SCÈNES UIT EEN STUKGELOPEN RELATIE

‘Je moet leren luisteren. Als je luistert, hoor je wat andere mensen zeggen. Weet je wat dat is? Luisteren?’..

Martin spreekt die woorden zonder twijfel uit. Hij trekt venijnig aan zijn sigaret, en kijkt met een geïrriteerde blik naar Roos. Zo van: daar gaan we weer met die jammerpartijen.

Martin en Roos zijn gescheiden. Maar als ze elkaar treffen, proberen ze zo gewoon mogelijk te doen. Dat zijn ze verplicht aan hun zoon Isaac. En ook aan zichzelf. Beschaafde mensen blijven met elkaar in gesprek.

In Tussenstand toont regisseur Mijke de Jong scènes uit een stukgelopen relatie. Flarden van gesprekken zijn het veelal, opgenomen in cafés en restaurants. Martin drinkt gulzig en rookt als een ketter, en dekt intussen alle moeilijke kwesties met woorden af, terwijl Roos vooral de rust probeert te handhaven.

Die verschillende standpunten maken een gewone conversatie onmogelijk. Hij vindt Roos’ zorg om Isaac – de 17-jarige jongen trekt zich steeds verder terug in zijn eigen wereld – een typisch voorbeeld van haar bedilzucht.

Zij kan op haar beurt haar weerzin nauwelijks onderdrukken wanneer hij begint over creativiteit en over zijn nieuwste plannen.

De Jong houdt het simpel. De dialogen tussen Martin en Roos – door Marcel Musters en Elsie de Brauw ogenschijnlijk losjes, zonder enige opsmuk neergezet – worden grotendeels vanuit het perspectief van de sprekende partij getoond. Met als gevolg dat de camera van Ton Peters genadeloos registreert wat de woorden aan emoties losmaken. Wanneer Martin erop los kletst, vult het gelaat van Roos zich met wanhoop. Als Roos hem om een praktische oplossing voor de problemen van hun zoon vraagt, schiet het gezicht van Martin meteen in de irritatiestand.

De ongewone camerapositie (soms gaat een gezicht bijna geheel schuil achter de kruin van de ander) en de tegendraadse montage maken van Tussenstand een psychologische studie naar mentale pijn. Zowel Martin als Roos probeert zo goed mogelijk te doen, maar de pogingen tot contact blijven steken in hun eigen angsten en aangeleerde gewoonten: ze willen zichzelf best veranderen, maar zijn daartoe gewoon niet in staat.

Na verloop van tijd begint het gebabbel en gekef wel slijtageplekken te vertonen. De stellingen zijn ingenomen, en daarin verandert verder weinig. De praatjes van de onmachtige Martin gaan slepen, en ook Roos’ verbeten pacifisme begint dan tegen te staan. Het contrast dat De Jong aanbrengt tussen de ratelende volwassenen en de stille puberzoon kan de voorspelbaarheid niet doorbreken.

Dat neemt niet weg dat De Jong, scenarioschrijver Jolein Laarman en de twee hoofdrolspelers tijdens hun improvisaties een hardvochtig portret hebben gemaakt van de hoog opgeleide Nederlander van dit moment. Alles is binnen handbereik, en toch blijft het geluk vaak ver weg. Wat rest is halfslachtig pogen het met ironie en cynisme een beetje leuk te houden. ‘Ik moet even naar het toilet’, zegt Roos tijdens weer een etentje met Martin. ‘Praat maar rustig door.’

Ronald Ockhuysen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden