Recensie Explicador

Sander Pleij laat zien waarom in onze gedataficeerde wereld romans meer nodig zijn dan ooit (drie sterren)

De debuutroman van Sander Pleij over de digitale wereld is evenwichtig geconstrueerd.

Sander Pleij: Explicador

3 sterren

Lebowski; 336 pagina’s; € 21,99.

Een dertiger genaamd S werkt koortsig aan een manifest. Met zijn bedrijf DAAAD, een typisch millennial-amalgaam van een ‘kantoor/café/denktank/werkplek/hub’, presenteert hij een alternatief voor het bestaande model van artificiële intelligentie. Wat hem betreft staart de mensheid zich blind op data, op de nullen en enen van de digitale wereld. Want ‘de mens paste niet eventjes in een algoritme’, dus wie werkelijk een robotmens wil maken, moet eerst weten wát de mens is. Dat vertellen data niet. Die vraag kun je beter aan kunstenaars en schrijvers stellen dan aan tech-nerds in hoodies, vindt S.

In zijn zoektocht naar de vraag wat het betekent om mens te zijn, stuit hij op de ideeën van de avant-gardes van de vorige eeuw, op Marinetti en de dada-beweging. Ook de kunstenaars van toen trachtten zich te verhouden tot een snel veranderende wereld en de belofte van technologie. S leest over het idee van de Schöpferische Indifferenz, van Salomo Friedlaender. Dat betekent het middelpunt van alle tegenstellingen, daar waar de creativiteit huist. Door actief contrapunten op te zoeken, zoals de dadaïsten deden toen zij de rede op zijn kop zetten, ontstaat er iets nieuws. Niks eentjes en nulletjes, het gaat erom wat er tussenin gebeurt.

Dat is het centrale idee van de ambitieuze debuutroman van journalist Sander Pleij (1970).

Het klinkt ingewikkeld, maar Explicador is goed te volgen. Dat is deels omdat Pleij van S een nogal ballerig type heeft gemaakt die niet gewend is aan zoveel nadenken. Wanneer hij Friedlaender ontdekt, merkt hij op: ‘De dooie Duitser scheen heel onbekend. Mooi. Ieder mens verdient een eigen obscure filosoof.’ Vervolgens laat hij zich de theorie uitleggen door een expert, terwijl hij steeds ‘glazig kijkt’ en om meer uitleg vraagt.

Pleij zet S’ sukkelgehalte dik aan, alsof hij schrijft voor een lezerspubliek dat bij elke theorie zijn vingers in de oren stopt en hard ‘lalala’ zingt. Het boek lijkt zich voortdurend te verontschuldigen voor zijn liefde voor denkers en dichters. Dat is een beetje irritant, maar past eigenlijk precies bij dat idee van de Schöpferische Indifferenz: het creëert een contrapunt.

Die contrapunten worden overal in het boek uitgezet, wat Explicador een evenwichtige constructie verleent. Soms belanden we honderd jaar terug bij de cocaïne-snuivende dichter Paul van Ostaijen; een andere verhaallijn volgt het plattelandsleven van S’ halfzusje Ster; dan zijn er nog de jeugdherinneringen van S, meestal over gefaalde en minder gefaalde pogingen tot seks – tegenhanger voor zijn huidige succesvolle bestaan.

Vooral over Van Ostaijen schrijft Pleij intens bezield. Beeldend maakt hij wat deze branieschopper dreef, waardoor hij hem heel dicht bij de lezer brengt. Dáár toont de schrijver waarom romans zo belangrijk zijn, en waarom zijn ideeën dus niet beter in een essay hadden gepast.

De thematiek doet denken aan de roman Klont van Maxim Februari, die vorig jaar met evenveel vaart en kennis van zaken overtuigde dat in onze gedataficeerde wereld romans meer nodig zijn dan ooit. Maar waar Februari met een onderkoelde toon schreef, kiest Pleij voor een vette, luchtige stijl die doet denken aan de spierballentaal van Marinetti. Veel uitroeptekens, gedachtepuntjes, veel ‘wauw’ en ‘BAM!’ en ‘Beste mensen!’. Het overschreeuwen van een mannetje dat zich wil bewijzen.

Aan het slot blijkt S helemaal niet zo’n frisse jongen te zijn. Dat gegeven zet het boek onder spanning. Precies wat nodig was. Want de idee dat er meer is dan data alleen, dat is natuurlijk niet zo revolutionair (hoeveel roman-ontkenners zullen er bestaan?), maar daar gaat het niet om, het gaat erom wat Pleij ermee doet. Tussen de nul en de een, daar beweegt iets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.