Schermslaven, word wakker!

Oproep tot digitale onthouding

Filosoof Schnitzler en voormalige internet-ondernemer Keen zien beiden in het digitale tijdperk een nieuwe klassenstrijd ontstaan.

Beeld Io Cooman

Zie ze tikken en swipen, zie ze met hun koptelefoons op hun oren, zie ze fotograferen en bellen en rennen met hun mobieltje als grote aanjager: de mensen zijn er maar druk mee, met de moderne technologie. En de grote grap is: ze zwoegen en zwoegen en doen dat allemaal voor niets. Intussen verdienen de Googles en Facebooks van deze wereld miljarden aan alle gegenereerde data. De consument is onbezoldigd medewerker geworden.

Filosoof Hans Schnitzler kan zich daar in mooie bewoordingen over opwinden. Woensdag presenteerde hij zijn essay Het digitale proletariaat, waarin hij beschrijft hoe de digitale consument is 'gereduceerd tot welwillende systeemslaaf in dienst van het technocratisch grootkapitaal'. En dat is reden voor alarm.

Digitaal onbehagen

Schnitzler, eerder columnist van de Volkskrant, betoogt dat de situatie vergelijkbaar is met die van eind negentiende eeuw, toen Karl Marx de proletariërs aller landen wakker schudde. Toen waren het de nieuwe industriële bedrijven die zich de lichamen van de arbeiders toeëigenden, nu zijn het de nieuwe digitale bedrijven die zich hun geest toeëigenen. Het doel: de productie van gewillige consumenten. Verzet is net als toen hoognodig, vindt Schnitzler: de menselijke waardigheid staat op het spel.

Het is zeker niet de eerste keer dat het digitale onbehagen wordt beschreven. Er kan een kleine boekenkast worden gevuld met de techniekkritiek van de afgelopen jaren - van de dystopische fictie van Dave Eggers tot de doemscenario's van Evgeny Morozov. Maar Schnitzler fundeert zijn fraai geformuleerde zorgen op de pijlers van de techniekfilosofie, waardoor zijn verhaal weliswaar abstracter maar ook grondiger wordt. Dankzij Silicon Valley zijn we in de ultieme 'technotoop' van de Franse denker Jacques Ellul beland, een wereld waarin de techniek onze mogelijkheden bepaalt.

Ongeleid projectiel

Nou en, prachtig toch? Dankzij internet en ons mobieltje hebben we alle kennis en al onze kennissen altijd onder handbereik. Wat wil je nog meer? Schnitzler (een 'vrolijke twitteraar') erkent dat de techniek veel heeft gebracht. Sterker: een mens is mens dankzij de techniek. Maar volgens hem dreigt de digitale revolutie 'het evenwicht tussen de mens en zijn artefacten' te verstoren. Het grote probleem is dat techniek altijd een ongeleid projectiel is. 'Apparaten vertonen de onhebbelijke eigenschap zich te lenen voor andere toepassingen dan de bedenkers hadden voorzien', schrijft hij. Internet, ooit door Tim Berners-Lee bedacht als heilzaam middel om mensen dichter bij elkaar te brengen, is daarvan het ultieme voorbeeld.

Internet is nog steeds omgeven met de utopische woorden uit de beginjaren. Democratie, transparantie, zelfbeschikking, spreiding van macht. Doordat consumenten hun ziel en zaligheid blootgeven aan internetbedrijven zijn ze 'datasubjecten' geworden die te profileren, te sorteren en uiteindelijk te manipuleren zijn. Het doel van de 'grootdatabezitters', signaleert Schnitzler, is om ons zo voorspelbaar mogelijk te maken - waarmee we van mens tot ding worden gereduceerd. Dat is dezelfde ambitie die totalitaire staten hebben. En de ironie, zegt Schnitzler, is dat wij, proletariërs, daar vrijwillig aan mee werken.

Economische gevolgen

Je kunt tegenwerpen dat lang niet iedereen zich daarvoor leent. Genoeg mensen die niet de hele tijd zitten te liken en te twitteren, die geen filmpjes kijken op YouTube en hun boeken gewoon in de winkel op de hoek kopen. Die hebben geen last van de techno-dictators, zou je denken.

Maar dan moet je het nieuwe boek van Andrew Keen er ook even bij pakken. In The Internet Is Not the Answer schetst hij de economische gevolgen van de digitale revolutie uit Silicon Valley. Terwijl Schnitzler zich vooral zorgen maakt over de gebruikers van de nieuwe technologie, ziet Keen een nieuw proletariaat ontstaan doordat oude praktijken overhoop worden gehaald. Keen, een Britse voormalige internetondernemer die zich heeft ontpopt tot een van de belangrijkste critici van Silicon Valley, bezoekt onder meer de spookstad Rochester, waar ooit de fotofabrieken van Eastman Kodak tienduizenden mensen werk verschaften. Weggevaagd door Instagram, met vijftig werknemers.

Nieuwe klassenstrijd

Keen wijst op de ongelooflijke sociale verschuivingen die 'neutrale' technologische innovaties met zich meebrengen. De over de hele wereld verspreide welvaart van taxichauffeurs en boekhandelaren en andere leden van de middenklasse wordt door internet gecentraliseerd bij een elite van ondernemers en geldschieters in San Francisco en omgeving. De techniek is misschien nieuw, schrijft Keen, maar uiteindelijk draait het gewoon om macht en geld. En die is geconcentreerder dan ooit. Internet maakt de verschillen groter dan ooit. Ook Keen ziet een nieuwe klassenstrijd.

Met zijn reportages, ontmoetingen, anekdotes en harde cijfers vult Keen de filosofische analyse van Schnitzler naadloos aan. Beiden roepen op tot een vergelijkbare vorm van verzet: periodieke digitale onthouding (Schnitzler) en digital detox (Keen). Daarnaast zoekt Keen het in een sterke staat die de burger beschermt tegen de grote molochen - of die zelfs in stukken breekt. Zoals dat ook na de industriële revolutie van de negentiende eeuw is gebeurd. Pas door politieke ingrepen wordt technologische vooruitgang ook echte vooruitgang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.