Achter het boekSandro Veronesi

Sandro Veronesi: ‘Chaos leidt tot de beste ideeën’

Sandro Veronesi: ‘Deze roman is raar. Het was alsof hij al in mijn hoofd zat en ik hem alleen maar moest ontdekken.’ Beeld Gianni Cipriano

Hoe schrijft de schrijver? Sandro Veronesi heeft geen serene stilte nodig om zich te concentreren. Ook zijn nieuwe roman, De kolibrie (zijn laatste?), ontstond tussen de kinderen op de bank: juist daar komt de inspiratie.

‘Het is heel intiem wat ik nu vertel.’

Sandro Veronesi grijpt in de lucht als om me dichterbij te trekken.

‘We kennen elkaar, ik zou dit niet vertellen aan een ander, ik weet dat jij het zult rapporteren zoals het is.’

Probleem: ik begrijp niet waar hij op doelt. Gaat het om zijn psychoanalyse? Bedoelt hij de schuldgevoelens die ik ontwaar in zijn nieuwe roman? Is het zijn falen als vader en man? Of slaat dit op de verzuchting dat hij al zijn verborgen schatten heeft opgebruikt? (‘De goudreserves zijn aangesproken!’ ‘Ik heb de bewaarde wijn opgedronken!’) Moet ik prudent omgaan met het drama dat dit zijn laatste roman kan zijn?

Welke van Veronesi’s zorgen zou dat héél intieme betreffen en hoe moet ik zijn spraakwatervallen gaan structureren?

Beeld Gianni Cipriano

Hij veert op – misschien gaat het om wat hij nu gaat zeggen.

‘Ik móét je over mijn droom vertellen, hij was prachtig: ik kreeg een uitnodiging voor een groot feest. Ik ging. Toen ik er was, bleek het om een viering te gaan van alle schrijvers die beter waren dan ik. Het feest was verrukkelijk en ik zag dat iedere schrijver die ik kende er was. Ik voelde me wel beschaamd, want ik was toch het object van hun geluk. Opeens klonk het getik van bestek tegen een glas. Stephen King. Hij hield een fantastische speech over hoe comfortabel het toch was om een betere schrijver te zijn dan ik. Hij sprak zó aardig, zó redelijk, zó eloquent, dat ik echt dacht dat ik het mooiste van de wereld miste.’

Sandro Veronesi (1959) ziet er in een keurige hotellobby minder rock-’n-roll uit dan de vorige keer dat ik hem sprak. De krullen zijn korter, het grijs overheerst, maar hij blijft een aantrekkelijke man met ondeugende ogen achter brillenglas. Jaren geleden vertelde ik hem waarom zijn boeken me zo raken: ze treffen gevoelens die gisten en rotten onder de dagelijkse beslommeringen. Gebukt onder de prikkels van de beeldschermen en de sleur van huis en werk, vergeet je zo vaak wat diep in je leeft, maar wat je, losgewoeld door hem, doet beseffen: dít is waar het echt om gaat, dit voelt er diep in mij en raakt aan wie ik werkelijk ben.

Veronesi trekt je ware ik los.

Zijn nieuwste is nog beter en dit keer wil ik zijn geheimen, ook de intiemste, ontbloten, ik wil dat hij de Volkskrant-lezer vertelt hoe hij schrijft. Want dat proces is veel minder cerebraal dan hoe we het zo vaak horen van de stereotiepe schrijver, die in opperste concentratie achter een pompeus bureau zit terwijl partner en kinderen op kousenvoeten door het huis schuifelen.

Bekijk onze nieuwe boekenpagina en vind je volgende boek. 

Hoe is dit boek ontstaan?

‘Het is raar. Deze roman is raar. Ik weet niet wanneer hij begon te groeien. Het is alsof hij altijd al in mijn hoofd zat en ik hem slechts moest ontdekken. Zoals de getallen zijn uitgevonden, maar de priemgetallen zijn ontdekt.’

Het proces begon anders dan anders?

‘Ik heb nooit een duidelijk idee van wat ik ga schrijven, maar wel een reden: een beeld, iets dat de energie van de roman in me stopte. Deze keer… ik voelde veel verdriet, het was niet alleen mijn pijn, er was veel droefheid en ik moest werken om al dat leed te transformeren. Het verdriet was te zwaar, ik moest het in iets vitaals veranderen, in iets levends.’

Veel concreter gaan de antwoorden niet worden, lezer, maar blijf er even bij: Veronesi’s woorden dringen anders binnen, ze bereiken de verwaarloosde plekken van het bewustzijn, andere denkplekken dan waar het wakkere krantenlezen doorgaans naar leidt.

De nieuwe roman, De kolibrie, omvat het levensverhaal van de Romeinse oogarts Marco Carrera. We lezen over zijn onvervulde liefde, het gezin waar hij uitkomt, zijn eigen kind en kleinkind. Een mensenleven, uniek en herkenbaar tegelijk. Het bevat veel van wat in Veronesi’s vorige boeken zat: een liefdeloze relatie, een onbereikbare liefde, de zucht naar mysterie, betekenis, bedoeling, de band tussen vader en dochter, een huis aan zee…

Beeld Gianni Cipriano

U begon dus zonder precies te weten waarover u ging schrijven?

‘Ja. De grote, pijnlijke momenten zijn niet van tevoren bedacht, ze zijn echt gebeurd.’

Echt? Nu begrijp ik u niet.

‘Nou, ik cover bijvoorbeeld een prachtig verhaal van Beppe Fenoglio, dat Il gorgo heet. Daarin vecht een zoon mee in de oorlog, waarschijnlijk is hij al dood. De moeder is ziek, de vader is wanhopig en zegt: ik ga naar de rivier. Maar hun jongste kind weet zeker dat zijn vader zich in de rivier gaat verdrinken. Hij gaat hem achterna om zijn leven te redden. Ik schreef hetzelfde verhaal, waarbij ik die vader verwisselde met Marco Carrera’s zus. Marco volgt haar in een storm naar het strand omdat hij denkt dat zij zelfmoord gaat plegen. Op het ogenblik van schrijven kwam het idee op dat de zus later écht zelfmoord pleegt in de roman. Ik had het niet eerder bedacht. Het was niet van tevoren besloten.’

De kolibrie is doordrenkt van verdriet. Voorzichtig werp ik op dat dit leed misschien te maken heeft met gevoelens van schuld over wat ouders hun kinderen aandoen en andersom: van kinderen die zich losscheuren uit hun gezin.

Yeah, dat zijn mogelijke bronnen. Er zijn ook veel verborgen bronnen. Dingen die ik niet in mezelf kan zien. Daarom doe ik aan psychoanalyse. Wekelijks open ik een kanaal naar mijn onzichtbare en onbewuste motivaties.’

Gaat dat samen met het schrijven aan een roman?

‘Ja, ik ben al jaren in psychoanalyse.’

U kunt de ene ochtend in psychoanalyse zijn en de volgende ochtend schrijven?

‘Dezélfde morgen nog. Bij de psychoanalyse focus ik op mezelf, tijdens het schrijven niet – maar natuurlijk gebruik ik wel dingen van mezelf.’

Schrijft u beter door de psychoanalyse?

‘Het is een voordeel, ik betaal er graag voor. Het kanaal naar mijn onderbewuste is donker, maar uit dat onderbewuste komen een hoop dingen op. Tijdens het schrijven wil ik niet weten waarom en wat het betekent vanuit psychoanalytisch oogmerk. Het is al belangrijk dat iets dat ik me niet herinnerde, of waarvan ik niet wist dat het in me zat, omhoogkwam. Het is een gift van mijn onbewuste, die belangrijk kan zijn voor wat ik schrijf.

‘Maar mijn onderbewuste is niet wild: het wordt wekelijks geëvalueerd en loopt een beetje in de pas met wat ik doe als schrijver.’

Gaat de psychoanalyse ook beter door het schrijven?

‘Nee. Ik betaal met sommige van de voordelen die ik zou krijgen uit de therapie. Ik transformeer soms in literair materiaal en probeer dan niet te begrijpen wat de reden is dat iets uit mijn diepe onbewuste komt. Ik prefereer dan dat mensen het bewonderen als een literaire inventie.’

Bij dit boek was er meer aan de hand dan anders. Tijdens het schrijven bleek dat Veronesi prostaatkanker had.

‘Opeens vielen alle zekerheden weg: ik wist niet meer of ik de roman zou afschrijven, ik wist niet meer of ik nog zou blijven bestaan. Ik werd bestraald en kreeg vrouwelijke hormonen. Ik onderbrak de roman, want ik wist: er zal een hoop dood en kanker in komen. Maar ik herstelde en ging verder. Toch was niets hetzelfde! Ik had nu ook de herinnering aan dit perspectief.’

Dat van de dood?

‘Nee! Ik had alleen maar gedacht: als ik doodga, kan ik mijn boek niet afmaken. Als ik doodga, kan ik niet bij mijn vrouw blijven. Dat is niet denken aan de dood, óver de dood. Het ging me slechts om de onderbreking van mijn plichten en mijn plezier.’

Ik begrijp u geloof ik niet helemaal.

‘Ik dacht over de dingen waarvan ik genoot in de trant van: wanneer ik sterf, zal dat verdwijnen. Mijn vrouw zou verdwijnen, mijn plezier en mijn schrijven zouden verdwijnen, álles zou verdwijnen als ik stierf. Dat was enorm egoïstisch. Ik dacht er niet aan dat mijn arme kinderen geen vader meer zouden hebben, ik dacht slechts aan mezélf zonder hen. Pijnlijk, dat was echt verachtelijk.’

Eenmaal hersteld schreef Veronesi verder aan dit ultieme boek. Hij zegt nog eens dat het voelt als zijn laatste roman. (‘Ik heb niks meer te zeggen!’ ‘De tank is helemaal leeg!’)

Waarom bent u eigenlijk schrijver?

‘Ik heb een ander beroep: ik ben afgestudeerd als architect. Ik weet wat de regels en protocollen zijn om gebouwen en bruggen te bouwen. Schrijven is alleen maar iets dat ik heb gewild sinds ik 14 was. Ik herinner me levendig dat ik Dostojevski las. Ik was geschokt, ik droomde direct dat ik een schrijver was en die emoties doorgaf aan mijn vrienden.’

De laatste bekende foto van schrijver J. D. Salinger in de werkkamer van Sandro Veronesi. Beeld Gianni Cipriano

Was het de ervaring van schoonheid?

‘Het was meer: het schokte me. Ik dacht dat ik wist wat emotie was: angst, verliefdheid, maar bij het lezen van De gebroeders Karamazov begreep ik dat er nog onvermoede gevoelens in mij waren. Ze werden aangeraakt door het lezen van die roman. Ik dacht: als het bij mij zo werkt, dan werkt het bij iedereen zo. Ik wilde de man worden die dingen aanraakt waarvan mensen niet eens weten dat ze er zijn.’

Mooi.

‘Nu vertel ik het helder. Maar het was natuurlijk verwarrend.’

Hoe werd u schrijver?

‘Na mijn afstuderen vertrok ik vanuit Toscane naar Rome en kwam via een erfgename van Pier Paolo Pasolini terecht in een flat met al zijn spullen: zijn bed, schilderijen, boeken, de Canterbury Tales met zijn notities, platen van Maria Callas met opdracht, een Olivetti Lettera 22, waarop ik mijn eerste roman heb geschreven – de toetsen zagen eruit als de trappen van de Notre-Dame in Parijs: afgesleten, geconsumeerd door… you know?

Ja, ja: de vingers van Pier Paolo Pasolini.

‘Ik bleef er negen maanden. Ik sliep ’s nachts niet, ik las alles van Pasolini, wat mensen aan hem hadden geschreven, de opdrachten, ik leefde in een museum. Het gaf me het teken dat er ergens een literair karma voor me was. Het was de moeilijkste periode: ik publiceerde niet, verdiende geen geld – maar ik was er. Dat compenseerde elke opoffering, alles.’

Als ik vraag om zijn uiteindelijk gevonden schrijfmethode uit te leggen, probeert hij antwoord te geven met behulp van zijn telefoon. Een YouTube-filmpje.

Hij vindt het niet.

‘Dan zal ik je het antwoord vertellen! Het is wat Martin Sheen tegen Marlon Brando zegt op het einde van Apocalypse Now: ‘Method? I do not see any method at all.’

‘Dat is mijn methode: I do not see any method.’

Hoe ziet uw schrijfdag eruit?

‘Ik moet voor mijn kinderen zorgen. Ik woon in Rome met mijn vrouw en twee jongsten, de drie oudsten wonen verspreid over Europa. Als ik met mijn kinderen ben, dan denk ik niet aan de roman die ik schrijf, dan ben ik bij hen, want ik wil niemand achterlaten en zelf voorwaarts gaan – dit heb ik geleerd van mijn eerste huwelijk.’

Hij vertelt over zijn standaarddag: kinderen naar school brengen, wat afspraken, e-mails, klussen, kinderen weer opvangen, enzovoort. Tussendoor wordt er wat geschreven. Liefst in de woonkamer, op de bank tussen de kinderen.

‘Ik ben er vrij goed in me te concentreren te midden van chaos.’

Zo moet er meer van buiten uw boeken binnendringen.

‘Ja! Daaróm! Ik ben bang dat ik dat zal missen als ik naar mijn studeerkamer ga. Niemand zal me daar storen en storen wordt heel vaak: inspiratie. Of een woord uit de mond van een kind of van de tv blijkt precies het woord dat ik zocht en belandt op mijn pagina.’

Maakt u notities?

‘Ja, meestal elektronisch. Ik app ook veel naar mezelf. Ik hoor of zie iets dat ik niet wil vergeten en ik whatsapp mezelf.’

En dan categoriseert u alles in bestanden op uw computer?

‘Nee. Method? No method.’

Ook geen post-its of schema aan de wand?

‘Nee. Geen methode. Chaos leidt tot associaties die een methode nooit kan creëren.’

Sandro Veronesi: ‘Toen ik ziek was, dacht ik alleen maar: als ik doodga, kan ik mijn boek niet afmaken, kan ik niet bij mijn vrouw blijven. Heel egoïstisch, echt verachtelijk.’Beeld Gianni Cipriano

Moet er dan later veel worden geredigeerd en veranderd?

‘Nee, ik weet alleen dat ik aan het begin wat zal schrappen. Dat is het procedé van al mijn boeken. Ik denk dat het iets te maken heeft met mijn grootvader. Hij was een 20ste-eeuwse man die brieven schreef aan zonen en geliefden verspreid over heel Italië. Hij had een elegant handschrift en ik herinner me dat ik als kind toekeek hoe hij brieven schreef, waarbij hij in de lucht begon.’

Met een denkbeeldige pen doet Veronesi na hoe zijn grootvader in de lucht schreef, naar beneden boog en na enkele luchtregels uitkwam op een vel papier.

‘Het begin was gereserveerd voor de lucht. Net als een vliegtuig landde hij op het papier. Lieve zoon, stond er dan, maar iets anders was al geschreven in de lucht. Ik begin ook zo: iets schrijven voor de lucht.’

En het einde? De ene schrijver wil het einde weten en ernaartoe werken. De andere juist niet, zodat het een avontuur blijft. Wat is uw weg?

‘De tweede. Ik weet het niet. Het einde is een deur. Als ik de uitgang niet vind, dan blijf ik schrijven.’

U zoekt een uitgang?

‘Een roman is een wonder. Voor mij is het een wonder om een roman te schrijven. Het gebeurt, maar ik begrijp niet hoe het mogelijk is dat een structuur werkt, dat een emotie werkt. Het is echt een wonder en het is moeilijk om uit een wonder te komen. Het is erg belangrijk dat ik niet stop met schrijven omdat ik zou denken dat het verhaal ergens eindigt, want het verhaal eindigt nooit, ik moet alleen maar úít het verhaal komen.’ 

Beeld Prometheus

Sandro Veronesi: De kolibri

Uit het Italiaans vertaald door Welmoet Hillen. Prometheus; 332 pagina’s; € 22,99.

Wie is Sandro Veronesi?

Sandro Veronesi (1959) is schrijver van vele romans en verhalenbundels. Zijn nieuwste roman, De kolibrie, lijkt nóg beter dan de rest en is favoriet voor de belangrijkste Italiaanse boekenprijs: de Premio Strega, die Veronesi eerder won met het verfilmde Kalme chaos. Zeker sinds hij zich afgelopen jaar waagde aan een pamflet over bootvluchtelingen (Blaffende honden) is de Toscaanse, in Rome woonachtige intellectueel een gezworen vijand van conservatief Italië. Toch waren ook de rechtse kranten lovend over De kolibrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden