Sarcasme bederft het spel

'Ik heb een goede pokerface, want ik ben halfdood vanbinnen', luidt de eerste zin van Kaarten op tafel van Colson Whitehead, een gerenommeerde romancier uit New York die zich door een tijdschrift laat overhalen aan de World Series of Poker mee te doen. Veel zin heeft hij niet, maar het aanbod - het blad betaalt de inleg van 10 duizend dollar, eventuele opbrengsten mag hij houden - kan hij niet weigeren. Ook omdat hij net een paar dagen daarvoor gescheiden is en een potje kaarten in een zielloos casino wel ziet zitten. Geestig documenteert Whitehead zijn voorbereiding - toernooitjes, amateurpotjes, yoga, pokercoach - en deelname.


Het literaire non-fictiegenre 'intellectueel onderwerpt zich aan laagcultuur' kent een mooie traditie in Amerika en levert vaak inzichtelijke stukken op, zoals het beroemde essay van schrijver David Foster Wallace over tennisser Roger Federer. In het geval van Whitehead zitten zijn zwaar sarcastische toon en zelfspot (of zelfhaat) hem in de weg om betekenisvolle analyses te maken van de pokerwereld. Dat hij halfdood vanbinnen is, wordt keer op keer herhaald, maar waar die leegte vandaan komt, maakt hij niet duidelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.