Scheppers heb je hier niet, wel opscheppers Piet Noordijk speelt al vijftig jaar zichzelf

Sinds saxofonist Piet Noordijk in de VUT zit, speelt hij beter dan ooit. 'Met alle respect voor die fantastische orkesten, maar een jazzmuzikant loopt niet gillend van enthousiasme rond als hij het Songfestival moet begeleiden.' Tegenwoordig doet Nederlands beste altist weer lekker wat hij wil....

DE ROTTERDAMSE altist Piet Noordijk, volgens velen de grootste jazzsaxofonist van ons land, is op 25 mei 65 geworden en zit vijftig jaar in het vak. Het Nederlands Impresariaat organiseert daarom een tournee, en VIA Records brengt een cd uit, onder de noemer Piet Plays Bird!, met zijn kijk op de muziek voor jazzgroep en strijkers van zijn grote idool: Charlie Parker.

'Parker is altijd de grootste stimulans voor me geweest, maar ik ga Parker niet naspelen. Dat kan niemand. Moet je ook niet proberen. Als ik zo kon spelen als Charlie Parker, zou ik het niet doen, daar zou ik geen vrede mee hebben. Uiteindelijk moet je toch jezelf zijn.

'Ik ben begonnen met m'n broer Tonny, die fantastisch drums speelde, in een knijpie in Schiedam waar Noorse zeelui kwamen die alleen maar zopen. Met m'n andere broer Kees, die tenor speelde en accordeon, heb ik het klarinetconcert van Artie Shaw uitgevoerd, in een kroeg op de Diergaardesingel. En we hadden een kwintet waarmee we in alle grote nachtclubs van Nederland speelden, in een tijd dat mensen daar nog naar muziek kwamen luisteren. Ik heb me daar nooit te goed voor gevoeld. Voor dansschool Meyer et Fils hier in Rotterdam speelde ik, de baas was gek met klarinettist Buddy DeFranco. Maar ik wou er best een Engels walsje tussendoor doen. Het is natuurlijk prettig als de mensen luisteren, maar het moet niet zo zijn van allemaal je kop houden want we gaan nu jazz spelen. Ze moeten luisteren omdat ze het mooi vinden.

'Ik heb op het conservatorium m'n klassieke diploma gehaald, voor klarinet, maar als je daar toen het woord jazz liet vallen keken ze je raar aan, en ik ben uit het Rotterdams Kamerorkest gezet omdat ik me ook met jazz bezighield.

'Ik geef nu zelf nog één dag in de week les op het Utrechts conservatorium, omdat ik het belangrijk vind jonge mensen te helpen de goeie richting uit te gaan. Je kan wel gaan zitten denken en voelen, maar als de techniek er niet is, houdt het op. En je moet vlot noten kunnen lezen, op de hoogte zijn van de akkoordenschema's en allerlei toestanden. Het is niet echt een jazzopleiding die ze van me krijgen. Want ik vind dat je iemand zo moet helpen dat-ie er z'n hele leven mee kan doen. Dat-ie z'n boterham ermee kan verdienen, en dan moet je concessies doen. Je volgt ook geen tandartsopleiding om putjesschepper te worden. Ze moeten zich muzikant kunnen noemen als ze klaar zijn, en overal terecht kunnen.

'Hun individualiteit ontwikkelen moeten ze zelf doen, want daar heb ik ook nooit les in gehad. Als dat er is komt het heus wel, en als het er niet is komt het nooit. Je kan geen jazzmuzikanten maken, dat kan niemand op de hele wereld niet. Je kan het de talenten alleen makkelijker maken, want wij moesten eerst allemaal het wiel uitvinden. Hoeveel saxofoonleerlingen zullen er nou per jaar in Nederland afstuderen? Ik weet het ook niet, maar het zijn er veel. Daarvan is er op alt één goed bezig, dat is Ben Herman. In vijftien jaar conservatorium.

'Dan kun je wel zeggen dat die scholen het niet goed doen: nee. Kijk, vroeger, ik heb het nou over veertig jaar geleden, had je zoveel verschrikkelijk slechte muzikanten dat het een wonder was dat die mensen hun vreten konden verdienen. Echt superslechte muzikanten die niet wisten hoe ze hun instrument moesten in- of uitpakken. Die hadden dan een drum gekocht, op de mart of zo, en die gingen daar achter zitten met een fles jenever en gaven er wat klappen op. Dan zongen ze wat door zo'n hoorn, en dan waren ze muzikant. Kijk, dat bestaat niet meer, en dat komt door de muziekscholen. En niet iedereen wordt solist, daar moet je toch uitverkoren voor zijn. Ik leid ook mensen op die een hele goede eerste alt kunnen worden, zoals ik veertien jaar ben geweest in het Metropole Orkest.

'Ik heb dus altijd commercieel werk ernaast gedaan, want muzikant is het enige vak wat ik heb, en ik moest m'n boterham verdienen. Ook toen ik in het kwartet met Misha Mengelberg zat, tussen '64 en '67. Destijds zat ik in een soort Latin-orkest van Tom Kelling, daar ben jij misschien een beetje te jong voor, maar dat was toen een hele populaire man, daarmee speelde ik op recepties en weet ik het allemaal. En de andere dag zat ik bij Misha. Ik heb wel even meegedaan met de richting die de jazz toen uitging, maar ik had daar verder geen zin in. Ik moest vuurwerk afsteken en zo, dat was de tijd van die Vietnam-toestanden, en er werd ook vreemde muziek gespeeld waar ik niet helemaal achter stond.

'Misha en Piet, dat is altijd een haat-liefdesverhouding geweest, maar als we nu ruzie hebben is het na een uur weer goed. Toen is het geëscaleerd, ja, en ben ik er even mee gekapt. Vijfentwintig jaar, haha. Toen hebben we opnieuw een jaartje samengewerkt. En wie weet gebeurt dat ooit wel weer.

'Je hebt van die modernisten waar je echt hard gillend bij wegloopt. Strijkers die gaan zitten krassen met de achterkant van de strijkstok. Ik vind dat zoekplaatjes, interessant willen doen. Mij zegt het niks. En ik vind dat niet nieuw. Er gebeuren in die moderne muziek ook fantastische dingen, maar in de klassieke muziek is dat allemaal al eens gepasseerd. Stravinsky en zo.

'Ornette Coleman, dat was geen vernieuwer. Parker wel, die speelde totaal anders dan iedereen, op elk gebied. Dat heeft-ie zelf aangevoeld, niet uitgedacht maar aangevoeld. Net als Duke Ellington en John Coltrane was hij een schepper. En daar zijn er maar verrotte weinig van. Zeker in Nederland. Dat is een uitspraak van me: ''Scheppers heb je hier niet, wel opscheppers, daar sterft het van.''

'Het gaat me niet te ver, die free jazz, zo is het niet. Ik ga er gewoon een stukje in mee en dan vind ik het niet mooi meer. Ik ben een gevoelsmuzikant, dat kun je horen. Jazz maak je niet voor de commercie, dus als ik het niet mooi vind, maak ik die jazzmuziek natuurlijk niet. Jazz moet wat te betekenen hebben.

'Sinds ik in de VUT zit, sinds 1992, speel ik beter dan ooit. Vraag het maar aan anderen. Ik heb daar wel een verklaring voor. Ik kan wel stellen dat ik in die vijftig jaar voor tachtig procent muziek heb moeten maken die door een ander werd opgelegd. Met alle respect voor al die fantastische orkesten waar ik ingezeten heb, het Metropole, de Skymasters, de bands van Tony Nolte en Ruud Bos, maar een jazzmuzikant loopt niet gillend van enthousiasme rond als hij het Songfestival moet begeleiden. Nu is die druk weg, en de dag nadat ik met de VUT ging dacht ik al: hè, nou ga ik lekker spelen wat ìk wil, met m'n eigen kwartet, en nou komt er geen orkestleider naar me toe, of baas van een nachtclub die zegt: Dit niet, of godsamme dat niet, nee: Dát wel. Dan is het toch duidelijk dat je beter gaat spelen?

'Je gaat ook beter klinken als je met reuzen speelt. Vorig jaar stond ik opeens op een podium met bassist Ray Brown. Iedereen speelde als duivels, alleen door de inbreng van die man. Daar leef je voor. En ik heb d'r wat meegemaakt, van Les McCann tot noem maar op, Oliver Nelson. . .

'Weet jij wat naast Parker de grootste jazzmuzikant is die de wereld ooit gehad heeft? En nou ga je schrikken: Frank Sinatra. Die gaat zichzelf niet presenteren als jazzmuzikant, hij kijkt wel link uit, maar vooral live, je valt in elkaar hoor, of hij van een andere planeet komt. Nou zul je zeggen: hij improviseert niet. Dat heeft er níks mee te maken. Je kunt improviseren met één lange noot. Een ander heeft er een miljoen nodig. Wat is nummer één in de jazzmuziek? Timing, juist. Er zijn maar heel weinig jazzmuzikanten met de timing van Frank Sinatra. Daar had ik nou nog wel eens een ballad mee willen spelen.

'Met die jonge jongen, Wynton Marsalis, heb ik ook gejamd. Hij had net om de hoek een ton verdiend op een groot festival, toen kwam hij voor niks meespelen in een gewoon kroegie. Fantástisch. Hij ging maar door, maar ik moest het schip verlaten, want m'n auto stond in de parkeergarage, en ik dacht: sorry, als ze die om één uur dichtgooien kom ik niet meer weg, en dan stá ik hier in Maastricht.

'Kijk, Wynton is natuurlijk hartstikke tof, maar het is geen Miles en het is geen Dizzy. Het is qua jazzgevoel ook geen Freddie Hubbard, en dat was ook geen vernieuwer want die had het weer van Clifford Brown. Dát was een meestertje. Iedereen zit toch al jaren te wachten op iemand die zo godsliederlijk goed is dat de hele jazzwereld ervan op z'n kont valt. Want het staat al een hele tijd stil.'

Piet Plays Bird!, tournee Piet Noordijk kwartet met trompettist Benny Bailey en strijkkwartet o.l.v. Ernö Olàh: De Harmonie, Leeuwarden (14 nov), De Leeuwenbrug, Deventer (21 nov), Schouwburg, Gouda (22 nov), Nick Vollebregt's, Laren (27 nov), Culturele Kring, Houten (28 nov); de tournee duurt tot eind januari 1998.

Cd:

Piet Plays Bird! Via Jazz 9920302 (verschijnt volgende week).

Op maandag 17 november is Het Uur van de Wolf op Nederland 3 geheel gewijd aan Piet Noordijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.