Schaamteloosheid is de charme van Adès

Het Britse muziekleven heeft de gewoonte met regelmaat een zondagskind te produceren, een talent waarmee vanaf het moment van openbaring niets meer mis lijkt te kunnen gaan....

Nieuwere exemplaren zijn de componist Thomas Adès en de dirigent Daniel Harding. Het Concertgebouworkest had ze deze week allebei in huis, een op de lessenaar en de andere op de bok. Harding (28), ooit Rattles assistent in Birmingham, nu chef van het Mahler Chamber Orchestra en de Deutsche Kammerphilharmonie Bremen, maakte een indrukwekkend dirigeerdebuut bij het Concertgebouworkest. Hij markeerde het met een Nederlandse première, van een componist die in Engeland geen kwaad meer kan doen, binnenkort zijn tweede opera (

The tempest) in première ziet gaan in Covent Garden, en spoedig als Sir Thomas door het leven zal gaan.

Ook buiten Engeland maakt Thomas Adès snel carrière. Zijn orkeststuk Asyla, in 1997 gecomponeerd voor Rattle (Adès was 26), kwam ook tot klinken bij Rattles inauguratie als chef in Berlijn. Een criticus vond het stuk 'in zoverre modern, dat het niet op Bruckner leek', en een ander hoopte dat het geen voorproef was van alle 'Engelse spullen' op Rattles speelplan. Maar intussen was Asyla al aan weerszijden van de oceaan gespeeld, en vastgelegd door de platenmaatschappij EMI.

Adès' muziek charmeert door haar schaamteloosheid. Die wekt bewondering en irritatie. Het is een en al inval; vrije fantasie gecombineerd met stilistisch zapgedrag. Van vormlogica lijkt nauwelijks sprake, al toont het vierdelige Asyla (asylverblijven?, gekkenhuizen?) uiterlijk de contouren van een symfonie.

In de beknopte Chamber Symphony die Adès als 18-jarige componeerde – een volwassen werk – paraderen Bartòk, Charles Mingus, Schumann en Benny Goodman voorbij, waarna een oriëntaalse tempelklokkenist in dialoog gaat met Miles Davis. Adès'

Asyla lijkt een kolossale uitvergroting van dat procédé.

Ook hier fantasiegamelans. Verrijkt met kwarttonen. Mystieke rustpunten in een pandemonium dat scherzando tot een climax komt, waarbij Adès uithaalt naar wat hij kennelijk als het krankjorumste beschouwt: de pauk dreunt een house-beat, violen jengelen gore synthi-melodietjes; het strijkerscorps als megagabber. De manier waarop Adès de onderdelen klankkleurtechnisch aan elkaar bindt, is intussen meesterlijk.

Soeverein was Hardings heerschappij over detailbewegingen in het mega-orkest met zeven slagwerkers, viervoudig toetsenwerk en 65-koppig strijkerscorps. Deze uitvoering met het Concertgebouworkest was vitaler dan die van Rattle in Berlijn. Stuurmanskunst toonde hij ook in 4 Sea Interludes van Benjamin Britten (al was daar wat tegenwind te horen), en in het pianoconcert van Lutoslawski, met Lars Vogt als solist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden