Saskia Noort.

Reis door mijn kamerSaskia Noort

Saskia Noort: ‘Ik kom erachter dat de lockdown vrij matig schrijven oplevert’

Saskia Noort.Beeld Ivo van der Bent

Afschuwelijk, wat er allemaal gebeurt. En wat afschuwelijk is, is goud voor een thrillerschrijver. Toch zal het nog wel even duren voordat Saskia Noort weer echt iets gedaan krijgt. ‘Mijn angst is als een octopus die non-stop op al mijn rode knoppen drukt.’

Ik hou ervan me te verbergen. Liefst op een eiland of in een stad. Niets zo anoniem als de stad, niets zo afgesloten als een eiland. Het succes van mijn schrijven gaf me twee werkkamers. Een aan de rand van de longen van Amsterdam, een op een Ibiziaanse berg, uitkijkend over een groene vallei vol amandelbomen, met een zonsondergang waar menig influencer jaloers op zou zijn. Uiteraard voel ik me gezegend en dankbaar en weet ik dat dergelijke luxe niet voor iedereen is weggelegd. Is dat iets wat dagelijks tot me doordringt, wanneer ik zo het park inloop, of langs de schapen van de buurboer wandel? Nee, helaas, ik ben dan met andere dingen bezig. Dromen, fantasie, mijmeren, tobben, verlangen, vermijden, overdenken, alles gebeurt in mijn hoofd. Wat dat betreft, kan ik ook werken in de kelder van een kroeg, of een troosteloos rijtjeshuis in de buitenwijken van Tilburg.

Het uitzicht van Saskia Noort op haar Ibiziaanse berg.

Mijn eerste thriller schreef ik in de speelkamer van de kinderen, soms met de kinderen om me heen. De boeken daarna tijdens vier verbouwingen, een scheiding, een toxische liefde, een nare ziekte en zes verhuizingen. Mijn kamer is mijn hoofd, alleen daar een rondleiding in geven is onbegonnen werk. Ik schrijf altijd. Niet in een exclusief notitieblokje met een bijzondere pen, niet in een eigen kamer met een uitgebreide bibliotheek, niet op een handgemaakte bureaustoel aan een designbureau. Ik schrijf in mijn hoofd en waar mogelijk op mijn MacBook. Ik kan me verstoppen terwijl om me heen de werkster schoonmaakt, mijn dochter facetimet met vrienden, de hond op schoot springt en de radio corona-onheilstijdingen brengt. Op dit moment zit ik aan mijn eettafel, mijn kont warm gehouden door een Ikea-schapenvachtje, omringd door kranten, en kijk ik uit op een wand vol schilderijen van mijn kinderen, geschilderd door mijn ex-man, de kunstenaar Marcel Schellekens, en etsen van mijn zoons hand. Mijn dochter staat te zingen in haar tijdelijke quarantainekamer, mijn hond ligt te bakken in de zon.

Mijn leven is een soort Groundhog Day, waar ik me ook bevind. Ik word wakker, trek een oude joggingbroek aan en mijn groene hoodie, wandel een groot rondje met de hond, eet mijn muesli en begin. Zowel op Ibiza als hier in Amsterdam luister ik naar mijn schrijflijstje op Spotify, ieder boek een eigen lijstje, drink ik twee koppen zwarte koffie en rook ik één sigaret om op gang te komen. Op mijn MacBook tik ik uit wat ik die nacht of die ochtendwandeling in mijn hoofd heb gehaald. Ik doe verder niet aan bezweringen of wachten op ingevingen van bovenaf en writer’s blocks. Schrijven is niet magisch. Het is een vak, een ambacht, het is blijven zitten ook al vlot het niet. Ik moet van mezelf tussen de duizend en vijftienhonderd woorden per dag schrijven. Goed of slecht, maakt niet uit. Doortikken en achteraf bijschaven en weggooien. Ik kruip naar binnen, klop op de deurtjes van mijn ziel. De kranten op tafel, de half leeggegeten mueslikom naast me, rommel overal. Maakt me niet uit. Wat uitmaakt, is dat de agenda leeg is, en vooral dat ik geen kater heb. Katers zijn desastreus voor de flow. Net zoals dronken zijn trouwens, of verliefd.

Binnenwereld

Het naar binnen kruipen deed ik als kind al. Als kleuter tekende ik verhalen, vanaf het moment dat ik kon lezen, las ik. Iedere avond onder mijn dekbed, met een lampje. Pinkeltje, Wipneus en Pim, De gebroeders Leeuwenhart, alles van Astrid Lindgren, Saskia & Jeroen, Joop Terheul, alle boeken van Irmgard Smits over haar avonturen in een tbc-sanatorium, Afke’s tiental, De olijke tweeling, De vijf, Alleen op de wereld. Iedere keer als ik een boek uit had, voelde ik me rot. Ik wilde in die wereld blijven. Daarom was ik zo gek op reeksen. Door het lezen geïnspireerd, begon ik zelf verhalen te schrijven, meestal gruwelijke of verdrietige. Een van mijn eerste verhaaltjes ging over een klasgenootje, Gijs, dat blind werd en op een dag plotseling in zijn slaap overleed. We wisten niet waaraan, hoe het allemaal precies zat, maar Gijs was ineens weg. Meester Fauth kwam het in de klas vertellen. Het greep me verschrikkelijk aan. In mijn fantasie werd Gijs mijn beste vriend. Ik kon niet stoppen met denken aan hem. Blind zijn, sterven in je slaap, je moeder die je dan vindt.

Uiteindelijk verandert corona niet veel aan mijn leven. Het is bijna als altijd. Het is nu iets moeilijker me af te sluiten van sociale media en het nieuws, het is iets eenzamer en het is stukken angstiger. Waar het vertoeven in mijn hoofd niet altijd prettig is, is het nu een vrij rauwe bedoening. Normaal gesproken zet ik mijn angsten aan wanneer ik aan een boek werk en kan ik ze vrij goed weer uitzetten als ik bijvoorbeeld ’s nachts met de hond loop op mijn stikdonkere Ibizaberg, terwijl ik die middag net iemand op gruwelijke wijze om het leven heb gebracht. Maar nu is mijn angst als een octopus die non-stop op al mijn rode knoppen drukt. 

Kleiner wordende levens

Er is geen controle, geen eind in zicht, geen troost in de vorm van intimiteit. Apocalyptische beelden worden ongefilterd je leven in geslingerd dankzij de wifi en met een beetje fantasie kun je je het einde der tijden voorstellen. Mijn arme ouders die in doodsangst verkeren om alleen en langzaam 

 te sterven. Dat ik ze niet mag bezoeken of verzorgen, en ze niet de begrafenis kan geven die ze verdienen. Mijn arme kinderen wier levens stilliggen, evenals hun toch al kleine inkomens. Arme iedereen. De keihard werkenden in de zorg, de plots werkeloze artiesten en horeca-mensen, de zzp’ers, de mensen die hun bedrijfjes over de klif zien donderen, de moeders die thuiszitten met drie corona-ontkennende pubers, de vrouwen die plots met hun gewelddadige of manipulerende partner zitten opgesloten, de kinderen met verslaafde ouders, de singles met liefdesverdriet, de thuiswonende oudere die al nooit een mens zag, de ouderen opgesloten in verzorgingstehuizen… Al deze kleiner wordende, benauwende levens, het is afschuwelijk, en wat afschuwelijk is, is goud voor een thrillerschrijver.

Net als iedereen bekommer ik me nu vooral om mijn directe naasten, en houdt hun onzekere lot me wakker ’s nachts, naast het ineenstorten van de economie, de roep van sommigen om totalitaire maatregelen, het onvermijdelijk oprukken van het nationalisme, het moeten verkroppen dat de samenleving, ons leven, niet maakbaar is. Maar ook mijn eigen onvermogen en luiheid. Ik zou moeten klussen of een vlog maken. Boeken lezen en de kasten uitruimen. Mondkapjes naaien of een haiku over corona schrijven met de hashtag #stayhome. In mijn tuin applaudisseren en iedere avond uit mijn raam hangen met een fluit of een tamboerijn. Onlineyogaklassen volgen, een nieuwe hobby oppakken. Maar wat doe ik? Niets. Ja, schrijven over niets doen, heel veel eten en iedere avond een fles rode wijn leegdrinken, terwijl ik mijn feeds check en duizend whatsapps lees.

Ik kom er ook achter dat de lockdown vrij matig schrijven oplevert. Niet alleen bij mij trouwens, check al die weerzinwekkend slechte liedjes die de ether bevuilen. Het is echt waar dat je voor mooi schrijven afstand van je onderwerp of verhaal nodig hebt. Die afstand komt natuurlijk vanzelf, als ik over enkele weken nog steeds opgesloten in mijn huis zit. Het huis dat ik kocht nadat ik uit het vorige mijn kinderen en een geliefde had zien vertrekken en vervolgens bijna een jaar ziek was. Een eeuwige blaasontsteking die me ook in quarantaine dwong. Gegijzeld door het toilet, een vrachtlading medicijnen, zelfkatheterisatie, een strikt dieet en een meditatie-app, om de acceptatie te bespoedigen en de pijn mee te bezweren. Dat jaar leerde ik leven met eenzelfde soort paniek als die me nu soms bevangt. Hoelang zal ik zo eenzaam blijven? Komt hier een einde aan? Zal ik ooit weer dansen, vrijen, lachen, pijnloos zijn? Maken al deze medicijnen mijn lichaam kapot?

Vragen waarop niemand een antwoord had, behalve: leer ermee leven. Het zou nooit meer overgaan, het ging over. Het zou psychisch zijn, het bleek fysiek. Er was geen genezing, maar die bleek er wel. De dingen kunnen anders lopen dan gevreesd. En de vrees was eigenlijk het ergste. Erger dan de pijn. Erger dan het opgesloten zijn. De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, mijn moeders adagium, dat overigens niets aan haar angsten afdoet.

Mijn nieuwe thriller Bonuskind is zo goed als af, er ligt hier een manuscript dat slechts nog wat kleine correcties behoeft. 2019, het jaar dat ik eraan schreef, voornamelijk op mijn Ibizaberg, was donker, mede door dit boek. Het neemt je mee in andere hoofden, in de beangstigend kleine wereld van een puber wiens moeder vermist is. Mijn hoofd, mijn werkkamer, is er te vol van. Het puilt uit, er moet licht en lucht bij. Ik wil vluchten in iemands armen en het over trivia hebben. Ik zal vast niet de enige zijn. Uiteindelijk gaat dit ook allemaal voorbij, zoals er al zoveel voorbij is gegaan. We gaan dansen, we gaan vrijen, we gaan lachen, we gaan weer ruzie maken over Zwarte Piet.

Reis door mijn kamer

Als iemand weet hoe het is om de hele dag thuis te zitten, zijn het schrijvers. In deze serie nemen ze ons mee op hun (geestelijke) omzwervingen door de werkkamer, zoals Xavier de Maistre dat deed in 1794 in het boek Reis door mijn kamerNicolien MizeeLieke MarsmanPaul SchefferArnon GrunbergKatinka PoldermanBert WagendorpMaarten ’t Hart en Michel van Egmond gingen Saskia Noort voor. De komende weken volgen onder anderen Dimitri Verhulst, Maxim Februari en Connie Palmen.

Wie is Saskia Noort?

Saskia Noort (1967) is schrijfster en columnist voor Linda en het Algemeen Dagblad. In 2003 debuteerde ze met Terug naar de kust, waarvan ze meer dan 200 duizend exemplaren verkocht. Inmiddels staat de teller van al haar boeken samen op meer dan drie miljoen verkochte exemplaren. Binnenkort verschijnt haar achtste thriller, Bonuskind. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden