Interview Saskia Noort

Saskia Noort: ‘Ik had dit boek niet geschreven als mijn verkrachter nog had geleefd’

Een succesvol schrijversechtpaar ziet hun huwelijk stranden in Stromboli, de eerste roman van Saskia Noort. Het schrijvende paar Eva Hoeke en Marcel van Roosmalen praat met haar over succes, gepolariseerd Nederland, MeToo en het thema van de roman, seksueel geweld.  

Vanaf links Eva Hoeke, Saskia Noort, Marcel van Roosmalen Foto Aurélie Geurts

Het idee was: ‘Schrijversechtpaar’ interviewt bestseller­auteur wier eerste roman draait om een schrijversechtpaar. In Stromboli van Saskia Noort doen Karel van Bohemen en Sara Zomer ‘openhartig verslag van hun gezinsleven, maar achter de façade van hun bohemienbestaan ettert al jaren een dagelijks leven vol afgunst, wrok en zelfs geweld’.

Toen dacht de Volkskrant aan ons.

Wat hadden wij met Saskia?

Een aantal jaar geleden kochten wij eens op het laatste moment een kaartje voor een concert van De Dijk van haar over, dat we moesten komen ophalen in café Weber bij het Leidseplein, waar ­Saskia bier dronk met haar familie. Haar neef Jan Roos was er ook. Na afloop ­kregen we ­ruzie omdat de een van de ­ander vond dat die niet genoeg z’n best had gedaan om aardig te doen.

Toen we voor het eerst met elkaar op ­vakantie gingen, las Eva op het strand Koorts van Saskia Noort. In het boekenkastje bij het zwembad van het hotel vond ze later ook De verbouwing en De eetclub.

Stromboli was het eerste boek van Saskia Noort dat Marcel las. Hij keek wel alle ­af­leveringen van drie seizoenen Nieuwe ­Buren op Netflix op dagen dat hij voor de kinderen zorgde.

Saskia Noort bleek aan het Vondelpark te wonen, ze had haar riante woning in de Jordaan onlangs verlaten nadat de kinderen het huis uit waren gegaan. Ze omschreef de omgeving als ‘een rustige buurt’. Haar buurman is een oud-minister, hij zit weleens in zijn tuin. Bij binnenkomst kreeg Eva een kus en Marcel een hand.

Er scharrelde nog een blonde vrouw rond in huis, haar personal assistent.

Saskia: ‘Meegenomen uit Bergen.’

Daarna: ‘Ik zou niet weten hoe ik anders overal aan zou moeten denken.’

De p.a.: ‘Er is taart.’

Saskia: ‘Dat bedoel ik dus.’

Tijdens het gesprek rookte Saskia twee sigaretten.

Saskia Noort (1967)

Werkte als redacteur voor bladen als Viva en Ouders van Nu, werd toen zelf columniste (VT Wonen, Playboy, Linda) en schreef thrillers die meteen vanaf het begin (Terug naar de kust, 2003) succesvol waren. Met man en kinderen woonde ze in Bergen, tot aan haar scheiding in 2008. In haar nieuwe roman Stromboli voert ze een schrijvend echtpaar op. Hij is een rokende en drinkende romancier die het niet makkelijk vindt om te gaan met de veel grotere roem van zijn vrouw. Samen hebben ze een veelgelezen column in een bekende ochtendkrant. Totdat hun huwelijk klapt.

*

Saskia, aan Marcel: ‘Hoe vond jij het als man om dit boek te lezen, als vrouwenboek?’

Eva: ‘Is het een vrouwenboek? Ik vroeg dat eens aan Griet Op de Beeck en die vond dat flauwekul.’

Saskia: ‘Is gewoon een feit. Herman Brusselmans wordt toch ook vooral door mannen gelezen? Net als Gijp. Het is wel raar dat een vrouwenboek voor sommigen meteen van minder waarde is, omdat het dan oppervlakkig of emotioneel zou zijn. Maar vertel – hoe vond jij het boek?’

Marcel: ‘Eerlijk: van tevoren dacht ik niet dat ik er doorheen zou komen, maar uit­eindelijk wil je toch weten hoe het afloopt. Alleen bij de therapeutische sessies dacht ik: wil ik dat allemaal weten? En dat dacht ik ook bij de ­expliciete seksscènes.’

Eva: ‘Jij leest vooral boeken over de Tweede Wereldoorlog, daar tref je die minder in aan.’

Marcel: ‘Er zijn ook niet veel mannelijke auteurs die over retraites op Ibiza schrijven.’

Saskia: ‘Wel over scheidingen: Henk van Straten bijvoorbeeld.’

Eva: ‘De vrouwelijke hoofdpersoon bezoekt een retraite op Stromboli om orde op ­zaken te stellen. Heb je die ­retraite met alle daaruit voortvloeiende hilariteit erin ­geschreven om het centrale thema, seksueel geweld, jouw eigen verkrachting op 14-jarige leeftijd en de gevolgen daarvan op een mensenleven, behapbaar te houden voor de lezer?’

Saskia: ‘Deels. Ik heb zelf zo’n retraite gedaan op Stromboli, weliswaar een veel vriendelijkere. Dat was een beetje ademen en daarna lekker ­lunchen. Dus ik wist wel: zo’n retraite is een walhalla voor personages. Maar je moet wel een reden hebben om iemand daarheen te laten gaan, er moest een anker in. Dat bleek mijn verkrachting te zijn. Door de MeToo-affaire was ik er al over aan het schrijven, omdat ik me ergerde aan alle mythen die steeds maar weer naar voren kwamen: dat het een heksenjacht zou zijn, of dat het om flirten zou gaan. Dit is het moment, dacht ik, om mensen de impact van zoiets te ­laten zien.’

Marcel: ‘Tegelijkertijd zie ik je deze maand met een portret in de Linda staan tussen mensen als Katja Schuurman en ­Sophie Hilbrand, die niets dergelijks hebben meegemaakt. Sterker, die laatste zegt dat het haar nooit is overkomen omdat ze one of the guys is en Katja nam het eerder vurig op voor de in opspraak geraakte Job Gosschalk. Daar moet jij je dan toch kapot aan ergeren?’

Saskia: ‘Ja, en dat heb ik ook opgeschreven in een verhaal dat verderop in die Linda staat.’

Marcel: ‘Maar erger je je dan ook niet ter plekke? Je staat met z’n allen in zo’n studio, denk je dan niet: wat doen jullie hier in mijn verhaal?’

Saskia: ‘Eh…’

Marcel: ‘Wat is de moeite om er zeven vrouwen bij te zetten die écht iets is overkomen?’

Saskia: ‘Ja, maar ik vind het moeilijk om nu de Linda te gaan zitten aanvallen. Maar goed, het gebeurt natuurlijk vaker, in talkshows zit je ook weleens met mensen van wie je denkt: huh? Dat is de keerzijde van zo’n beweging, dat er altijd mensen zijn die hun ­eigen vijf minuutjes willen pakken. Het is jammer dat je die discussie onderling niet aan kunt gaan. Er was zelfs al discussie of ik dat commentaar wel in het stuk moest zetten.’

Eva: ‘Het pijnlijke is dat dit soort verhalen juist de vragen legitimeren die jou er zo lang van weerhielden je mond open te trekken: stel je je niet aan, is het wel waar, et cetera.’

Saskia: ‘Klopt. Maar zolang er vrouwen zijn die door mijn verhaal wél hun mond opentrekken, is het goed. De rest moet maar.’

Eva Hoeke (1979)

De dochter van jazzpianist Rob Hoeke was hoofdredacteur van de glossy Jackie, schreef daarna onder meer voor Het Parool, en sinds 2015 in het Volkskrant magazine. Het leven met twee kinderen en haar relatie met journalist Marcel van Roosmalen is dikwijls het onderwerp van haar columns, die werden gebundeld in De stad, de kroeg en de man (2014) en Als het maar niet op ons lijkt (2017), over een bekend journalistenstel dat een kind krijgt.

*

Marcel: ‘Bij RTL Boulevard zei Olcay Gülsen over jouw boek dat het leest als een glas ­limonade: het is zo uit. Dat was bedoeld als compliment. Daarna ging het een tijdje over jouw verkrachting, en daarna ging ze in één moeite door over jouw liefdesleven. Dat lijkt me raar: je kaart iets aan, maar daarna mag je aan jou gewoon vragen hoe je seksleven is.’

Saskia: ‘Daar heb ik ook over nagedacht. Ik ben natuurlijk blij met alle publiciteit, maar ik wil ook niet alles in de uitverkoop gooien. Feit blijft wel dat mijn boeken vooral in die hoek gewild zijn. Dus, ja.’

Marcel: ‘Hunker je niet naar een ander soort erkenning?’

Saskia: ‘Niet meer. Ik ben wel vaak tegen dingen aangelopen waarvan ik dacht… Ik bedoel, meningen zijn prima, maar soms waren het gewoon aanvallen op de persoon.’

Marcel: ‘Het is ook gewoon ergernis: ­jezus, ik kan schrijven, maar zíj verkoopt een miljoen boeken.’

Saskia: ‘In Nederland is het boekenvak opgesplitst in twee eilanden: óf je bent een serieuze schrijver, of je bent dat niet. Dat zie je ook in het boek: hij is VPRO, zij is SBS.’

Marcel: ‘Uiteindelijk willen al die VPRO-mensen ook SBS zijn, wat verkoopcijfers betreft.’

Saskia: ‘Maar ze willen niet in RTL Boulevard zitten.’

Marcel: ‘Waarom zit jij ­eigenlijk nooit bij De Wereld Draait Door?’

Saskia: ‘Tegen mijn pr-agent hebben ze een keer gezegd: ‘Wij doen geen boeken meer.’ Flauwekul natuurlijk. Later hebben ze eerlijk gezegd: ‘Wij hebben een familie, en die ­familie komt in onze uitzending om over dingen te ­praten.’ Dat kon ik eigenlijk wel waarderen, die uitleg, ­iedereen heeft gewoon zijn ­eigen doelgroep.’

Marcel: ‘Wat ze zeggen is: ‘Je hoort er niet bij.’’

Saskia: ‘Nederland is gewoon enorm verzuild, misschien nog wel meer dan vroeger. Als je naar het buitenland kijkt, is dat heel anders. J.K. Rowling bijvoorbeeld, die schrijft kinderboeken, gaat naar de plastisch chirurg én schuift ’s avonds rustig aan bij serieuze talkshows. Hier is dat ondenkbaar. Terwijl ik het juist leuk vind om mensen te kennen die rechts zijn, links zijn, populair, niet populair. Zo ziet mijn vriendengroep er ook uit, van superlinks tot ­rokend in een Jordanese bar tot tegen het heel rechtse aan. Als wij met z’n allen bij elkaar zitten, slaat regelmatig de vlam in de pan, maar dat is juist goed. Het lijkt wel of je in Nederland één imago moet kiezen, en de dag dat je ingedeeld bent kom je daar nooit meer vanaf. Verstikkend.’

Eva: ‘In het boek haal je ­Connie Palmen aan, die in het echt ooit tijdens het Boekenbal tegen jou en Kluun riep: ‘Scheer je weg, nietsnutten.’ Stoort dat je nog altijd?’

Saskia: ‘Neuh, dat is gewoon lekker om op te schrijven. Al is het ook weer niet zo dat ik per se met Connie aan tafel wil.’

Eva: ‘Je raakt het nooit helemaal kwijt, de mensen die je hebben gekwetst?’

Saskia: ‘Nee. Het grappige is dat sinds ik me er minder druk om maak, er ook veel minder haters zijn, en ik zelfs betere recensies krijg.’

Eva: ‘En bovendien: you cry all the way to the bank, toch?’

Saskia: ‘Nee, dat is het niet. Tuurlijk: ik heb alles bereikt waar andere auteurs van dromen, maar als je zo’n persoonlijk verhaal schrijft is het niet zo dat je daarna lekker met een half miljoen naar Ibiza vertrekt. Dan wil je ook een zo groot mogelijk publiek.’

Marcel: ‘Dat heb je dan wel weer gemeen met alle andere schrijvers.’

Marcel van Roosmalen (1968)

Columnist van nrc. next en de VARA-gids en partner van Eva Hoeke. Schreef diverse boeken over de Arnhemse club Vitesse. Het eerste, Je hebt het niet van mij (2006), werd bekroond met de Nico Scheepmaker-beker. Zijn journalistieke carrière begon bij HP/De Tijd, waar hij de campagne van Pim Fortuyn volgde (Op pad met Pim, 2002). Bracht in 2006 zijn eerste roman uit, Wij weten heus wel hoe laat het is. Volgend jaar moet een roman verschijnen over zijn overleden vader, die ambtenaar was bij de Provincie Gelderland, De man achter het gordijn.

*

Marcel: ‘Wat voor boeken lees je zelf?’

Saskia: ‘Ik heb net Elke Geurts gelezen, Ik nog wel van jou, dat vond ik heel indringend. Mooi geschreven ook. Nu heb ik nog Tess Gerritsen liggen, daar kijk ik naar uit, en Tommy Wieringa’s De heilige Rita vond ik ook fantastisch. En verder lees ik graag waargebeurde verhalen, psychologische boeken over sektes enzo. Dat is meteen ­research. Tijdens het schrijven van een boek lees ik trouwens geen romans, want dan ga ik het toch nadoen, onbewust.’

Eva: ‘Heb je jezelf gekuist in dit boek? Met het idee: dit lezen mijn kinderen straks ook?’

Saskia: ‘Daar denk ik vooral achteraf aan. Tijdens het schrijven mág je jezelf niet kuisen, vind ik. Ik waarschuw mensen die ik beschrijf soms wel van tevoren.’

Eva: ‘En hebben ze dan vetorecht?’

Saskia: ‘Nee, ik wil alleen voorkomen dat ze schrikken, of zich misbruikt voelen. Maar uiteindelijk is het míjn ­verhaal.’

Eva: ‘Maar jouw verhaal is ook altijd andermans verhaal. Laten we het voorbeeld ­nemen van de verkrachter: dat was jouw buurjongen. Denk je daar dan over na, wat hij ervan zal vinden?’

Saskia: ‘Nee, want hij is dood.’

Eva: ‘Hoe weet je dat?’

Saskia: ‘Dat hoorde ik op een feestje, in Bergen, mijn geboortedorp. Ik dacht meteen: mooi, dat is karma. Want hij is best jong overleden, hij was pas midden in de dertig ofzo. Aan kanker. En daar was ik niet rouwig om.’

Marcel: ‘Zag je hem tot die tijd nog weleens?’

Saskia: ‘Nou ja, het was mijn buurjongen, dan kom je elkaar soms tegen. Ik negeerde hem wel, maar toch. Dus dat was een hele opluchting toen ik hoorde dat hij dood was. Een beetje zo van: er is toch een god. Ik ben er niet meteen over gaan praten, maar ik voelde me daarna wel vrijer om te zeggen wat ik te zeggen had. Ik had dit boek ook niet geschreven als hij nog had geleefd.’

Eva: ‘Bizar eigenlijk, dat je je verkrachter in bescherming neemt.’

Saskia: ‘Ja, heel raar. Wat er ook mee te maken heeft: toen mij dit overkwam, speelde er een soortgelijke zaak in Bergen. Als zoiets gebeurt in een dorp, is dat het gesprek van de dag. Iedereen heeft een mening: hij heeft het niet gedaan, hij heeft het wel gedaan, zij is een slet, zij is geen slet. Blabla. En daar wilde ik absoluut niet het middelpunt van zijn. Want ik dacht alleen maar: mijn ­vader gaat die gast in elkaar timmeren, de buurman gaat mij een hoer vinden, dat wil ik allemaal niet – en dus hield ik mijn mond. Totdat hij er niet meer was, blijkbaar. Het mooie is dat sindsdien allemaal mensen uit het dorp naar me toe zijn gekomen met hun eigen verhalen. Kennelijk was ik niet de enige.’

Eva: ‘Waren er ook mensen die zeiden: heb je haar weer met d’r verkrachting?’

Saskia: ‘O ja, dat is me zelfs binnen de familie- en vriendenkring gezegd. Dat is ­natuurlijk heel raar: stel nou dat ik één been had gehad, dan gaan mensen toch ook niet zeggen: ja nou weten we het wel Saskia, dat je één been hebt. Dat heb ik letterlijk zo gezegd tegen mijn moeder.’

Eva: ‘Wat doet het met je, als je eigen moeder zoiets zegt?’

Saskia: ‘Nou ja… Ik begrijp het ook wel weer. In mij schuilt ook een cynicus. Ik denk soms ook bij mensen: daar gaan we weer.’

Marcel: ‘En wat vindt jouw ex-man, die dan niet de Karel in dit boek is, maar toch, van dit boek? De lezer denkt toch: wat een lul.’

Saskia: ‘Ik had hem van de week aan de telefoon en toen zei hij dat hij het niet ging lezen, haha.’

Marcel: ‘Maar wat vindt hij ervan? Hij is toch degene die jouw schrijverschap in eerste instantie heeft gefinancierd.’

Saskia: ‘Nou, gefinancierd…’

Marcel: ‘Je hebt een jaar vrij genomen om een boek te schrijven. Dat had zonder hem niet gekund.’

Saskia: ‘Ja, oké.’

Marcel: ‘En nu is hij een niet zo mooi personage in jouw boek. Hoe vindt hij dat?’

Saskia: ‘Ja maar: Karel ís niet mijn ex-man, Karel is een fictief personage in mijn boek, samengesteld uit diverse mannen. Dat mensen denken dat hij het is, daar kan ik niet omheen, maar het ís hem niet. Stromboli is fictie, geen autobiografie. Overigens waardeer ik mijn ex-man erg, want hij snapt dit, en legt me ook niets in de weg. Terwijl hij wars is van publiciteit, én nog steeds in dat dorp woont.

‘Toen ik net bekend werd zei hij altijd: ‘Als ik maar geen Ton van Royen word.’ Hij is kunstenaar, dat scheelt, hij snapt dat dit mijn vak is. Mijn dochter zingt, als ik haar songteksten hoor denk ik ook wel­eens: ooo, nee toch. Maar ja, dat is kunst, en in kunst moet je vrij zijn. Ken je A.M. Holmes? Die heeft een mooi boek geschreven, Een brandbaar huwelijk. Daarin is ze rücksichtslos, over haar eigen huwelijk nota bene. Maar het werkt wel, het snijdt dwars door je ziel. Overigens wordt dat van vrouwen minder gepikt dan van mannen.’

Eva: ‘Dat is waar: op Marcel zijn ze nooit boos, op mij wel. Hoe verklaar je dat?’

Marcel: ‘Dat komt doordat jij aardiger bent. Bij mij denken ze: hij is toch al een lul, laat maar.’

Saskia: ‘Als vrouw ben je toch vaak de sociale, verbindende factor, dus dan ben je ineens een verraadster als je iets unverfroren opschrijft.’

*

Eva: ‘Door de jaren heen ben je steeds meer een stem geworden in het maatschappelijk debat, iets wat je vooral op Twitter laat zien. Is dat gekomen sinds MeToo?’

Saskia: ‘Bij veel onderwerpen denk ik: wacht maar even af, kijk het maar even aan, want vaak is het een half uur later ­alweer anders. En er krijsen al zoveel mensen. Maar dit onderwerp gaat me ­natuurlijk aan het hart, en als je je eenmaal een keer hebt uitgesproken durf je dat de volgende keer weer. Mijn zoon vindt mij inmiddels een hysterische ­feminist, die pest me expres met seksistische opmerkingen. Met zijn feministische zus en zijn vriendin hebben we een keer een heftige discussie gehad over sletten. Dat dat woord nog bestáát, überhaupt.’

Eva: ‘Als je je publiekelijk profileert, kom je ook voortdurend in discussies terecht. Je bent inmiddels gebrouilleerd met Jan Roos, een volle neef, omdat jij je links opstelt, en hij rechts.’

Saskia: ‘Ja, terwijl ik helemaal niet zó links ben. Ik wil er niet al te veel over kwijt, maar we kregen op Twitter een discussie over asielzoekers die hun tanden zouden bleken op kosten van de staat. Ik kan niet tegen domheid, of tegen ­dingen niet waar zijn, en dat zeg ik dan ook: check anders eerst even de facts. Als hij dan meteen begint te roepen dat ik een sneu grachtengordelwijf ben… Hou het even inhoudelijk, denk ik dan.’

Eva: ‘Terwijl jullie uit een hechte familie komen, waarin iedereen op verjaardagen gearmd op tafel staat te zingen, heb je weleens verteld.’

Saskia: ‘Maar dan werd er ook altijd zwaar gediscussieerd, hoor. Ik denk dat het een symbool is van wat overal ­gebeurt: mensen polariseren en blijven in hun bubbel, rechts nog erger dan links.’

Marcel: ‘In het begin van dit gesprek zei je dat je er juist van houdt om je te omringen met mensen met een totaal andere mening.’

Saskia: ‘Ja, maar dan moet je wel respect hebben voor ­elkaar. En niet mensen affakkelen.’

Marcel: ‘Dat deed hij toch ­altijd al?’

Saskia: ‘Mij niet.’

Eva: ‘Heb je hem gebeld, zo van: joh, waar zijn we nou mee bezig?’

Saskia: ‘Nee. Dat is ook niet aan mij, want ik ben de beledigde partij.’

Eva: ‘Lijkt me lastig, op familieverjaardagen.’

Saskia: ‘Yep. En daar buiten ook, zelfs werkgevers bellen mij met de vraag wat precies mijn relatie met Jan Roos is.’

Marcel: ‘Maar dat is dan toch fout van die werkgevers? Ik vind dat wel ver gaan hoor, jij bent toch gewoon Saskia Noort? En je mag toch zelf ­weten met wie je omgaat?’

Saskia: ‘Ik vind het ook vervelend, maar zo werkt het toch.’

Eva: ‘Moet je hier geen boek over schrijven? Want het raakt je wel, zo te zien.’

Saskia: ‘Het is hét thema, dat is waar. Maar het is ook ­familie. En die wil je toch ­beschermen.’

*

Marcel: ‘Tot slot: is de woensdagmiddag, het moment dat de Bestseller Top 60 bekend wordt, nog een spannend ­moment voor jou?’

Saskia: ‘Tuurlijk. Daar doe je het toch voor?’

Marcel: ‘In je boekpresentatie was in elk geval geïnvesteerd. Ik zag dat iedereen in het geel was, net als de cover van het boek. En dat je vader op Jan Siebelink lijkt.’

Saskia: ‘Dat klopt. Zo’n man is het ook, 70, gesoigneerd. Het is wel grappig: mijn ­vorige boek Huidpijn had een roze ­cover. Toen zei ik tegen mijn uitgever: ‘Ik wil straks naar ­Ibiza gaan en zien hoe het hele strand roze is gekleurd. En dit jaar moet dat geel zijn.’

Drie dagen later komt Stromboli op nummer 3 binnen, de week erna staat het op 1.  

Foto Aurélie Geurts
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.