Schetsboek van Van Gogh: spectaculaire vondst of merkwaardige imitatie?

Is het waar, dan is het een buitengewone spectaculaire vondst; is het níet waar, dan is het een buitengewoon merkwaardige imitatie: een schetsboek met 65 tekeningen van de schilder Vincent van Gogh uit diens tijd in de Provence. Het schetsboek wordt deze week in Nederland uitgebracht door uitgeverij Terra, en tegelijkertijd door toonaangevende uitgeverijen in Frankrijk, Duitsland en Engeland. Volgens het Van Gogh-museum zijn de schetsen niet door Van Gogh gemaakt.

Zelfportret met strohoed Juli of augustus 1888, Arles Beeld éditions du Seuil

Het schetsboek, dat 126 jaar onopgemerkt zou zijn gebleven, werd onderzocht en van een inleiding voorzien door Bogomila Welsh-Ovcharov, een kunsthistorica verbonden aan de universiteit van Toronto die eerder publiceerde over Van Gogh. Kunsthistoricus Ronald Pickvance, specialist op het gebied van Franse 19de-eeuwse kunst en verbonden aan de University of Glasgow, spreekt van 'de meest revolutionaire ontdekking in de geschiedenis van Van Goghs oeuvre.'

In een vernietigend persbericht van het Van Gogh Museum, de erkende autoriteit inzake Van Gogh-toeschrijvingen, staat dat het museum het album in 2008 en 2012 zowel op foto als in het echt bekeek, en de tekeningen als onecht beschouwt.

De lancering van de werken ging met de nodige geheimzinnigheid gepaard. Enkele maanden geleden al werd de publicatie van Het Schetsboek uit Arles aangekondigd, maar was van verdere toelichting geen sprake. Vorige week werd een pdf van de publicatie beschikbaar gesteld, zij het met slechts zeven van de vijfenzestig reproducties. De rest werd gistermiddag getoond op een persconferentie in Parijs. Afgelopen zondag stond Bogomila Welsh-Ovcharov in Amsterdam de Nederlandse pers te woord.

Tekst loopt door onder schets.

Wonderlijke geschiedenis

De geschiedenis van het brouillard (ofwel: kasboek), zo gaf ze toe, is een wonderlijke. Het zou in 1888 door het echtpaar Ginoux van het Café de la Gare, het etablissement waar Van Gogh indertijd vier maanden onderdak vond, aan de schilder cadeau zijn gedaan. Twee jaar later, in 1890, zou het door dokter Félix Rey (de arts die Van Gogh behandelde aan zijn oor en die hem in het gesticht zou hebben bezocht) als geschenk aan het echtpaar zijn gegeven, waarna het door een ongelukkig toeval in de opslag van het café belandde.

Pas nadat Arles in de Tweede Wereldoorlog was gebombardeerd en delen van de Place Lamartine weren verwoest, werd het boek herontdekt door de moeder van de huidige eigenares. Welsh Ovcharov, die het boek drie jaar geleden via een tussenpersoon onder ogen kreeg: 'Toen ik de eerste tekening (een cipres) zag reageerde ik als door de bliksem getroffen. Het voelde alsof ik een diamant op de grond zag liggen. Ik herkende direct het meesterschap en de virtuositeit, de techniek, de kunde, de transcenderende kwaliteit ervan, dat vooral. Ik dacht ook direct: dit kán niet het werk van een vervalser zijn.'

Het van Gogh Museum in Amsterdam is daarvan alles behalve overtuigd. Het wantrouwt de herkomstgeschiedenis. Zo vindt het museum het onwaarschijnlijk dat dokter Rey contact onderhield met Van Gogh nadat deze in de inrichting was opgenomen. Bovendien zou het echtpaar Ginoux in 1896 naar eigen zeggen 'geen enkele tekening van Van Gogh in zijn bezit hebben'.

Welsh-Ovcharov: 'Het echtpaar was ziek op het moment dat het boek werd teruggebracht. Daarna verdween in het in de opslag van het café. Daar bleef het onopgemerkt. Dat kon gemakkelijk gebeuren. Niets aan de buitenkant bewees dat het om een tekenboek ging.'

Als Welsh-Ovcharovs verhaal klopt dan zou het brouillard het vijfde bekende intact gebleven schetsboek van Vincent van Gogh zijn. De vier eerdere exemplaren dateren van Van Goghs verblijf in Nuenen, Antwerpen, Parijs en Auvers-sur-Oise. Ze zijn gevuld met schetsen en figuurstudies, en soms ook met verder uitgewerkte composities (Antwerpen en Parijs), en werden eerder gepubliceerd als facsimile uitgave. Ook het nieuwe boek wordt wereldwijd gepubliceerd.

Boten op zee, Saintes-Maries-de-la-Mer 30 mei ¿ 3 juni 1888, Saintes-Maries-de-la-Mer Beeld éditions du Seuil

Inktsoort

Het origineel van dit boek heeft een verweerde kaft en meet 40,5 bij 26 centimeter. Het bevatte ooit 65 tekeningen waaronder een tiental portretten op halfblad: café-uitbaters Joseph en Marie Ginoux, La Mousmé (een Japans meisje), kunstenaar Paul Gauguin en Van Gogh zelf. Verder een reeks landschappen, drie schetsen van Het Gele Huis en een tweetal tekeningen van boten op het strand van Saintes-Marie-de-la Mer. Ook zijn er stillevens: uien, aronskelken, waarvan enkele weergegeven tegen abstracte, in de verte op Picasso's latere kubistische collages lijkende achtergronden.

Veel van de afgebeelde personen, plekken en objecten waren eerder te zien op Van Goghs bekende tekeningen en schilderijen (zoals de brug van Langlois), sommige zouden directe voorstudies van bekende schilderijen zijn. De acht tekeningen van cipressen zouden vooraf zijn gegaan aan het grote schilderij Cipressen, nu in het Metropolitan Museum. De getekende amandel-bloesems aan het gelijknamige schilderij in het Van Gogh Museum.

Volgens het Van Gogh Museum zijn er veel redenen om aan te nemen dat de tekeningen niet authentiek zijn - variërend van de gebruikte inktsoort (die sterk verschilt van de paarse en zwarte inkt waarmee Van Gogh werkte) en topografische vergissingen (een onjuiste weergave van de inrichting in Saint-Rémy), tot de afwezigheid van ontwikkelingen in de iconografie en afwijkingen in de basale technische vaardigheden van de maker. Wat dat laatste aangaat: de experts van het Van Gogh Museum noemen de tekentrant 'monotoon, onbeholpen en krachteloos'. Ook Van Goghs veel geroemde 'licht-donker tegenstellingen' en 'samenhang' zouden ontbreken in de tekeningen.

Welsh-Ovcharov: 'Van Gogh experimenteert hier met het ritme van de lijnen en vlakverdeling. Vergeet niet: deze werken zijn gemaakt zonder perspectiefraam. En in zeer korte tijd. De tekeningen zijn niet bedoeld als voltooide composities. Het zijn eerder droedels.'

Veld zonnebloemen Augustus-september 1889, Saint-Rémy-de-Provence Beeld éditions du Seuil

Droedels

Weinigen hebben deze 'droedels' tot nu toe gezien. Welsh-Ovcharov werkte voornamelijk samen met één expert, Ronald Pickvance. Hij verzorgde onder meer een publicatie over Vincent van Gogh in Arles voor het Metropolitan Museum in New York. Pickvance noemt Welsh-Ovcharovs ontdekking in zijn inleiding 'gedenkwaardig' en de herkomstgeschiedenis 'overtuigend'.

Ook stelt hij dat het schetsboek moet worden gezien als op zichzelf staand. 'Toen ik in 1989 een bijdrage schreef voor een catalogus ter gelegenheid van de catalogus van Van Goghs tekeningen, betreurde ik dat er geen schetsboeken uit Arles en Saint-Rémy waren teruggevonden. Die leemte is nu majestueus opgevuld.' En: 'Deze ontdekking voegt heel wat informatie toe aan wat we weten over Van Goghs keuze van onderwerpen en motieven en over de verschillende stijlmiddelen die hij gebruikte'.

Dat het Van Gogh Museum de werken niet erkent vindt Welsh-Ovcharov geen reden om de werken niet te publiceren: 'Ik wil de discussie over dit werk aangaan. Het museum heeft er in het verleden vaker naast gezeten. Zij zijn niet de enige autoriteit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden