Schalcken is gloedvol, intiem, en expressief

Het cosmetische effect van kaarslicht heeft in het werk van Godefridus Schalcken bijna altijd iets erotisch. De intieme werken van de veelzijdige schilder verzuipen echter in de grote ruimtes.

Beeld Godefridus Schalcken, Ceres met Venus, Cupido en Bacchus, ca 1685

Natuurlijk, het is een kenmerk van goede schilderkunst dat ze je doet vergeten dat ze gemaakt is, en misschien duurde het daarom wel een tijdje voordat ik überhaupt doorhad hoe bijzonder hun totstandkoming was: Godefridus Schalckens kaarslichtscènes. Denkt u even mee: een schilder heeft (dag)licht nodig. Een verduisterde kamer ontbeert zulk licht. En toch creeerde Schalcken de ene gloedvolle nocturne na de andere. Hoe o hoe, alwetende lezer, flikte hij dat?

Schalcken (1643-1706) is zo'n kunstenaar naar wiens werk u wellicht wel eens bewonderend hebt staan kijken, zonder te weten dat het van hem was. Hij was een omgekeerde Van Gogh: na zijn dood vergeten, bij leven zeer succesvol. Kunstenaarsbiograaf Arnold van Houbraken, een bijna- tijdgenoot, typeerde hem als volgt: 'Hy is een der gelukkigste Nederlandsche Schilders geweest, aangezien zyne penceelkonst van den beginne af aan tot het einde van zyn leven rykelyk betaald wierd, zoo dat hy zyn arbeyd by zyn leven gemaait heeft, dat zeer weinigen gebeurt.'

'Zeer weinigen', inderdaad. Het was een moeilijke tijd voor schilders, op het breukvlak van de Gouden Eeuw. De Franse bezetter had de Nederlandse economie in een vrije val gebracht, en iedereen in de Republiek leed daaronder. Schalcken niet. Diens clientèle bestond uit Toscaanse hertogen en Duitse keurvorsten, de koning van Denemarken én die van Engeland, een voorrecht dat hij dankte aan zijn diplomatieke gaven en innemende karakter.

Wat ook meehielp was zijn veelzijdigheid. Schalcken schilderde portretten, genre- en historiestukken, vaak op kabinetformaat, en in de traditie van de Leidse fijnschilders. Het was alles hypergedetailleerde kanten kraagjes en wollige pruiken wat bij hem, en ook zijn leraar Gerrit Dou, uit de kwast kwam. Schalcken onderscheidde zich van de rest door net even uitputtender te zijn, net iets evocatiever. En ook door zijn kaarslicht.

Het ís ook bijzonder, dat kaarslicht, ook nu nu nog. Het schept een eigen sfeer. Het is gloedvol, intiem, en expressief, in de zin dat ze sommige delen van een kamer sterk verlicht en andere duister laat. Wat kaarslicht vooral is: cosmetisch. Het maakt een lichaam minder, nou ja, lichamelijk. Aderen, rimpels, pukkels, sinaasappelhuid en meer oneffenheden: ze worden erdoor verhuld. Er gaat een begeerlijke werking van uit.

Schalcken liet een speciaal (spoiler alert!) perspectiefkamertje bouwen: een afgesloten ruimte met een kaars in het midden waar iemand bij zat te poseren; in de muur zat een kijkgaatje. Kijkend door dat gat, stel ik me voor, zag Schalcken de bepalende details: de oranje gloed op een gezicht, de gele schitteringen op het koperwerk, de glimlichten op juwelen, oorbellen, en ook in de ogen van zijn modellen, in veel gevallen zijn vrouw.

Schalcken: kunstenaar van het verleiden.
Dordrechts Museum, t/m 26/6. Catalogus: 29,95 euro.

Het resulteerde in scènes die vaak iets voyeuristisch, en bijna altijd iets erotisch hebben. Jongen en meisje op bedrand, waarbij de jongen het meisje juwelen aanbiedt, dat soort dingen. Maria Magdalena met een openvallende blouse. Het zou ranzig zijn, en dat is het soms ook (die perzik etende Ceres!) als het niet zo knap en kundig gedaan was. Softcore chic.

De presentatie waarin die werken hangen valt wat tegen. Die kwam tot stand in samenwerking met het Wallraf-Richartz-Museum uit Keulen en verschilt met haar riante hoeveelheid muuroppervlak met opgeblazen citaten weinig van andere recente Dordrechts Museumpresentaties, zoals bijvoorbeeld die over Willem II. Het is niet slecht, maar met de Boschexpositie vers in het geheugen trof ze me als een tikje te prozaïsch, te degelijk, te Duits. Ze verzuipen hier een beetje, die kleine Schalckens. Een intiemere setting had ze meer recht gedaan.

Eeuwig levende portretten

Schalcken schilderde bij de gratie van status en ontkenning van de dood.

Notabelen, koopmannen, hofleden - het waren niet de minsten die Schalcken voor zijn schildersezel kreeg. In het Dordrechts Museum staren hun geschilderde versies ons aan, alles trots en gravitas. Die portretten getuigen van een fabelachtige techniek. De huid glimt, de kleding oogt hoe ze moet ogen: glad waar zij glad dient te zijn, rul op de rulle plekken.

Tegenwoordig verwachten we dat een portrettist meer doet dan dat, dat hij iets blootlegt dat voorbij het oppervlak gaat, iets ongerijmds, als het even kan, maar van dergelijke verwachtingen had Schalcken geen last. Zijn schilderijen bestonden juist bij de gratie van de status van de geportretteerde, die bevestigd diende te worden, en, in een tijd waarin leven precair was (van Schalckens kinderen stierven er negen) misschien ook wel bij de ontkenning van de dood. Zijn vrouw, Françoisia schilderde hij bijvoorbeeld eeuwig als 20-jarige, en is in die zin meer een wensdroom dan een realistische weergave.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden