'Schaamte omringt de Italiaanse emigratie'

Net iets meer dan een eeuw geleden gaan twee jonge kinderen, het meisje Vita en het jongetje Diamante, uit Minturno, in het midden van Italië, op weg naar het beloofde land: Amerika. Zij doen, onder druk van hun familie en, vooral, van de armoede en de honger, wat honderdduizenden Italianen gedurende een reeks van tientallen jaren deden. Zij reizen af naar het land van melk en honing en de ongekende mogelijkheden achter de horizon van de Tyrrheense Zee, ja, nog achter de horizon van de oceaan die daar nog weer ver achter ligt.

'Een dergelijk boek ontbrak in de Italiaanse literatuur', zegt Melania Mazzucco, romancière en schrijfster van de roman Vita. Het boek verscheen in Italië in 2003, precies een eeuw na de emigratie van Vita en Diamante, en werd nog in hetzelfde jaar onderscheiden met de Premio Strega, een prijs die zich in de jongste jaren het beste laat vergelijken met de AKO Literatuur Prijs in Nederland: longlists, shortlists, geruchten over geïntrigeer, slotbijeenkomst met glamour en eten, en een debiel interviewtje met de winnaar toe. Het boek werd een immense bestseller; in Nederland is de vertaling inmiddels hard op weg dat ook te worden.

'Terwijl het droombeeld van de emigratie in Italië, zeker in het zuiden, deel uitmaakt van het collectieve bewustzijn, en de mythe die daaruit ontstaan is ook wel zijn echo's kreeg in de literatuur, is de ervaring zelf nagenoeg buiten beschouwing gebleven', vervolgt Mazzucco. 'Over de droom is veel geschreven: ''lo zio in America'', de ''oom uit Amerika'' die op een dag rijk geworden terugkeert in zijn geboortedorp en met gulle hand geld begint uit te delen. Maar de feitelijke ervaring, de tragiek en de ontreddering staan daar buiten.'

Die krijgt de lezer van haar roman in volle omvang voor de kiezen. Vita is een documentaire roman waarin de feitelijke gegevens uit Mazzucco's familiegeschiedenis en de producten van de verbeelding van de schrijfster nauw met elkaar verweven zijn. De schakel tussen die twee zijn haar vader en het kind van de vrouw die haar verhaal zijn titel gaf, Vita. 'Mijn vader hield van vertellen', zegt Mazzucco, 'en hij wist dat alleen de dingen die verteld worden, waar zijn.' 'Vergeet niet te herinneren', had hij haar gezegd. 'Maar ik heb er dertig jaar over gedaan om te begrijpen wat.'

Met de documentatie uit de nalatenschap van die vader, met de herinnering aan diens familieverhalen en met een hele reeks indrukken van de geschiedenis van de Italiaanse emigratie ging Mazzucco aan de slag, in Italië en in de Verenigde Staten. Zij probeerde de erfenis tot een verhaal te maken, controleerde geruchten en gegevens in de archieven van de Amerikaanse immigratiedienst op Ellis Island en liet ten slotte haar verbeelding de talloze lege plekken opvullen. De individuele geschiedenis kreeg de proporties van een nationale mythe.

Vandaar wellicht de namen van haar beide hoofdfiguren, 'Vita' en 'Diamante', het leven zelf en de diamant uit de generatie van haar grootouders, de vertrokken generatie. 'Ze hebben inderdaad iets archetypisch gekregen, die kinderen', beaamt zij prompt. 'Vita is het voorbeeld van de geslaagde emigratie. Zij vertrok als meisje van nog geen tien, op pad gestuurd door haar ziekelijke moeder om zich bij haar vader te voegen. Die was in New York bezig een nieuw bestaan op te bouwen en had er, al mocht niemand dat thuis weten, inmiddels al een nieuwe vrouw gevonden en een nieuw gezin gesticht. Diamante is twaalf en thuis kansloos. Hij wordt in het diepe gegooid, probeert uit alle macht in New York zijn draai te vinden, maar keert ten slotte terug naar Italië. Hij kreeg een baan in Rome en leidde er een onopvallend leven.'

Het eigenaardige van de Italiaanse emigratie is het overwegend tijdelijke karakter ervan: die oom uit Amerika is vertrokken met de uitdrukkelijke bedoeling ooit terug te keren - en dat deden ze ook dikwijls, de Italianen. Kunnen ze het eigenlijk wel, emigreren?

'De Italiaanse migratie is primair arbeidsmigratie geweest', zegt Mazzucco. 'Het was in veel gevallen nooit de bedoeling duurzaam te vertrekken. Vandaar dat het ook overwegend de mannen waren die vertrokken. Ze konden de overtocht niet voor meer dan één persoon betalen, maar ze waren ook van plan met het verdiende geld terug te keren en een rijk leven thuis te verwerven. Het is de opkomst van het fascisme geweest die dat problematisch heeft gemaakt: de Italianen in Italië en die van overzee maakten verschillende geschiedenissen mee.'

In het boek is het Vita's zoon die als officier van de genie de geallieerde landing in Italië meebeleeft, onder de rook van het geboortedorp van zijn moeder, halverwege Rome-Napels. Het dorp, dat hij slechts uit de overlevering kent, is een ruïne, het verleden is aan flarden geschoten door het leger waarvan hij zelf deel uitmaakt. Van de familie en de kennissen over wie hij zoveel heeft gehoord, is niet veel over. Hij moet op zoek gaan naar Diamante, het jeugdvriendje en de lotgenoot van zijn moeder. Samen met de schrijfster, die de papieren van haar vader ter beschikking heeft, is hij de schakel die het heden met het verleden probeert te verbinden, de mythe met de realiteit.

'De Italianen die naar Amerika gingen, namen hun hoogst eigen geschiedenis en hun eigen tradities mee', zegt Mazzucco. 'Dat werd nog versterkt doordat zij veelal in groepjes vertrokken en in een wildvreemd land aankwamen. Die groepjes bleven klein en hecht: de andere Italianen die zij ontmoetten, afkomstig uit andere delen van het land, konden zij dikwijls niet eens verstaan. En dus bleven zij bij elkaar, hechtten zij zich aan de gewoonten die zij van hun dorpen hadden meegebracht, aan de verhoudingen, aan de eetgewoonten en omgangsvormen.'

Zij nemen zelfs het geweld mee: niet zodra zijn zij in New York garriveerd, of er wordt een plaatselijke afdeling van de maffia opgericht, de Mano Nera. 'De Italianen waren betrekkelijk late immigranten in Amerika', zegt Mazzucco. 'Ze moesten zich invechten in een samenleving waarin talrijke groepen al een positie hadden verworven.' Het enige dat zij, curieus genoeg, niet meegenomen blijken te hebben is de rooms-katholieke kerk, terwijl die, juist ook in Zuid-Italië, zo penetrant aanwezig was in hun levens.

'Zij kwamen aan in een overwegend protestants land', zegt Mazzucco, 'waarvan zij de godsdienstige gewoonten niet kenden. Anders dan bijvoorbeeld de Ieren stichtten zij ook niet meteen nieuwe kerken of parochies. Hun vertrek was namelijk anderzijds een bevrijding, een bevrijding van bijvoorbeeld de strenge seksuele moraal. Tegelijkertijd bleven ze wel degelijk de feestdagen van de hun bekende heiligen vieren, die van hun dorp voorop, compleet met processies en rituelen.'

Tegenwoordig schuift er in ieder Italiaans kabinet een 'minister voor Italianen in de diaspora' aan, maar toentertijd werden de emigranten geheel en al aan hun lot overgelaten. 'Ik heb brieven en rapporten gezien van de Italiaanse consuls in New York, die volkomen radeloos zijn', zegt Mazzucco. 'Die functionarissen wisten niet wat ze ermee aan moesten, zoveel mensen kwamen er binnen, bij duizenden tegelijk. Vaak straatarm en ongeletterd, vertrokken met niet meer dan een illusie. In het boek moet Vita samen met Diamante op zoek gaan naar haar vader, omdat ze de man die haar staat op te wachten niet als haar vader wenst te zien. Ze waren volledig op zichzelf aangewezen, konden in het beste geval aanschuiven bij een eerder vertrokken familielid of een dorpsgenoot die ook in bittere armoe het gevecht om het bestaan was aangegaan.

'Daarom is het sleutelbegrip van de Italiaanse emigratie schaamte: schaamte voor de noodzaak van het vertrek, schaamte voor de ellende van de aankomst, schaamte voor het mislukken en de noodgedwongen terugkeer, schaamte voor het omgekeerde, de verloochening. Een fenomeen als het New Yorkse little Italy is nu natuurlijk walgelijke kitsch voor toeristen, maar het is in zijn oorsprong tekenend voor de onwil en het onvermogen zich aan te passen.'

Is de geschiedenis van de immigratie in Italië van de laatste kwarteeuw daarom een spiegelgeschiedenis, de geschiedenis van vreemdelingen die niet kunnen integreren in de samenleving waar zij aankomen?

'Italië is lang een arm land gebleven', zegt Mazzucco, 'waardoor de arbeidsmigratie naar Italië een betrekkelijk jong fenomeen is. De hele kwestie van de integratie staat hier nog maar kort op de maatschappelijke agenda. Wij hebben lange tijd gemeend dat die migranten vanzelf wel terug zouden gaan: we waren niet anders gewend.'

Melania Mazzucco: Vita.

Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits.

Mouria; 463 pagina's; en euro; 22,50.

ISBN 90 458 5071 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden