sinds zijn bekering tot de islam wil hij filmer worden, en verdient hij wat bij als jongerenwerker in jeugdcentrum Naunyn-Ritze. Een groot gebouw midden in de wijk, waar elke vierkante meter muur met graffiti is versierd.

'Zo af en toe moet ik op de vuist met de jongens, om te laten zien dat ik de sterkste ben. Hiërarchie is belangrijk in deze cultuur. Vecht ik niet, dan pakken ze mij.'

In het schijnsel van een lantaarnpaal wacht een groepje jongens op iets dat hun verveling kan doorbreken. Ze zijn dertien, veertien jaar. 'Jongens worden hier snel oud', zegt Neço (22). 'Als ze twintig zijn hebben ze al veel meegemaakt.'

Tegen die tijd zijn ze kwaad op alles. Op hun ouders die hen naar dit versteende Berlijn brachten. Op de politie, de skinheads, de Duitsers in het algemeen. En op de Turken in Turkije, die niets meer moeten hebben van hun verduitste landgenoten.

De haat is er de laatste jaren alleen maar groter op geworden. Het kleine beetje respect dat de Turken in Berlijn hadden opgebouwd, verdween met de Muur. De bewoners van Kreuzberg waren al van de tweede garnituur, maar degradeerden nu naar een derde plaats - na de 'Ossis'.

De golf van racistische aanslagen in de jaren daarna - Solingen, Mölln, Rostock - vernietigde het laatste restje vertrouwen dat de jeugdige Turken in Duitsland hadden. Voor veel van hen, zegt Neço, bleef enkel het gangsterleven over. Of, zoals voor Hakan en Bobby, de muziek.

Vader, geef geld!

vader, geef geld!

's morgens wil ik het

's middags wil ik het

's avonds leeg ik je tas, en

's nachts geef ik je geld uit

aan vrouwen en meisjes

ik ben 27, heb nooit gewerkt

en nooit zelf wat verdiend

wat in de wereld gebeurt,

interesseert me niet

(Kan.ak, Geld)

De hiphopgroep van Bobby en Hakan heet Kan.ak; met dat woord schelden de Duitsers gewoonlijk de Turken uit. Kanak betekent inboorling, leeghoofd en gastarbeider. Bobby en Hakan zien het als een geuzennaam. Hun grote Amerikaanse voorbeelden, de zwarte rappers uit de Bronx, noemen zich per slot ook nigger. Nikker en Kanak, wat is het verschil?

Kan.ak rapt louter in het Turks. Hun dj plakt slierten Turkse muziek tussen de hiphopdreun. Van de Duitse cultuur moet de groep niets hebben. 'Hiphop is agressieve muziek. Geld, seks en racisme zijn belangrijke thema's. Dat past bij de Turkse mentaliteit.'

Kreuzberg is een getto, zeggen Hakan en Bobby. Ze willen leven als gettogangsters, net als hun Amerikaanse hiphophelden. Ze zagen de films over zwarte gangs in de Bronx. Colors van Dennis Hopper; ontelbare keren hebben ze de video gedraaid. De Kings of Kreuzberg wilden ze worden.

Eerst gingen ze hun grote voorbeelden nadoen, om de verveling te verdrijven. Al snel werd het spel werkelijkheid. Zo kwam het dat de jeugdbende 36 Boys ontstond, waartoe ook Hakan en Bobby behoorden. Bobby: 'Alles draaide om geld, vrouwen en status. Als je eenmaal in die cirkel zit, kom je er nauwelijks meer uit. Zonder mijn muziek lag ik nu in de goot.'

HET EERSTE gastarbeiderskind dat brood zag in de onvrede van de Turkse jeugd was Ozan Sinan. Twee jaar geleden bracht hij acht rappers bijeen in de hiphopgroep Cartel. Het bleek zijn sleutel tot roem en rijkdom. Cartel veroverde eerst Kreuzberg, toen Duitsland, daarna Turkije. De platina plaat hangt ingelijst aan de muur van Ozans kantoor, dat uitziet over Kreuzberg.

'Cartel heeft het over de problemen van de tweede-generatie-Turken in Duitsland', zegt hij. 'Dat wordt begrepen, zeker als het in hun eigen taal is.'

Rapper Erçi E., prominent lid van Cartel en de eerste die het Turks als raptaal koos, kwam naar Berlijn toen hij vier was. 'Ik denk niet in het Duits', zegt hij. 'Ik voel niet in het Duits. Wij zijn Turken die in Duitsland leven. Met mijn muziek kan ik laten zien: ik ben Turks, ook al heb ik twee paspoorten.'

JIJ BENT EEN TURK...in Duitsland,

vergeet dat niet!

deze nacht komen we bij elkaar

en laten we zien

dat dit land ook van ons is

wie ons op straat ziet is bang

wij zijn dit spel niet begonnen,

maar zullen het beëindigen,

we zullen ons wreken

(Cartel, Jij bent een Turk)

Zodra de teksten van Cartel vertaald waren, kwamen de problemen. Eerst werden de Duitsers boos, want dit was racisme van het ergste soort. Vervolgens werd de groep in Turkije omarmd door de extreem-rechtse Grijze Wolven, die in de teksten een hulde zagen aan hun nationalisme. Ze haalden Cartel af van het vliegveld in Istanbul, toen de hiphoppers in Turkije op tournee gingen.

'Wij begrepen niets van Turkije', zegt Ozan. 'Wisten wij veel dat de hiphopringbaardjes die wij dragen in Turkije een uiting zijn van nationalisme. En dan blijkt het internationale hiphopsymbool, de opgestoken wijsvinger en pink, ineens ook het symbool van de Grijze Wolven. Al die jongens daar dachten dat we fascisten waren.'

Het was een bewijs voor hun schizofrene leven in Kreuzberg.

'Wij zijn geen Turken. Wij zijn geen Duitsers. Wij zijn een vreemd soort tussending', zegt Ozan. 'Maar je moet die schizofrenie benutten. De eerste generatie, dat zijn de verliezers. Ik weet dat het leven in Duitsland beter is dan dat in Turkije. We moeten langzamerhand gaan ontdekken wie we eigenlijk zijn.'

Ozan en Erçi E. zijn daarin gedeeltelijk geslaagd. Hun ouders waren relatief welgesteld, kwamen niet uit de arme Turkse migrantenreservoirs. De jongens studeerden en bevrijdden zich uit het keurslijf Kreuzberg. Ze wonen in een 'blanke' wijk. Er zijn meer Turken die dat is gelukt. Ze gaan studeren en worden rijk. Maar het blijven enkelingen.

'Een grote groep losers zal het nooit lukken vooruit te komen', zegt Erçi. 'Die worden agressief. Gaan drugs

dealen. Het is moeilijk om te zien dat je Turkse broeder succesvol is, en jij niet.'

Voor de meisjes en vrouwen in Kreuzberg is het nog moeilijker zich een positie te verwerven. Sommigen vieren hun verworven vrijheidsgevoel bot in het nachtleven, zegt Ozan. Je ziet ze in de Turkse discotheken, uitdagend gekleed en niet van plan zich nog iets te laten vertellen. 'Maar als ze zwanger worden, zijn ze weer afhankelijk van hun familie. Dan vallen ze vanzelf terug op traditie.'

Zo niet Aziza A. Ze is één meter negentig en stapt driest door Berlijn - iedereen kijkt om naar de imposante verschijning in hiphopbroek. Ze heeft moeten vechten om serieus genomen te worden, zegt ze. Maar het is gelukt, binnenkort verschijnt haar eerste cd. Dankzij een tolerante vader, en een Amerikaanse vriend die haar de weg naar de vrijheid wees.

'Ik zat altijd op twee stoelen: een Duitse en een Turkse. Maar nu heb ik mijn eigen cultuur gemaakt.'

Ze is buiten Kreuzberg gaan wonen, want in Kreuzberg is de straat van de mannen. 'Jongens hebben het makkelijk, die komen thuis en gaan weg wanneer ze willen. Meisjes mogen niets. Als ze weggaan van huis kunnen ze nooit meer terug. Turkse ouders zijn bang in Berlijn, nog steeds, en daarom houden ze hun dochters binnen.'

Maar het is moeilijk, beseft ze, haar voorbeeld zal weinig navolging vinden. Eerst moet de hiphop ook de taal van de meisjes worden.

Daar wordt aan gewerkt. De Hiphop Mobil is een gesubsidieerde muziekschool op wielen die middelbare scholieren de kneepjes van de rap bijbrengt. De leerlingen moeten thuis een tekst schrijven, die de docenten van de Mobil op hiphopmuziek zetten. Als de bestelbus een school in Kreuzberg bezoekt, rappen de niet-Turkse meisjes tegen drugs. Maar de zestienjarige Güllü, compleet met hoofddoekje, heeft thuis een heel ander lied geschreven:

Wat hier in Duitsland gebeurt

dat is toch schweinerei

dat laten wij niet zomaar gebeuren

er komt enorme stront

we zullen ons verzetten

tegen die vreemdelingenhaat

De docent klapt, ook al heeft het meisje geen enkel gevoel voor ritme. Hulpverleners hebben de hiphop ontdekt als sociaal redmiddel, of in elk geval als bindmiddel.

Behalve de Hip Hop Mobil is inmiddels ook het Hip Hop Haus actief. In het jeugdcentrum van Michael 'Jarik' Völzke komen dagelijks dertig jongeren, gestoken in hiphopbroeken, model XXL. Het merendeel van de bezoekers is Turks, ook al ligt het Haus een half uur buiten Kreuzberg. Ze komen er rappen, breakdancen en graffiti spuiten - tussendoor probeert Völzke ze aan een baan te helpen. 'De hiphopcultuur houdt hen van de straat. Meer kunnen we niet doen.'

In de muziek vindt de jeugd een identiteit. 'Hiphop is een familie', zegt Völzke, oud-actievoerder, kunstenaar en zelfverklaard maatschappelijk werker. 'Hiphop is een maatschappij op zich, met regels en hiërarchie. De tweede-generatie-immigranten verliezen al hun banden met thuis, de familie waar ze opgroeiden biedt hun niks meer. Wij houden ze van de straat.'

Maar de laatste tijd gaat het vaak mis. Völzke ziet het 'agressieve potentieel' groeien. In Berlijn verstieren groepen Turkse hiphoppers opgefokt de concerten. Ze zijn berucht om hun vechtersmentaliteit. Kunnen ze geen kaartje betalen, dan pakken ze het af onder bedreiging van een mes.

De meeste Berlijnse clubs waar ooit hiphop werd gedraaid, zijn bekeerd tot minder agressieve muziek. Stephan Gray van Club Knaack sloot de deuren definitief voor hiphopbands en hun publiek, na het zoveelste gewelddadige incident. 'Een tijd geleden dachten we dat het een spel was van de jonge Turken. Een beetje uitdagen, vertier zoeken. Hiphop was plezier maken. Maar die tijd is voorbij. Ik weet niet wat die jongens bezielt. Het is hard tegen hard.'

Mijn kop is beneveld

ik ga ongeluk brengen

in mijn kop heerst chaos

ik kan mijn gedachten niet ordenen

langzaam stap ik uit de auto,

mijn vinger aan de trekker

dan vind ik de hond

met één, twee, drie kogels tref ik

de smeerlap

hij heeft zijn straf

en ik keer terug naar mijn wijk.

(Kan.ak, Waarom mijn moeder moet huilen)

Rapper Hakan serveert thee in het koffiehuis van zijn vader. Zomaar een donderdag. Hij baalt, zoals hij altijd baalt. Loopt naar een van de zes gokautomaten, gooit er een muntstuk in, gaat rusteloos zitten.

Aan de muur hangt een portret van zijn vader. 'Onze ouders hebben ons gemaakt tot wat we zijn. Ik veroordeel hen. Niemand heeft ons gevraagd hier te komen leven, het moest van hen. Niemand bood ons hier bescherming. Dit schijtland.'

Hij staat op, loopt naar de bar, kijkt naar buiten. 'Turken horen niet in Berlijn', sist hij. 'Straten vol steen en auto's. Daar worden we agressief van. We zullen de Duitsers en de nazi's verslaan.'

Zijn manager, tien jaar ouder, verontschuldigt zich voor Hakans felle uithaal. 'Toen wij Turken naar Berlijn kwamen, ik was acht, kenden we niets of niemand. De taal was vreemd, de mensen waren vreemd. De Duitse kinderen spuugden naar ons alsof we vuil waren. Toen kwamen we bij elkaar en gingen we tegen hen vechten. Nu hebben zij een probleem met ons.'

Hij maant Hakan tot geduld. Nog even, zegt hij, en we hebben de Duitsers helemaal niet meer nodig. 'Kreuzberg is een stad in een stad geworden, een stadstaat, en dat zal zo blijven.' Als het moet zetten ze er een hek omheen.

'We zijn een volk van handelaren en ondernemers. Nog vijf jaar en elke Turk kan een baan krijgen bij een andere Turk. Onze kinderen zullen niet meer afhankelijk zijn. Onze kinderen zullen het beter krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden