Schachtbok en mijnbergje stutten nieuw Industrion

Industrion, museum voor industrie en samenleving. Architect Dirrix & Van Wylick...

ARCHITECTUUR

Wie uitstapt op station Kerkrade Centrum, voelt zich wat ontheemd. Hoezo centrum? Er is niets dat ook maar wijst op enige levendigheid die hoort bij een binnenstad, hoe klein ook. Maar wat niet is, kan nog komen: het stationsplein heeft sinds twee maanden een nieuwe naam. Het heet nu Museumplein, een naamswijziging die door burgemeester Wöltgens als volgt werd toegelicht: 'Nederland kent nu twee plaatsen waar een Museumplein te vinden is. In Amsterdam, maar dat kunnen we snel vergeten want dat stelt niets voor, en in Kerkrade. En dat laatste is natuurlijk het belangrijkste.'

Inderdaad moet dit museumplein voor Kerkrade van groot gewicht zijn. Het markeert een culturele omslag in de oostelijke mijnstreek, het zet een uithoek van Nederland op de kaart, en dat allemaal dankzij het Industrion, het museum voor industrie en samenleving dat sinds medio juni operationeel is.

Logisch dat dit museum voor industriële archeologie er (eindelijk) gekomen is en logisch dat het in Kerkrade staat. Als ergens de industriële revolutie in Nederland een belagrijke rol heeft gespeeld, is het wel in Zuid-Limburg.

Behalve de mijnbouw was de streek het terrein voor pottenbakkers (de keramische industrie), de chemie, de auto-assemblage, de papier- en grafische industrie en de productie van voedings- en genotmiddelen. Geen beter bier dan uit Limburg. Nog steeds is de industrie een factor van betekenis, met Sphinx, KNP en DSM als poort tussen Noord- en Zuid-Limburg.

De nijverheid leek in Limburg verstrengeld met het verenigingsleven in de gemeenten. Dat blijkt uit de vaandels en banieren van fanfares waarvan de leden werkzaam waren in een en hetzelfde bedrijf. Als je naar Kerkrade reist, vang je bovendien een glimp op van de kolonies die rondom de mijnen werden gebouwd, de speciale woonwijken voor de mijnwerkers, in cottage-stijl.

Voor de bouw van het museum aan het voormalige Stationsplein werd vijf jaar geleden een competitie onder drie architectenbureaus uitgeschreven. Daarvan was het ontwerp van Mecanoo het intrigerendst: het Delftse bureau verstopte de museumzalen onder een heuvel die gelijkenis vertoonde met een mijnberg. Ook het bureau van Paul Strik uit Boxtel greep terug op de mijnarchitectuur. Strik groepeerde enkele paviljoens rondom een mijnschacht, met een oplopend forum als voorplein.

De uiteindelijke winnaar, Dirrix & Van Wylick uit Eindhoven, heeft van alle inzendingen een beetje. De mijnberg - maar dan een bergje - in de museumtuin en de schachtbok, waarvan alleen de wielen authentiek zijn, afkomstig uit een mijn in het Belgische Zolder. Die bok rijst op uit een collage van gebouwen met industriële details, zoals het zaagtanddak, de wanden van aluminium golfplaat en standaard roosters van gegalvaniseerd staal.

Het Industrion is een no-nonsense gebouw. Het mocht niet veel kosten en dat deed het ook niet: tien miljoen gulden. De enige franje is ook nog industrieel van karakter: dat is het rode frame dat zigzaggend over het plein loopt, als een luifel of opmaat voor het museum.

Het misleidende van het rode frame is dat het een vingerwijzing lijkt naar de entree. Maar het eindigt bij een expeditiedeur die er op de valreep is aangebracht om de geweldige machines binnen te loodsen. De publieksentree ligt opzij, een wat weggedrukt smal gangetje met rechts een matglazen wand waarachter museumwinkel en -balie liggen.

Het aardige van die gang, en de museumhal die daar weer aan grenst, is dat ze mooi uitzicht bieden op de tuin met machine-relikwieën, het terras van de brasserie aan de vijver en de vleugel voor wisselende exposities.

Dat hier geen beeldende kunst te verwachten is, blijkt al direct uit de materialen die de architecten hebben gebruikt: dat wat bruikbaar is in de industrie, voornamelijk staal, glas en beton. De grote museumzaal waarin de machines bonken en stampen, is een nuchtere 'zwarte doos', een neutrale ruimte die veel weg heeft van een fabriekshal. Een gebogen rood raamwerk loopt als herkenningslijn door het duister, scheidt de activiteiten en thema's van elkaar.

Het Industrion is, zoals de mode voorschrijft, een 'doe- en beleefmuseum', hoewel de antiquarische machines uitdrukkelijk alleen door het personeel bediend mogen worden. Stoom is vervangen door elektromotoren en perslucht.

Je wandelt van het café, waarin de arbeider toevlucht zocht tot de drank, langs een telefooncentrale, die laat zien hoe verbindingen tot stand komen, naar het hoogtepunt van Industrion: een nagebouwde mijnschacht.

Indrukwekkend is het kleedlokaal waar de mijnwerkers hun kloffie met een lier ophesen. Dat is een stilleven, die grijsgrauwe bundels aan het plafond. Vervolgens sta je in de schacht oog in oog met het zwarte goud, dat glinstert in de wand, onderbroken door monitoren met historische opnamen uit het DSM-archief van beroete kompels die afdalen in de diepte. Dertig jaar geleden was het nog dagelijkse praktijk.

De architectuur van Dirrix en de museumpresentatie van M. Wouters zijn dienstbaar aan die historische erfenis: vooral de thematische inrichting die nu eens een beeld geeft van de fabriek en dan weer licht werpt op de sociale implicaties, maakt een gang door het Industrion tot een bijna filmische ervaring. Je stapt van de ene scène in de andere.

Minder bevredigend is de zaal voor wisselende exposities. Die is door het gebruik van twee soorten kolommen, door het schuin oplopende plafond - want daarboven bevindt zich de aula - en door de verschillende hoogtes, amorf van karakter. Ook de museumtuin is een beetje teleurstellend. Het decor voor de werkloze machines en het smalspoortreintje is dat van veel Heras-hekwerk en gesloten bakstenen wanden.

Het Industrion moet het hebben van de inhoud. Architect Rein van Wylick vond het op papier een eervolle opdracht: een museum bouwen daar droomt toch elke architect van? Maar de budgettaire beperkingen en de opdracht - maak een zwarte doos - hebben tot een schraal gebouw geleid, dat meer naar binnen dan naar buiten is gericht.

Wervend of sprekend is het in ieder geval niet, en dat had het tweede Museumplein van Nederland wel kunnen gebruiken.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden