Sappig theater uit de lage landen

Het Berlijnse publiek bejubelt Luk Perceval en Johan Simons voor hun Duitstalige voorstellingen op het Theatertreffen. ‘Ik heb begrepen dat men hier vooral de menselijkheid van het verhaal waardeert.’..

Nogal verlegen, zelfs een beetje blozend stond hij erbij, regisseur Luk Perceval, afgelopen maandagavond in het Festspielhaus in Berlijn. Zojuist was zijn vierenhalfuur durende Kleiner Mann – was nun? afgelopen, een van de tien voorstellingen die dit jaar voor het Theatertreffen zijn uitverkoren. Het Berlijnse publiek beloonde hem en zijn spelers daarvoor met een minutenlange ovatie en bij de overhandiging van de TT-oorkonde benadrukte de festivalleider dat zo’n lang applaus bijzonder is voor het doorgaans kritische Berlijnse publiek.

Perceval maakte een warmbloedige, uitmuntend gespeelde en bijna minimalistisch vormgegeven theaterbewerking van Hans Fallada’s roman uit 1932. Over de treurige lotgevallen van het jonge stel Johannes en Emma (Lämmchen) in de (crisis)jaren dertig van de vorige eeuw. Hij bewerkte deze roman voor de Münchner Kammerspiele, waar hij regelmatig als gastregisseur werkt.

De bijval voor Kleiner Mann – was nun? betekent voor Perceval een dubbele triomf. Niet alleen werd zijn productie hét succes van deze eerste week van Theatertreffen, ook nam hij revanche op Berlijn dat hij vorig jaar tamelijk depressief verliet. Drie jaar lag was hij huisregisseur van de Schaubühne am Lehniner Platz, maar tussen hem, het gezelschap en de stad klikte het niet. Inmiddels is hij vertrokken naar Hamburg waar hij gezelschapsleider van het Thalia Theater is geworden.

Na het zien van Kleiner Mann – was nun? zal Berlijn spijt hebben dat deze belangrijke theatermaker is vertrokken. Niet alleen laat hij het publiek op hartveroverende en ontroerende wijze hernieuwd kennismaken met een beladen verleden, hij laat ook zien dan hij meer kan dan extreem en cynisch theater maken – zoals hij de laatste jaren deed in bijvoorbeeld Molière.

Perceval: ‘Het publiek blikt als het ware terug op het leven van zijn eigen grootouders, in een wereld die niet meer bestaat. Dit land heeft een diep trauma over die tijd, waarin het nazisme opkwam. Het is lang verboden geweest te treuren om de dode soldaten, om de dode familieleden van toen, omdat ze aan de foute kant stonden. Die littekens tekenen nog steeds bijna elke Duitse familie. En juist het theater is dan de plek om die opgekropte emoties even te uiten, dat werkt soms zelfs louterend.’

Tijdens de voorstelling wordt op de achterwand een stomme film vertoond over het dagelijks leven in Berlijn in de jaren dertig. Dat versterkt het gevoel te kijken naar een tijd die zowel weerzin, schaamte als misschien ook wel nostalgie oproept. Perceval: ‘Theater in Duitsland moet vooral politiek zijn, en over de grote thema’s gaan. Maar deze voorstelling gaat over kleine mensen die door de tijd vermalen dreigen te worden, en voor de keuze staan te kiezen voor de nazi’s of voor de communisten. Alles gaat mis, maar ze hebben een rotsvast geloof in de liefde. Ik liep al jaren rond met dat boek in mijn hoofd, ook omdat het eigenlijk zo Vlaams is. Het zou net zo goed van Louis Paul Boon kunnen zijn – klein leed in een prachtige couleur locale.’

De regisseur noemt het zeer eervol te mogen spelen in Theatertreffen, waarin jaarlijks in mei de tien meest belangwekkende voorstellingen uit Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk worden vertoond. Er heerst dezer dagen een uitgesproken feeststemming in Berlijn, waar theater doorgaans een bloedserieuze zaak is, iedereen komt hier kijken, je komt iedereen tegen. Voor de gezelschappen is het ook een vlootschouw: producties worden uitgenodigd elders te komen spelen.

Theatertreffen 2010 werd afgelopen weekend geopend met de voorstelling Kasimir und Karoline, gespeeld door Schauspiel Köln in regie van Johan Simons en Paul Koek. Simons, die al twee keer eerder op het Berlijnse Festival te gast was, maakte vorig jaar bij NTGent en de Veenfabriek een Nederlands-Vlaamse versie van dit stuk van Ödön von Horváth. Daarvan was de Keulse intendant zo onder de indruk dat het concept van die productie inclusief de regisseur werd aangekocht. Kasimir en Karoline werd in Nederland en België matig ontvangen, veroorzaakte afgelopen zomer in het festival van Avignon een schandaal, maar werd in Duitsland geprezen.

Simons: ‘Een bijzondere ervaring ja, een productie op dezelfde manier nog eens overdoen, maar dan met totaal andere mensen. Ik was hoe dan ook zeer verrast dat deze voorstelling voor Theatertreffen werd geselecteerd. Ik heb begrepen dat men hier vooral de menselijkheid van het verhaal waardeert. Ik ben niet een regisseur die alleen maar de zwarte kant van de mensheid laat zien. Ook in Kasimir und Karoline overwint uiteindelijk de liefde, al is dat misschien op een andere manier dan gehoopt.’

Simons heeft van de Duitse versie een veel psychologischer voorstelling gemaakt dan de Nederlandse, die achtelozer en argelozer was, en veel losser. Ook in dit verhaal gaat het over de prille liefde tussen twee mensen, met een volkskermis in München als plaats van handeling en de financiële crisis als achtergrond. De Keulse acteurs storten zich met veel ernst en inleving op hun personages, wat de voorstelling zeker ten goede komt.

Volgens dramaturg Paul Slangen kunnen Duitse acteurs dit stuk niet anders dan sociaal-politiek spelen. ‘Ze kennen Kasimir und Karoline vanaf het moment dat ze op de toneelschool komen. De acteur die hier de rol van Speer speelt bijvoorbeeld, heeft al in vijf eerdere opvoeringen gestaan en ongeveer alle mannenrollen gespeeld. Dit gaat over hun eigen recente geschiedenis, en die wordt behoorlijk serieus genomen. In Nederland kijken we toch vaak hoe zo’n stuk van vroeger in onze tijd is in te passen.’

Belangrijk tijdens Theatertreffen is het contact tussen de theatermakers en het publiek. Dat geschiedt in soms uitputtende nagesprekken waarin de dramaturgische toelichtingen niet van de lucht zijn. Tijdens het druk bezochte publieksgesprek over Kasimir und Karoline zitten maar liefst twaalf mensen achter de tafel, onder wie de regisseur, hoofdrolspelers, juryleden en dramaturgen. Simons gaat in onnavolgbaar Duits in op de verschillen tussen het Duitse en Nederlandse theatersysteem en duikt en passant in zijn eigen verleden bij theatergroep Hollandia. Hoe hij zich toen afzette tegen de gevestigde orde, niet in de traditionele schouwburgen wilde spelen en uitweek naar plantenkassen en autosloperijen. Om al doende het publiek te bereiken dat nooit naar theater ging. En dat na vijf jaar alleen nog maar de intellectuele elite in dure auto’s daarop afkwam. Paul Slangen eindigt stichtelijk: ‘De wereld is nog niet af en theater kan meehelpen aan het verder werken daaraan. Zoals Jack Lang al zei: theatermakers hebben de ideeën die politici niet meer hebben.’

Jack Lang, de Franse oud-minister van Cultuur, was naar Berlijn gekomen om de openingstoespraak te houden. Hij onderstreepte in zijn speech de roemruchte Duitstalige theatergeschiedenis die namen heeft voortgebracht als Bertolt Brecht, Peter Handke, Thomas Bernhard en Heiner Müller. Met lichte jaloezie stelde hij vast dat Frankrijk wat dat betreft een tamelijke grote achterstand heeft. Hij riep de politici en beleidsmakers op theater te blijven steunen, ook in financieel moeilijke tijden. ‘Je hoort en leest nu steeds vaker dat kunst gezien wordt als een overvloedige en overbodige luxe. In heel Europa heeft theater het moeilijk en de kredietcrisis wordt gebruikt om bezuinigingen op kunst te legitimeren. Ik roep u allen op de kunst te beschermen, want de crisis van nu is niet alleen een financiële, maar ook een intellectuele. Laat het theater daarom zo politiek mogelijk zijn.’

Wat dat betreft, wordt Lang op zijn wenken bediend, want het thema van Theatertreffen 2010 is ‘Theater in tijden van crisis’. Schiller, Tsjechov en Shakespeare zijn dit jaar geheel afwezig. Opvallend veel geselecteerde stukken zijn van hedendaagse schrijvers als Elfriede Jelinek, Dea Loher, Peter Handke en Roland Schimmelpfennig. In meer of mindere mate gaan ze over de economische crisis, recessie en sociaal verval – soms in uitermate politieke stukken, soms in kleine verhalen. Van Jelinek wordt in Berlijn Die Kontrakte des Kaufmanns opgevoerd, dat eerder ook door Johan Simons onder de titel Underground werd geregisseerd. Diebe van Dea Loher, komend seizoen in regie van Alize Zandwijk bij het Ro Theater te zien, is opnieuw een stuk vol minidrama’s over mensen die naarstig op zoek zijn naar rust, aandacht en geborgenheid.

Een opvallend buitenbeentje in het behoorlijk geëngageerde aanbod dit jaar is de voorstelling Life and Times – Episode 1 van Nature Theatre of Oklahoma, een groep Amerikaanse artiesten die onderdak heeft gevonden bij het prestigieuze Burgtheater in Wenen. Vandaaruit worden de meest bijzondere producties gemaakt die intussen veelvuldige door de internationale festivals worden opgepikt. Zo speelde het Nature Theatre al in Salzburg en in de Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg. In Life and Times wordt ruim drie uur lang door drie zangeressen en drie acteurs het leven van zo maar een Amerikaans meisje bezongen – de periode tussen haar geboorte en het zesde jaar. Gebaseerd op een zestien uur durend telefoongesprek waarin de vrouw in kwestie minutieus verslag doet van haar vroegste jeugdherinneringen tot aan het heden. Uiteindelijk moet dit project uitmonden in een marathonvoorstelling van 24 uur, waarin dat hele leven aan bod komt.

In Episode 1 de vroegste jeugdjaren, gezongen in een opwindende vorm van minimalistische folkmuziek en vergezeld van een voortdurend bewegingspatroon ontleend aan de ritmische gymnastiek uit de Duitse Freikörperkultur. Het is al met al bizar, ontregelend en tenslotte hallucinerend theater, waarbij een deel van het publiek na de pauze overigens wegbleef en waarover de Berlijnse kranten schreven dat het een prestigieus festival als Theatertreffen onwaardig was.

Op de feestelijke openingsavond, waarop Johan Simons minstens zes cameraploegen en journalisten te woord moest staan, liepen ook Ivo van Hove en Jan Versweyveld rond. Zij zijn vorige week begonnen aan de regie van Molières De Misantroop bij de Schaubühne am Lehniner Platz, een voorstelling die in september in première gaat en wie weet te zien is op Theatertreffen 2011. En misschien is Hamlet van Schauspielhaus Graz daar ook wel bij, want daaraan wordt op dit moment ter plekke hard gewerkt door Theu Boermans.

Het lijkt wel of het Duitse theater de Nederlandse en Vlaamse regisseurs massaal aan het inlijven is. Volgens Luk Perceval komt dat vooral omdat de Duitsers het theater uit de lage landen zo ‘säftig’ vinden. ‘Sappig, gemaakt met bloed, zweet en tranen, zouden wij zeggen. Dat vinden ze prachtig; het theater hier is veel cerebraler, en zit veel meer vast in de vorm.’

Van Hove heeft overigens een drukke internationale agenda. Na Berlijn gaat hij naar New York om bij de Theatre Workshop een nieuwe voorstelling te maken. Daarna naar NTGent voor de regie van Kinderen van de zon van Maxim Gorki en naar München, als gastregisseur van Ludwig II (naar de film van Visconti) bij de Münchner Kammerspiele. Maar eerst dus twee maanden Berlijn, waar hij een tijdelijk appartement bewoont in de inmiddels trendy wijk Mitte. Van Hove: ‘Met uitzicht op een kerkhof. Maar wel een erg mooi kerkhof.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden