Scherper en beter

Rapper Ali B is de Marokkaan voor wie geen blanke Nederlander bang is. Vorige week verscheen Petje af, zijn tweede album....

Ali Bouali, beter bekend als de rapper Ali B, zit achter het stuur van zijn Opel Vectra en citeert even uit eigen werk:

Als je leven stilstaat, wordt het tijd om te duwen.

Met alle kracht die je hebt, en je zult slagen.

Zorg dat je trots bent wanneer je terugbladert.

Terzijde: ‘Dit is metaforisch heel sterk.’ Zijn vinger benadrukt elke lettergreep.

Ook al heb je hier en daar een zwarte bladzijde.

Als je klimt naar de top kun je ook weer afglijden.

Maar geef niet op, want je bent een rastijger.

Een realist is iets anders dan een zwartkijker.

Dan is de auteur van die stichtelijk regels even stil. ‘De realist is mijn favoriete nummer van de cd omdat het iets over mij zegt.’ Ali Bouali is die realist. En als er iemand is die ondanks ‘hier en daar een zwarte bladzijde’ naar de top is geklommen, is het wel de Nederlands/Marokkaanse rapper uit Almere.

Successtory in een notendop: Marokkaans jochie, geboren in Zaanstad, verhuist eerst naar Amsterdam en daarna, op 14-jarige leeftijd, met zijn gescheiden moeder naar Almere. Hij leeft er op straat; het gaat van kwaad tot erger. Beetje blowen, beetje stelen, beetje dealen, een gokverslaving. Het rapvirus is wel aanwezig, maar de discipline nog niet. Totdat zijn moeder hem naar Marokko stuurt om tot inzicht te komen. Ali vindt God/Allah; de rest is geschiedenis.

Met bijna dertigduizend verkochte exemplaren van zijn debuutalbum Ali B vertelt verhalen van de straat, een goed lopende stand-upshow, werd hij de populairste rapper van Nederland. Nu is hij op weg naar zijn eigen, pas gekochte huis in een in aanbouw zijnde vinexwijk in Almere. Ali woont niet meer bij zijn moeder.

Ali B is de Marokkaan waar geen blanke Nederlander bang voor is, een lieve, bijdehante jongen met hertenogen, een knuffelallochtoon die al jaren niets anders heeft gestolen dan een kusje van de koningin. Inmiddels is hij in het bezit van de hoogste sociale status die een jonge Marokkaan hier kan bereiken: ideale schoonzoon.

En Ali geeft graag. Goede doelen en ideële instellingen als War Child, Amnesty International, Plan Nederland, Novib en het Aids Fonds konden rekenen op zijn steun en gezicht – tot de exposure te groot werd. De rapper deed het rustig aan en werkte aan zijn nieuwe album, dat vorige week uitkwam. En waar hij op zijn vorige cd verhalen van de straat vertelde, behandelt hij nu het Irak van Bush (Bij bosjes), milieuvervuiling (Dit gaat fout) en kinderprostitutie (Het kind), want in de tussenliggende periode heeft hij zijn werkterrein verlegd van het buurthuis naar de wereld.

De plaat heet Petje af. Ook Ali Boumbali was een optie. ‘Maar dat Boumbali is een te negatieve term. Ik wilde iets positiefs.’ Hij overwoog Evolutie B. ‘Om mijn persoonlijke groei aan te geven.’ Totdat iemand op het even simpele als briljante Petje af kwam. ‘Ik dacht wacht eens even, dat werkt op twee manieren. Ik draag nu geen petje meer. Dat hoorde bij mijn oude image. Nu heb ik mijn haar laten groeien. Ik wilde het altijd in een staartje, net als de voetballer Ronaldinho, maar dat mocht niet van mijn moeder.’

Hij heeft zich verder ontwikkeld. Hij schreeuwt niet meer, want dat vindt hij een teken van onzekerheid. Hij is rustiger geworden als persoon; slimmer en tactischer, scherper en beter.

Bij het stoplicht zoekt hij naar een geschikte vergelijking. ‘Hmm, kijk, het is net zoals met die Batman van vroeger, van tv. Die was wel goed, maar een beetje suf. Die laatste, uit de film, is veel beter, veel toffer.’

Eenmaal aangekomen bij huize B, in een wijk waar de beloften van modern wonen nog staan opgehoopt in bergen zand en baksteen, wordt hij meteen herkend. In de auto ontvouwt zich een warme ontmoeting van buren. Buurman X groet buurman B. Buurman B groet hartelijk terug, terwijl het dochtertje van X verlegen wegduikt op de achterbank. De charmante rapper neemt de gelegenheid te baat om even te flirten met het meisje: ‘Wat is ze moooooi.’ De oude Ali B is er nog.

Yo, ik leef niet voor hiphop, ik leef voor mijn familie.

Elke dag zorgen voor mijn moeder is mijn missie.

Veel van jullie sukkels smoken wiet als een hippie.

Ondertussen maak ik sprongen in de scene als Skippy.

Het is de directeur, de fokking baas der bazen.

Ik breng die terreur als je me plaats wilt kapen.

In het titelnummer van zijn nieuwe album wil Ali nog fel van leer trekken tegen collega-rappers en andere criticasters die hem van alles verwijten – een softe houding, een onbevredigbare mediageilheid. Maar op zijn privéterrasje is hij net zo kalm als het aangrenzende water. Kritiek trekt hij zich alleen aan als die onderbouwd is. ‘Zo gauw ze aan mijn intenties twijfelen, neem ik ze niet serieus.’

Maar zelfs als zijn intenties de afgelopen jaren niet in het geding waren, wekte zijn alomtegenwoordigheid wrevel. Ook het steeds maar opdraven in de media voor goede doelen moest het ontgelden; het begrip Ali B-moeheid deed zijn intrede. Kees de Koning, platen baas van het hiphop-platenlabel Top Notch, liet zich in Vrij Nederland ontvallen Ali te hebben opgebeld nadat hij hem een week lang niet op tv had gezien. Hij maakte zich zorgen; of de rapper misschien ziek was. En zelfs de secretaris van de Stichting Bomen Over Leven, waarvan Ali ambassadeur is, merkte in de Nieuwe Revu op: ‘Je kunt de televisie niet meer aanzetten, of je krijgt Ali B als testbeeld.’

‘Ik doe gewoon wat ik denk dat goed is en laat me niets door niemand opdringen’, zegt dat testbeeld. ‘Je wilt niet weten hoe eigenzinnig ik ben. Ik heb gewoon altijd al die drang gehad om de wereld te verbeteren, lang voordat ik ging rappen. Dus toen ik de gelegenheid kreeg, heb ik die met twee handen aangegrepen.’

Toch: werd hij niet doodziek van al die kritiek?

Droog: ‘Nee, ik word nooit doodziek.’

Kan hij zich dan voorstellen dat mensen hun bedenkingen hadden bij zijn alomtegenwoordigheid?

‘Tuurlijk, maar ik kan me ook goed voorstellen dat ze niet de tijd hebben genomen om me te leren kennen.’ Ali B is onverstoorbaar. ‘Als mensen ervan genieten om mij te bekritiseren, waarom zou ik ze dat dan willen afnemen? Ik wil dat zij net zo gelukkig zijn als ik.’

Ali B heeft een chronische goedgemutstheid die hij als een teflonlaag bij zich draagt. Weinig kan hem nog kwetsen, zegt hij.

Goed, er was een moment dat hij zelf ook het idee had het genoeg was. ‘Toen realiseerde ik me: hee, ik heb alles gezegd wat ik wilde zeggen. Nu heeft iedereen me wel gehoord. Ik ben met al die mediaoptredens opgehouden op het juiste moment, omdat ik het zelf wilde. Niet omdat iemand als Kees de Koning of de media dat van me verwachtten.’ Hij wil nu vooral dingen openlaten; hij doet niet aan langetermijnplanning. ‘Maar ik zie wel mogelijkheden zweven.’

En dan heeft de rapper zelf ook wat kritiekpuntjes; op die ‘letterhuurlingen’ bijvoorbeeld die alles doen voor een lekker stukje:

Ik loop heel relaxt met mijn fototoestel.

En check hoe drama verkoopt voor goed geld.

Allemaal verdiend met shit-interviews.

Ik rijd een gruwelijke bak spiksplinternieuw.

Ik ben geen journalist, ik ben een journapist.

Die elke dag voor zijn brood geouwehoer verzint.

Het nummer De journalist is geen algemene aanval op de journalistiek, maar bekritiseert wel de manier waarop die op een verregaande manier ‘sfeerbepalend en beeldvormend’ is en tot vooroordelen zou leiden.

Want waarom moet, elke keer als er problemen zijn met Marokkaanse jongens, hun afkomst worden vermeld? Tegenwerpingen dat een probleem dat specifiek bij Marokkaanse jongeren in de grote stad speelt ook als zodanig benoemd moet worden, gaan er bij hem niet in.

‘De media hebben juist aan dat beeld bijgedragen. Nu wordt iedere Marokkaan die op straat hangt met een scheef oog aangekeken. Dat is enorm demotiverend. Moet ik ervoor opdraaien als andere gasten iets hebben uitgevreten?’

De rapper die zichzelf weleens met milde zelfspot de goed-nieuws-Marokkaan noemde, pleit voor een nieuwe journalistiek waarin goed nieuws óók nieuws is. ‘Want dat geeft hoop en energie.’

Het lijkt er soms op dat hij met zijn goededoelenwerk het imago van een hele groep probeert te verbeteren. Maar, zegt hij, ‘zo denk ik niet. Ik geef mijn mening, maar ik ben geen voorbeeld of spreekbuis voor welke groep dan ook. Als ik al een voorbeeld ben, is dat alleen maar door mezelf te zijn.’

Wellicht dat de omstandigheden meehelpen. Nadat Ali vorig jaar de Popprijs 2004 had gewonnen, beweerde Trouw-columnist Sylvain Ephimenco dat Ali B zo succesvol was omdat hij de juiste Marokkaan op de juiste plaats op het juiste moment was – het diapositief van autokrakende schoffies en Mohammed B.; de model-Marokkaan waar blank Nederland juist naar snakte in een tijd dat er alleen slecht-nieuws-Marokkanen bestonden.

Ali B: ‘Dat zou best kunnen. Mijn doelgroep is ook autochtoon. Je ziet dat ook blanke ouders hun greep op kinderen kwijt raken. Ze merken dat hun kinderen van rap houden en ook hiphopbewegingen gaan maken. Dan is het, denk ik, geruststellend voor ze om mij te zien.’

Misschien moet de vraag anders worden gesteld: denkt hij dat hij als rapper net zo veel succes zou hebben als hij geen Marokkaan was?

‘Weet je, er is een onderzoek gedaan om te kijken of ik nou populair ben door mijn knuffelgehalte, of om wat ik doe. Daaruit blijkt dat het niet alleen maar komt doordat ik Marokkaan ben. Je houdt het echt niet zo lang vol als ik, puur vanwege je afkomst.’ Ja, hij kan er wel gaan zitten filosoferen over het hoe en waarom van zijn populariteit. ‘Maar wat heb ik daaraan? Ik kan die innerlijke dialoog van mensen toch niet horen.’

En uiteindelijk wil hij maar drie dingen – nee, niet eens succes. ‘Dat heb je toch niet in de hand.’ Ali B wil muziek maken, voetballen en lekker eten. En misschien ook dat gevoel hebben dat je elke dag het beste uit jezelf haalt.

‘Het klinkt misschien Jomanda-achtig, maar ik ben nu zo dankbaar. Zelfs als ik nu alles zou verliezen, zou ik nog gelukkig zijn.’

De deurbel onderbeekt zijn betoog. Ze moeten weer wat van Ali B. Even later komt hij terug. Een grijns van oor tot oor. Kinderpostzegels op de stoep. Heeft hij wat besteld? ‘Tuurlijk man, ze doen toch hartstikke goed werk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden