Schetsen uit school

School is een wereld waar buitenstaanders moeilijk binnenkomen. Van je kinderen word je niet veel wijzer. De Franse cineast Laurent Cantet probeert in zijn jongste film Entre les murs zicht te krijgen op het proces in de lokalen....

Gevraagd naar de leeftijd van zijn kinderen, valt de Franse filmmaker Laurent Cantet (47) voor het eerst even stil. ‘Pfff, nu mag ik me niet vergissen.’ Hij neemt een slok van zijn bronwater, in een achterafzaaltje van Hotel Sofitel in Brussel, en lacht – een tikje beschaamd. ‘13 en 16. Ze zijn 13 en 16.’

Zijn schoolgaande kinderen waren de belangrijkste reden voor het maken van Entre les murs, zijn documentair ogende speelfilm over een bevlogen leraar en zijn multiculturele klas, die eerder dit jaar werd bekroond met de Gouden Palm, de hoofdprijs van het festival van Cannes. Met zijn eerdere speelfilms Vers le sud (2005), L’emploi du temps (2002) en Ressources humaines (1999) toonde Cantet ook al zijn engagement, politieke interesse en gevoel voor nuance.

Over zijn drijfveren voor zijn laatste film: ‘Het is een wereld waar je maar moeilijk binnenkomt. Als mijn kinderen uit school komen, kan ik ze vragen wat ik wil, maar het blijft altijd vrij abstract. Ja, het was leuk. Ja, we hebben veel geleerd. Details krijg ik nooit. Ik vind dat jammer: school is de plaats waar je leert denken en redeneren. Een plek waar je systematisch met een groep wordt geconfronteerd; waar je jezelf gaat definiëren. Deze film bood mij de mogelijkheid me in hun wereld te verdiepen.’

Nog voor het draaien van zijn vorige film Vers le sud speelde Cantet, zelf kind van twee leraren, met het idee van een film over het leven op een school. Dat idee kreeg pas vorm toen Cantet een radio-interview gaf. In hetzelfde programma was ook François Bégaudeau te gast, die het boek Entre les murs had geschreven over zijn ervaringen als leerkracht op een school vol probleemkinderen in het ruige, multiculturele 20ste arrondissement van Parijs. ‘François las een paar passages voor, en die stemden overeen met wat ik in gedachten had voor mijn film. Ik wilde ook binnen de muren van de school blijven. Zodat de kijker het reilen en zeilen zelf kan extrapoleren naar de maatschappij.’

Na afloop van de uitzending raakten Cantet en Bégaudeau aan de praat. Het klikte, en de filmmaker zag direct dat er een rol was weggelegd voor de schrijver/leraar. Bégaudeau werkte mee aan het scenario en speelt de onderwijzer. ‘Ik wilde geen typische professor; geen cliché, geen rolmodel, maar een echt mens, met zijn sterke punten en tekortkomingen. François had dezelfde gedachte. We wilden het niet mooier maken dan het is. De film moest een afspiegeling zijn van de Franse samenleving: gevarieerd, rijk en complex.’

Cantet focust op de interactie tussen de onderwijzer en zijn leerlingen uit de vierde klas. Daarnaast toont hij de gesprekken van de klassenraad, tussen leraren onderling en tussen onderwijzers en ouders – alles binnen de muren van de school, een jaar lang. Langzaam leert de kijker iedereen beter kennen. En worden de dilemma’s van de leraar ook de dilemma’s van de toeschouwer: het verlangen om niemand uit te sluiten naast het streven naar discipline, de erkenning van de multiculturele diversiteit naast het onderwijzen van een uniforme cultuur.

De leerlingen worden gespeeld door niet-professionele acteurs. Op een school in het 20ste arrondissement hield Cantet een jaar elke woensdagmiddag open workshops, waarin hij scholieren tussen de 13 en 16 jaar liet improviseren op delen uit het boek van Bégaudeau. Meer dan 50 jongeren probeerden hun geluk; uiteindelijk belandden er 25 in de film. ‘We leerden ze gaandeweg steeds beter kennen. Maar het is zeker niet zo dat de jongeren alleen hun eigen leven naspelen; samen schaafden we aan de personages en gingen we op zoek naar het verhaal.’

Voor de rol van de obstinate Souleymane – de centrale, door Cantet van tevoren verzonnen verhaallijn – wilde hij bij voorkeur geen al te stoere bink, omdat hij bang was dat de kijker dan te weinig sympathie voor hem zou hebben. ‘De scène dat hij voor de tuchtraad verschijnt, was de eerste die ik op papier zette. Daar moet hij voor zijn moeder die geen woord Frans spreekt vertalen wat er allemaal aan onaangenaams over hem wordt gezegd. En vervolgens neemt zijn moeder het toch voor hem op, en valt zijn stoere, coole façade in duigen. Ik wilde per se dat Souleymane zou worden gespeeld door een gevoelige, rustige jongen, niet door een wildebras. Dat maakt de rol veel gelaagder en de film boeiender.’

De jongeren hoefden niet te wennen aan de camera’s. ‘Al tijdens de improvisatieworkshops waren de meesten elkaar constant aan het filmen met hun mobieltjes, of wij nu aan het filmen waren of niet. Doordat we alles met drie camera’s tegelijk opnamen, wisten ze niet precies wanneer ze werden gefilmd. Er ging niet opeens een rood lampje branden als we begonnen en ik riep tot slot ook nooit cut! of iets dergelijks. Dat maakt het zo levendig, en daardoor raakten ze ook niet geblokkeerd als de camera ineens op ze gericht was.’ Cantet filmde ruim 150 uur. De montage koste hem vierenhalve maand.

Tegen het einde van de film (en het schooljaar) vraagt François zijn studenten wat ze het afgelopen jaar hebben geleerd. ‘Helemaal niets’, antwoordt Esméralda, een betweterige spraakwaterval. Na enig aandringen zegt ze dat ze De Republiek van Plato heeft gelezen, over een gast – ‘Die gast heet Socrates’, interrumpeert François haar – die mensen op straat aanspreekt en hen bestookt met vragen, waarmee hij hen al hun zekerheden in twijfel laat trekken.

‘Ik heb lang getwijfeld over die scène. Niet alleen omdat het niet erg voor de hand ligt dat zo’n meisje Plato heeft gelezen, maar ook omdat ik bang was dat het er te dik bovenop zou liggen; dat de scène zou worden gezien als een al te didactische samenvatting van het voorafgaande. Het was Esméralda zelf die me de dag van de opnamen heeft overtuigd. Ze kende Socrates inderdaad niet, maar ze sprak over hem alsof hij een goede vriend van haar was, iemand die ze zelf elke dag op straat tegenkwam. Zo paste het perfect: François werkt op een Socratische manier met zijn leerlingen; hij gaat de dialoog met hen aan en zet hen aan tot nadenken. Dat keert zich ook tegen hem. Maar ik vind niet dat de democratische lesmethode van François heeft gefaald. In mijn film is er geen winnaar of verliezer.’

Entre les murs wordt vaak in één adem genoemd met Être et Avoir, de succesvolle documentaire van Nicolas Philibert over een beminnelijke leraar van een kleine dorpsschool. Cantet zelf ziet echter weinig overeenkomsten. ‘Être et Avoir is een utopisch document, een in nostalgie gedrenkte fabel over een niet meer bestaand Frankrijk. De leraren zijn elkaars tegenpolen; hun visie is totaal verschillend. De een praat tegen, de ander met zijn leerlingen.’

Zijn film is politiek, aldus Cantet, maar dat betekent nog niet dat hij zich met het publieke debat over de stand van het onderwijs wenst te bemoeien. ‘Het is met onderwijs net als met voetbal: iedereen vindt er wel wat van. Hoewel het één natuurlijk niet los kan worden gezien van het ander, praat ik liever over de film dan over het onderwijs. Daarom ben ik bepaalde uitzendingen uit de weg gegaan; voor je het weet word je opgevoerd als expert. Dat ben ik niet. Ik ben filmmaker. Ik wilde een beeld schetsen, het laten zien zoals het is. Zodat iedereen vervolgens zelf zijn conclusies kan trekken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden