Schaop is geen schaap, peerd is geen paard

We staan aan de vooravond (half oktober) van de verschijning van alweer een nieuwe Woordenlijst Nederlandse taal (het 'Groene boekje') en van de zoveelste druk van Van Dales Groot Woordenboek der Nederlandse Taal en dan is het wel aardig even stil te staan bij het gegeven dat hiermee een traditie...

Vanaf 1550 namelijk verschenen de eerste spellinggidsen enwoordenboeken voor het Nederlands en in 1584 zag de eerste gedruktegrammatica het licht.

De etymologe Nicoline van der Sijs legt er in De geschiedenis van hetNederlands in een notendop de nadruk op dat de standaardtaal die zich inde Renaissance ontwikkelde een geschreven taal was, een boekentaal. Dedialecten bleven voortbestaan en werden gehanteerd in de dagelijkseconversatie.

En daar begon de ellende, zou je kunnen zeggen. Alvorens een uniformespelling te kunnen ontwikkelen, moest een algemeen beschaafde uitspraakworden gedefinieerd. Dat ideaal ontstond in de zeventiende eeuw en het'beschaafde Hollands' werd de norm.

Vooraanstaande taalgebruikers, schrijft Van der Sijs, zonder over dievooraanstaandheid in detail te treden - maar hoe krijg je de geschiedenis anders in een notendop - verhieven een bepaalde uitspraak tot 'beschaafd'.Een schaap was geen schaop en een paard geen peerd.

Die algemeen beschaafde uitspraak - hij werd door vrijwel niemandgehanteerd maar vormde de uitspraak waarnaar 'de hogere lagen van debevolking' streefden - diende als uitgangspunt voor de spelling. Dat wilniet zeggen dat vanaf dat moment alle woorden werden gespeld zoals we datnu doen.

Slaap was volgens velen aanvankelijk slaep, de c, de q en de x hieldenlang stand, zoals in cock, quam en dagelyx, het verleden deelwoord werdvrij consequent met een -t gespeld en dat je naast hij vindt ook hijvint kon tegenkomen, moet menige hedendaagse speller een feestelijk gevoelvan herkenning geven.

Dat laatste geldt zeker voor de hun/hen-kwestie, een van de grootstestruikelblokken van de grammatica. Hun en hen waren voor de totstandkomingvan de standaardtaal dialectvarianten. Naar het voorbeeld van het Latijnwerd hen vervolgens vierde naamval en hun derde naamval. Maar hun werd ookvoorgeschreven na een voorzetsel: dat is van hun. Pas in de negentiendeeeuw is het huidige onderscheid tussen hen (lijdend voorwerp en na eenvoorzetsel) en hun (meewerkend voorwerp) definitief geworden.

Dat het meewerkend voorwerp 'leegloopt' (''ik irriteer me daaraan'),dat je kunt lezen 'hij is groter dan mij' - Van der Sijs zul je nietbetrappen op de verzuchting dat de taal verloedert. Ze observeert, noteerten analyseert, doordrongen van het besef dat taal vanaf het begin dertijden mensenwerk is en dat je er niets tegen doet.

Bas van Kleef

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden