Schampschot

Hoe de Eerste Wereldoorlog het leven in Eijsden binnensloop

Voor promovendi en historici-in-opleiding is het een veel beproefde methode om een complex thema tot handzame proporties terug te brengen: je neemt een uitsnede van het grote verhaal en brengt dat daarmee tot zijn essentie terug. Wat krijg je dan? Boeken over het patriciaat in IJsselstein in de laatste helft van de 18de eeuw of over de lotgevallen van een provinciestad in het interbellum. Die boeken zijn uiteraard niet per definitie onleesbaar. Maar hun relevantie overstijgt maar zelden die van de uitsnede. Als illustratie van ontwikkelingen in den brede schieten ze vaak tekort.

Dat had ook het lot kunnen zijn van Schampschot, een vertelling - door journalist Paul van der Steen - over de wederwaardigheden van de Zuid-Limburgse grensplaats Eijsden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vanwege zijn ligging, zijn bescheiden omvang en zijn rooms-katholieke identiteit is Eijsden tenslotte a-typisch voor Nederland. Toch is Schampschot beduidend meer dan een anekdotisch boek over een dorp in bange tijden. Het laat overtuigend zien hoe moeilijk de Nederlandse neutraliteitspolitiek te handhaven was, en voor welke hachelijke dilemma's bestuurders in de grensregio zich geplaatst zagen.

De uitsnede waarvoor Van der Steen - een vaardig stilist - heeft gekozen, draagt bij aan de verheldering van het grote thema, Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog. Eijsden raakte tweemaal fysiek bij de oorlog betrokken. In 1914, toen Sleeswijkse huzaren een verkeerde afslag namen en per ongeluk op Nederlands territorium geraakten, en op 10 november 1918, toen de Duitse keizer Wilhelm II een dag op het station van Eijsden doorbracht in afwachting van de reactie van de Nederlandse regering op zijn asielaanvraag. Daarnaast verbleven gedurende de hele oorlog talrijke Belgische vluchtelingen in Eijsden die de Limburgse gastvrijheid zwaar beproefden. 'Eerst hebben de Belgen aan onze arbeiders het werk ontnomen', klaagde de Limburgse Koerier in 1915, 'thans ontnemen zij ook nog hunne woning'.

Vrijwel nergens in Nederland was de oorlog zo dichtbij als in Eijsden. In de nazomer van 1914 sloegen dagjesmensen uit de wijde omtrek vanaf de naburige Mescherberg de troepenbewegingen aan gene zijde van de grens gade.

De eerste vliegtuigbom op Nederlandse bodem - van Britse makelij - viel vlakbij, in de achtertuin van jhr. Alfred Graafland in Maastricht. Voor de vergoeding van de daarbij aangerichte schade stelde de Britse regering 458,81 gulden beschikbaar. Twee jaar later, bij wind uit het zuiden, drong zelfs het geluid van de beschietingen bij Verdun tot Eijsden door.

Onder de doem van de grote oorlog ging het leven in Eijsden zijn gang. Met de daarbij behorende rivaliteit tussen de twee plaatselijke harmonieën, gemopper over de voedselrantsoenering en pogingen om met smokkel naar het bezette België - een tamelijk gevaarlijke bezigheid - wat bij te verdienen.

Na vier jaar oorlog was de hele gemeenschap door de 'ongewone tijdsomstandigheden' - inclusief een grenshek onder hoogspanning - geconditioneerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden