Schemergebied vol slapstick en horror

Beeldend kunstenaar Aernout Mik werkt in een dubbelzinnig tussengebied. Zijn beelden, een mengeling van film, architectuur, sculptuur en computertechnologie, bieden openingen naar een niemandsland: midden in de stad, in een vergaderzaal, een politiebureau of een ziekenhuis....

ZOALS gedragswetenschappers transparante labyrinten bouwen voor ratten, om door de glaswanden heen het aanpassingsvermogen of de toenemende nervositeit van de rondstruinende beestenbende te kunnen peilen, zo bouwt Aernout Mik decors voor de medemens. Zijn ingrijpen op onze omgeving is onrustbarend, zij het doorgaans minder frustrerend dan voor de ratten het labyrint. Wij worden gemanipuleerd in dubbele zin, ook ter verruiming van onze bewegingsvrijheid.

Mik (1962, Groningen) trekt muren op en breekt er doorheen. Vaak zijn het muren zonder houvast. De beeldhouwer brengt ze aan het wankelen of slaat ze om tot videovensters. Het door hem afgebakende domein is onbegrensd: een overgangsgebied tussen binnen en buiten, hier en daar, vroeger en nu. De ontgrendelde architectuur fungeert als een sluis voor de verbeelding. Soms is ze letterlijk zo nauw, smeerpijperig en beklemmend als een rioleringsbuis, soms zo vertrouwenwekkend als een open keuken.

Daar is de boel aan kant, en toch is het er niet pluis. Voor de wand vol aanrechtkastjes gaan oude mannen elkaar te lijf. Ze ravotten. Of boksen om de macht. De keuken is een schoolplein, een strijdtoneel; de wand een beschaafde schutting. De bejaarden ballen hun vuisten, bundelen hun krachten en stompen elkaar opzij. Hun spel, jongensachtig en bedaagd, is een gevecht buiten de tijd: in het heden, voor de ogen van het publiek, en in het verleden, voor de schoolbel na de lunch, in de pauze die zo mooi onmogelijk 'tussen de middag' heet.

De op video vastgelegde keuken maakte in 1997 deel uit van een omvangrijk huiselijk bouwsel, één van de meest bizarre ontmoetingspunten op de Biënnale van Venetië. In het door Gerrit Rietveld ontworpen paviljoen voor de Nederlandse kunst, strak en overzichtelijk, ontving Mik de bezoekers in een bedrieglijk droomoord met slappe, slingerende wanden van rubber en pluche, voorzien van kussens, zithoeken en een lederen bankstel, waar zo nu en dan een golf drek uit opwelde. De spectaculaire valkuil was tevens een wachtkamer voor het leven, met doorkijkjes naar de bedrijvigheid van anderen, elders.

Terwijl in de keuken de bejaarden als jonge beren om elkaar heen dansten, wriemelde om de hoek een menigte goudhandelaren als mieren over de beursvloer van Hongkong. Hoe specifiek is de mens is een dier? In de tableaux vivants van Aernout Mik vervagen de verschillen.

Zijn personages verliezen zichzelf in de groep. Het zijn biologische karakters: fysiek ontwikkeld, psychologisch onvoltooid. De Onscherpe Figuren, zoals de titel hen aanduidt, onderwerpen zich collectief aan een sociaal regime. De beursvloer is andermaal een microkosmos, een locatie met een eigen logica, net als het schoolplein en niet te vergeten het tentoonstellingsterrein.

Daar sta jij, als kunstkijker, met je goede gedrag: groepsgedrag evenzogoed, realiseer je je. En geheid dat je het zult bezuren wanneer je de ter plaatse geldende codes bruskeert. 'Niet aanraken', luidt één ervan, in de wereld van de schone kunsten. Luciano Fabro, die daar als held van de arte povera al decennia lang in thuis is, had beter moeten weten. Hij dacht het zich gemakkelijk te maken op dat bankstel in Miks domein, dat met tussenpozen drek uitbraakte - oncontroleerbare erupties uit de onderwereld.

Dus Fabro verliet het Nederlandse paviljoen met een kledderkont, breed grijnzend, zoals het de mens betaamt die zijn afgang in het openbaar liever de allure geeft van een kostelijke performance. Mik, die op dat moment buiten in het zonnetje zat, kon met eigen ogen zien wat hij had aangericht. Geamuseerd, ja. Triomfantelijk, nee. Zijn werk is een hinderlaag voor het oog in de eerste plaats. En zelfs dat niet.

Het is een schemergebied waarin het bestaan wordt opgeschort. Horror en slapstick schuren er onophoudelijk langs elkaar heen. Ze smoren elkaar in hun samengaan en weken gevoelens van onbehagen los - een schrijnende besluiteloosheid. Doordat de grap wordt uitgesteld en de schrik ingetoomd, imploderen onze voorgeprogrammeerde reacties. De onvermoeibaar voortknokkende oude mannen nemen ook ons in de tang. Hun wurgende omhelzing, speels of agressief, kent geen ontlading.

De combinatie van onverenigbare emoties nagelt de toeschouwer aan de grond, zeker wanneer de kortsluiting zulke finale proporties aanneemt als in Miks recente werk Drie Lachers en Vier Huilers (1998). Zij gaan onbedaarlijk tekeer, op dit moment in Bremen, aan de lommerrijke oever van de rivier de Weser.

Daar plaatste Mik een container naast het wandelpad: een krankzinnige rustplaats voor de sportievelingen die langs het water rennen. Hoewel in de schaftkeet koffie wordt geschonken, kan er geen denken zijn aan gezellige leut. Zeven jongens en meisjes in trainingspak eisen de aandacht op, bulderend van vreugde en verdriet, in de doodse stilte van een stomme film.

Het hele clubje is neergezegen op de vloer, blijkbaar geblesseerd, want ze hebben ieder een gymschoen uitgeschopt en slaan beurtelings voor- en achterover, alsof pijnscheuten hun lichaam activeren. Daarbij laten ze hun gevoelens de vrije loop: snikkend, schaterend, schreeuwend en slikkend, de één vervuld van leedvermaak, de ander troosteloos. Hun eendracht ontaardt in een demonische schizofrenie, transparant als glas: met uitzicht op de hardlopers die buiten in de verte verdwijnen.

Als kunstenaar beweegt Mik zich in een dubbelzinnig tussengebied. Zijn beelden, een mengeling van film, architectuur, sculptuur en computertechnologie, openen overal en nergens een niemandsland: onder de blauwe hemel midden in de stad, maar ook in een vergaderzaal of op een politiebureau, en recentelijk in een ziekenhuis.

Wanneer hij binnen het museum werkt is hij ertoe in staat het dienstschema van de suppoosten te verstoren en hen te doen ontwaken uit hun schaduwpositie naast de deurpost, door hen te laten figureren in een verdubbeld interieur. De suppoosten gaan op in de kunst, het publiek wordt verdrongen naar hun plaats aan de zijlijn (Wild Walls, 1995, Stedelijk Museum Amsterdam). Maar zodra hij de kans krijgt, ontwricht Mik de maatschappelijke ordening buiten het museum en forceert hij op onverhoedse momenten een breuk in onze ervaring.

Een milde uitwas is het rommelige kampement van de aap (AAP, 1998) die onlangs zijn intrek heeft genomen in de Sint Maartenskliniek in Nijmegen. In de propere nieuwbouw hurkt de levensgrote gorilla neer op een boomstronk, tussen een zootje takken en stenen, restanten ijzer en een verdwaalde autoband. Zijn lange haren zijn uiterst aaibaar, en, hoe humeurig het dier ook kan zijn: aanraken mag. Hij zit aan een tafeltje, een koffiepot aan zijn voeten - welkom!

Soms gaat hij op in zichzelf, omdat hij last heeft van jeuk of wegdoezelt van de warmte, maar hij laat zich gemakkelijk verleiden tot een spelletje boter-kaas-en-eieren. Dankzij een uitgekiend computerprogramma, reageert de aap op zijn omgeving, als een patiënt onder de patiënten. Hoewel zijn ene arm krachteloos in een mitella hangt, kan hij zijn andere poot vrij bewegen en als het zijn beurt is, buigt hij zich met theatrale gebaren over het speelbord.

Kinderen kunnen hem verslaan. Volwassenen onderschatten zijn kunstmatige intelligentie en delven het onderspit. De aap past zich aan het niveau van zijn tegenstander aan, loom knipperend met zijn ogen, trekkend met zijn neus en mond. Hij is ons evenbeeld, deze robot, dit beest: een expressiever wezen dan de meeste mensen die de wereld bevolken van Aernout Mik.

Voor zijn omkering van onze alledaagse conditie ontving de kunstenaar in 1997 de Sandbergprijs - een aanmoediging ter verdere deregulering. Zijn uitdijende territorium omvat inmiddels een stad in het klein, te groot voor één man: Mik stichtte haar samen met zijn vaste compagnon, de fotografe en cineaste Marjoleine Boonstra. Hun verplaatsbare nederzetting, Hongkongoria (1998), onthult nu in Zürich het mechanisch functioneren van de metropool.

Een compact wit hekwerk verdeelt de stad in wijken, die steeds een ander aspect belichten van het leven dat zich daar voltrekt. De ingezetenen van Hongkongoria verkeren in een staat van verdoving. Een receptioniste, piekfijn gekapt en gekleed, verbeidt haar tijd achter de balie in een luxueus winkelcentrum, waar niemand om haar diensten verlegen zit. De passanten zoeven op roltrappen aan haar voorbij; de vrouw is gereduceerd tot een ternauwernood ademende etalagepop.

I N DE WERELD van Aernout Mik, die, afgezien van enkele essentiële close-ups en uitvergrotingen, ook weer niet zo bar veel verschilt van die van ons, vereist de verlossing uit het vacuüm een tegennatuurlijke daadkracht van de mens. Hij moet doodsangsten doorstaan om het leven weer van zijn tenen tot zijn kruin aan den lijve te ervaren. Die zelfoverwinning brengt de kunstenaar bloedstollend in beeld op zijn huidige solo-expositie in één van De Paviljoens, een rijtje 'wagons voor de kunst', in de polders rond Almere.

Hier projecteert Mik de herhaalde sprong in het diepe van een groepje bungy-jumpers, A Small Group, Falling (1998). Als drie slappe poppen storten zij zich naar beneden, van een duizelingwekkend hoge spoorbrug over een idyllische vallei in Oostenrijk, tot vlak boven de vloer, aan de voeten van het publiek. Ze scheren rakelings langs ons heen, op en neer, omlaag en weer omhoog, verlost van de zwaartekracht en er opnieuw door beproefd.

Het zijn marionetten, dansend aan een elastisch touw. Maar het blijven ook mensen van vlees en bloed. Hun vrije val is een aanzienlijk enerverender vorm van vertier dan voor onze gekooide huisdieren zo'n dynamisch monstrum als het muizenrad.

Aernout Mik: 3 Lachende und 4 Weinende, in: Do All Oceans Have Walls, Gesellschaft für Aktuelle Kunst, Bremen. Tot en met 26 juli.

Für Nichts und Wieder Nichts, in: Watou op lokatie in Amsterdam, De Brakke Grond, Amsterdam. Tot en met 23 augustus.

A Small Group, Falling, solo-expositie, De Paviljoens, Almere. 3 juli tot en met 30 augustus.

Hongkongoria, in: Ironisch/Ironic, Museum für Gegenwartskunst, Zürich. Tot en met 9 augustus.

Visies en Verhalen, De ontwikkeling van Eindhoven, De Witte Dame, Emmasingel, Eindhoven. Tot en met 12 juli.

AAP, permanent in de Sint Maartenskliniek, Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden