Achter het boek Sarah Meuleman

Sarah Meuleman: ‘Schrijven is een ruwe sport’

Schrijver Sarah Meuleman. Beeld Eva Roefs

Hoe schrijft de schrijver? Sarah Meuleman, van wie zojuist De vondeling verscheen, reist door de tijd en tussen continenten, frunnikt aan zinnen en smijt met woorden.

De eerste zin is niet het begin van De vondeling, de nieuwe roman van Sarah Meuleman (42). Daarvóór staat over twee pagina’s een getekende kaart, met The Isles of Scilly (‘helaas uit te spreken als silly’), een dunbevolkte eilandengroep in de Atlantische Oceaan, op 45 kilometer van Land’s End, waar je een bibberend vliegtuigje kunt nemen.

Waarom die kaart?

‘Pure romantiek. Die doet mij denken aan vroeger, toen ik Gulliver’s Travels las, waar ook zo’n kaart in stond. Het is een extra prikkeling van je verbeelding. Het zijn bestaande eilanden. Maar het is óók vertekend: de illustratie is speciaal voor mijn boek gemaakt door kunstenaar Lotta de Beus. Er staan een paar plekken op die niet overeenkomen met de werkelijkheid. Dat is méér dan een spel: daar al begint het thema van mijn boek: wat is echt, wat verzonnen, wat is er vroeger echt gebeurd, en wat is in de herinnering een verhaal geworden, dat niet meer correspondeert met de werkelijkheid?’

In haar eerste roman, De zes levens van Sophie (later herschreven als Wat ik je niet vertel) ging het om een meisjesvriendschap in het België van 1996, een verdwijning en de ontrafeling van het mysterie als een van de meisjes 18 jaar later in New York is. Ook in De vondeling giert de suspense: in 1968 heeft de 8-jarige Robin, die niet weet wie haar vader is, op de Isles of Scilly een dode baby gevonden, die even later verdwenen is. Niemand gelooft haar. Ze komt in 1990 terug om uit te zoeken wat er echt is gebeurd. En dát verhaal wordt weer verteld in 2035 door een bejaarde Engelse mevrouw, aan de 30-jarige schoonheidsspecialiste Rebecca. Haar voert ze al vertellend mee naar de Isles of Scilly.

Wie is Sarah Meuleman?

Sarah Meuleman debuteerde twee keer: in 2015 met De zes levens van Sophie (de Volkskrant: ‘een fraaie entree in de literaire arena’), en in 2016 toen de remix verscheen onder de titel Wat ik je niet vertel. In 2018 kwam de vertaling Find Me Gone uit in Amerika, Canada en Engeland.

Tevoren werkte Meuleman (Oostende, 1977) als journalist, singer-songwriter, chef kunst en media van Vrij Nederland (2007-2008) en presentator (Sarah’s barbaren, kunstprogramma voor de VPRO-tv, 2012). Zij schrijft regelmatig artikelen en verhalen voor onder meer Volkskrant Magazine.

Beeld Eva Roefs

Hoe kwam je bij die locatie?

‘Ik had een idee voor een verhaal. Dat moest zich op een eiland afspelen. Ik heb de atlas erbij gepakt, want voor een schrijver ligt de wereld letterlijk open, en dacht: welk eiland dient mijn verhaal het beste? Toen stuitte ik op de Isles of Scilly, tussen Engeland en Amerika. Ik las over de langste en meest bloedeloze oorlog ooit, 335 jaar, tussen Nederland en The Isles of Scilly, begonnen in de piratentijd en geëindigd in 1986, toen iemand op het idee kwam om de vrede te sluiten. Dat was iedereen vergeten. Nul slachtoffers, geen schot gelost. Een oorlog die eigenlijk geen oorlog is. Prachtig, toch?

‘Tussen de eilanden St. Agnes en Gugh is een strook land die soms is overstroomd en soms droog ligt. Kwam me ook goed uit. De eilanden zijn schitterend en toch kennen weinig mensen die plek. Hoe leuk is het die te ontdekken, als lezer! Een plek met twee gezichten: in de zomer zonnig en fotogeniek, met palmbomen, in de winter guur en in zichzelf gekeerd. Sprookjesachtig én spookachtig. Superveilig als je er woont, want de buitenwereld is ver weg. Maar kom je er als buitenstaander en probeer je iets te boven water te krijgen wat niemand op het eiland boven water wil, dan is het een harde en onheilspellende plek.’

Beeld Eva Roefs

Wanneer was jij er?

‘Ik ben er in de winter geweest, een paar weken in het huisje van een drummer die op tournee was. Twee jaar geleden. Daar ben ik met schrijven begonnen. Als ik aan het schrijven ben, ben ik daar ongeveer zes uur per dag mee bezig. Mijn vriend krijgt me dan niet van het scherm af. Begin van dit jaar heb ik het verhaal voltooid. Daartussendoor kwam nog de Amerikaanse promotietournee rond Find Me Gone, de vertaling van mijn eerste roman die bij HarperCollins is verschenen.’

Wat in het boek van groot belang is: er worden op het eiland geen baby’s geboren. Dat gebeurt op het vasteland.

‘Dat was in werkelijkheid ook zo. Al is er inmiddels op St. Mary’s wel een ziekenhuis. Maar ik speel ermee. Het gedeelte in mijn roman dat in 2035 speelt, is vanzelfsprekend ook verzonnen. Geen sciencefiction, maar de nabije toekomst, bijna-voorstelbaar maar toch onvoorspelbaar. Mijn boek gaat erover hoe wij herinneringen maken en hoe herinneringen ons maken. Maar als je een personage haar herinneringen laat vertellen, voeg je daar nog een filter aan toe. Elke verteller past haar verhaal gedeeltelijk aan de luisteraar aan. Dus er is het kleine eiland, heel klassiek, en daar is iets gebeurd in 1968, waar de 8-jarige Robin bij was. En dan is er New York, 2035, een strak en clean bejaardentehuis, waar Rebecca dat verhaal over vroeger te horen krijgt, van een heel oude dame.’

In een toekomstwereld waarin mensen elkaar leren kennen via quantumdating.

‘Ja, want dat vinden ze echter dan fysiek contact. Je communiceert met elkaar als avatars. Dan kun je voor elkaar kiezen zonder je te baseren op het uiterlijk van de ander. Quantumdating is minder oppervlakkig – zo denkt men. Dat vind ik spannend, die omkering.’

Je eerste zin: ‘Sommige verhalen kun je beter horen met je ogen open.’

‘Die openingsscène speelt in 1968. Dit zegt het meisje Robin tegen haar schildpad. Maar tegelijk kan de lezer zich ook aangesproken voelen. Die heeft immers ook altijd zijn ogen open, terwijl hij luistert naar verhalen.’ 

Beeld Eva Roefs

Maak je veel versies?

‘Nee, maar ik laat wel steeds meer weg. Schrijven is een oefening in overtolligheid: alleen wat wezenlijk van belang is, mag blijven staan. Je bent bezig met details, per scène. Maar schrijven is niet alleen frunniken aan zinnen; het is ook openrijten, smijten, kijken hoe iets landt op het papier. Het is óók een ruwe sport. Mijn hoofdstuktitels zijn ontleend aan de taxidermie, want er komen veel opgezette dieren voor in mijn boek: ‘Villen’, ‘Vlezen’, ‘Vullen’, ‘Vormen’. Die titels zijn in mijn ogen tevens de kern van het handwerk dat schrijven is.’

In je beide romans maak je grote sprongen in de tijd én tussen continenten. Je wilt niet op één plek zijn, lijkt het. In beide boeken is de identiteit van de personages veranderlijk. Waar komt dat thema vandaan?

‘Je spint je eigen verleden tot een kloppend verhaal en dat vormt je identiteit. Maar wát, als er iets ergs is gebeurd, wat jouw leven heeft bepaald, en dat wordt door iedereen ontkend?

‘Waar het vandaan komt? Misschien heeft mijn jeugdidool Madonna er iets mee te maken. Ik ben met haar opgegroeid. In haar clips speelde ze met rollen. Het ene moment was ze een geknakt pappa-don’t-preach-meisje, het andere een material girl, een uitdagende spelbepaler.’

Om te eindigen als vals zingende weirdo met een ooglap op het Songfestival.

‘Alsjeblieft! Daar hebben we het niet over.’

Goed. Het begon met Madonna.

‘En met de nonnen. Tussen mijn 5de en 17de ging ik in een donkergroen uniform naar de nonnenschool Sint Bavo in Gent. Daar voelde ik dat ik er niet bij hoorde; ik schreef gedichten, liedjes, las veel, wilde veel liever ergens anders zijn. Die vrijheid gaf de literatuur mij, en misschien zie je die vrijheid in mijn boeken terug. Toen ik 14 jaar was, haalde de lerares voor Nederlands mij voor de klas, en zei: ‘Van haar gaan we ooit een roman lezen.’ Ze zag iets in mij, en dat heeft mij zeer gesterkt. Toen ik in 2015 debuteerde, heb ik aan die juf het eerste exemplaar uitgereikt.

‘Na de nonnen ging ik naar de Toneelschool. Dat was nogal een overgang; van de nonnenschool waar je nog niet eens een appel mocht eten in het bijzijn van moeder-overste, naar een school waar ze in de eerste lessen zeiden: ‘Neem elkaar maar op de bek, want dan laat je zien dat je je emoties totaal geeft.’ Dat was ook niks voor mij. Toen ben ik gaan studeren: Germaanse filologie en algemene literatuurwetenschap. En dat was het wél. Nu, met mijn boeken, kan ik mij in diverse werelden begeven. Ik ben alweer aan het puzzelen aan een volgend boek.’

Is daar een reis voor nodig?

‘Meerdere.’

Hoe is jouw debuut meteen bij een grote Amerikaanse uitgever terechtgekomen?

‘Een Amerikaanse agent was getipt door mijn Nederlandse uitgever, en enthousiast over mijn boek: Cecile Barendsma van Cecile B Agency. Toen heb ik niet thuis in Amsterdam afgewacht wat er zou gebeuren, maar heb ik een vlucht naar New York geboekt. Samen met haar ben ik langs diverse uitgevers gegaan. Binnen een week had ik biedingen, en toen hebben we voor HarperCollins gekozen. Daar is Find Me Gone verschenen, in oktober 2018. In de komende zomer ga ik op een boekhandelstournee door Amerika, die zes weken duurt. Het gaat goed. Maar het is niet vanzelf gegaan. Ik heb er hard voor gewerkt.’

Vind je recensies belangrijk?

‘In zoverre, dat ik hoop dat men ziet wat ik beoog; duistere sprookjes schrijven, tussen literatuur en thrillers in. Daarom citeer ik in het motto ook Patricia Highsmith. Zij inspireert me, net als Donna Tartt. Het werken aan een spannende en geloofwaardige plot is een kunst apart, die nog weleens onderschat wordt. Sterker nog, er wordt badinerend over gedaan, alsof een sterk plot afbreuk zou doen aan de literaire kracht. Daar ben ik het niet mee eens.’

Beeld Eva Roefs

Jouw stijl is strak: geen lange zinnen.

‘Klopt. Tom Lanoye kan dat, hele fraaie lange zinnen schrijven. Dat past niet bij me. Ik wil mijn lezers niet met mooie taal overstelpen. Als ik een bijzonder woord gebruik, moet daar een verdomd goede reden voor zijn. Renate Dorrestein kon dat goed, raak schrijven met uitgeklede taal, zonder krullerigheid.’

Ook de titel is sober.

‘In het Engels gaat hij Blackbird heten. Dat had niet in het Nederlands gekund: De merel, dat heeft een ander gevoel, hè. De vondeling is door mijn redacteur bedacht, Jasper Henderson, en in meer dan één opzicht erg geschikt. Adri van der Heijden kondigde een paar keer een roman aan die zo zou heten, maar die is nooit verschenen. Ik beschouwde deze titel als vrij.

‘Alles moet in dienst staan van mijn verhaal, dat gaat over de dunne lijn tussen de waarheid en de constructie, het verhaal dat je ervan maakt. Dat gebeurt voortdurend in de politiek, waar opzettelijk met feiten wordt gespeeld. Maar ook in het persoonlijk leven, al dan niet bewust: wat stuurt jou, als je over een ingrijpende gebeurtenis uit je jeugd vertelt aan een onbekende? Put je uit de ware geschiedenis, uit het verhaal van je herinnering, pas je je aan je luisteraar aan?

‘Ik heb nu anderhalf uur tegen jou zitten praten. Dat kun jij straks nooit allemaal noteren. Jij schrijft alleen op wat jij zelf belangrijk vindt. Jouw interview met mij zal eruitzien als een gesprek. Maar het is een constructie.’

Sarah Meuleman: De vondeling Lebowski; 303 pagina’s; € 21,99.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden