Recensie De jongen in de sneeuw

Samuel Bjørk heeft wederom een verrekte spannend boek geschreven maar aan het eind van De jongen in de sneeuw voel je je toch wat bekocht (drie sterren)

Met het speurdersduo van thrillerauteur Samuel Bjørk zit het wel snor. Het probleem is de krankjorume moordenaar. 

Beeld Deborah van der Schaaf

In de laatste regels van Samuel Bjørks tweede boek, De doodsvogel, duikt er een mysterieuze vrouw in een rode jas op. Ze hangt iets aan de deur van het huis van Mia Krüger en verdwijnt in de nacht.

Destijds leek dat slot het vanzelfsprekende startsein voor een nieuwe thriller over Krüger en haar partner-in-crime-opsporing, Holger Munch, het soort rechercheur van middelbare leeftijd waarvan de Scandinavische opsporingsdiensten vergeven zijn – als de misdaadliteratuur zich tenminste aan de werkelijkheid zou houden. Toch duurt het tot diep in De jongen in de sneeuw, Bjørks verse portie moord en doodslag, alvorens die vrouw in de rode jas in herinnering wordt geroepen.

Een talentvolle ballerina wordt in een meertje gevonden. Later volgen een jonge jazzmusicus en een scholier. Alle drie op dezelfde wijze omgebracht en alle drie op overeenkomstige wijze tentoongesteld. Je hoeft geen Miss Marple te heten om dan te concluderen dat we hier met een gevaarlijke getikteling te maken hebben. Alweer, ja.

Bjørk weet hoe je een spannend verhaal vertelt. Minder dan voorheen verliest hij zich in irrelevante zijpaden, bovendien schrijft hij verzorgd, functioneel eenvoudig en blijven Munch en Mia (vooral zij, met haar getroebleerde persoonlijkheid, haar veelkoppige verslaving en haar steeds terugkerende wens het korps te verlaten) een gouden greep als speurdersduo. Er tekent zich echter een probleem af in Bjørks werk. Dat deed het al eerder, maar bij De jongen in de sneeuw, dat kort na verschijnen de bestsellerlijstjes binnenkwam met een vaart alsof Matthijs van Nieuwkerk een week lang non-stop had beweerd dat het hier een onmisbaar meesterwerk betrof, doet het voor het eerst echt afbreuk aan het leesplezier.

In De doodsvogel was sprake van een geesteszieke dader die zijn lijken met vogelveren versierde. In De jongen in de sneeuw borduurt Bjørk verder door op eenzelfde patroon: de op het oog volstrekt willekeurig gekozen slachtoffers worden met elkaar verbonden door de theatrale wijze waarop de moordenaar ze aan de speurders (en aan de lezer) opdient. De boodschap is duidelijk: wie zulke dingen doet, is niet een beetje gek, maar bonafide krankjorum. Een belangrijk voordeel van moordenaars die zo gek zijn als een deur (voor de schrijver althans) is dat je ze alles kunt laten doen. Niks is te gek, of het past wel binnen een patroon van totale krankzinnigheid. Dat patroon wordt soms zorgvuldig opgebouwd, maar veel vaker nog even haastig geschetst in de laatste twintig pagina’s, niet zelden door de dader zelf, die weliswaar lang geleden al iedere voeling met de realiteit kwijt is geraakt, maar toch vlak voor zijn laatste moord nog in staat blijkt tot een haarscherpe diagnose van zijn eigen toestand. 

Het is niet verwonderlijk dat seriemoordenaars populair zijn onder thrillerauteurs: wie zijn boek drie-, vier-, vijfhonderd pagina’s spannend moet zien te houden, krijgt een basisspanning cadeau wanneer binnen dertig bladzijden duidelijk wordt dat op de eerste moord bijna onvermijdelijk een nieuwe zal volgen. De zoektocht naar de dader is dan niet zomaar een puzzel, maar een puzzel terwijl de klok tikt. En tuurlijk: er zijn geweldige thrillers over seriemoordenaars geschreven, onvoorspelbaar en toch voorstelbaar. Maar wie zich waagt aan een totaal doorgedraaide dader, loopt het risico zijn eigen creativiteit te offeren op de brandstapel van de adrenalinekick.

Dat gebeurt in De jongen in de sneeuw: hoe goed geschreven ook, hoezeer Munch en Mia en ook rechercheur Curry – die zich gedurende het boek door een crisis sleept – ook psychologisch worden uitgediept en steeds meer echte literaire personages worden; de plot – toch niet onbelangrijk – komt in de laatste dertig pagina’s plompverloren uit de lucht vallen, als een aambeeld in een Roadrunner-tekenfilm.

Sommige mensen vinden een thriller geslaagd als ze zijn vermaakt. Als dat de overgangseis is, scoort De jongen in de sneeuw een vette voldoende. Verrekte spannend, schreef ik over Bjørks eerdere werk, en dat geldt ook dit keer. Maar als je van een thriller verwacht dat-ie méér doet, dat ook een spannend boek tracht inzicht te verschaffen in het waarom van wat er gebeurt – zozeer dat je je als lezer in de dader kunt inleven en je achteraf had kunnen weten whodunit – dan voel je je aan het eind van De jongen in de sneeuw toch wat bekocht.

‘O ja, trouwens, dit is de dader.’

‘Ja, maar… waaróm?’

‘Tja, nou… De dader is volkomen van lotje getikt. Dus zodoende.’

Einde.

Samuel Bjørk: De jongen in de sneeuw

 Luitingh-Sijthoff; 352 pagina’s; € 20,99.

De jongen in de sneeuw.

Op allerlei manieren over boeken schrijven, daar is de boekenredactie van de Volkskrant de hele dag mee bezig. Maar hoe kiezen zij welke boeken uit het enorme aanbod worden behandeld, en hoe bepaal je wat goed en slecht is? Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden