Salman Rushdie in gevecht met John Le Carre

De schrijvers Salman Rushdie en John Le Carré zijn elkaar ten overstaan van de lezers van de Britse krant The Guardian in de haren gevlogen....

Van onze correspondent

Bert Wagendorp

LONDEN

Sindsdien smullen de lezers van de beschuldigingen over en weer, waarbij de onder de islamitische fatwah zuchtende schrijver van De Duivelsverzen en de wereldberoemde thriller-auteur niet bang zijn elkaar een stoot onder de gordel toe te brengen.

In een recensie van Le Carré's The tailor of Panama had de New York Times geschreven dat het karakter van de joodse hoofdpersoon was gebaseerd op dat van Judas Iscariot, de man die Jezus verried. De jood weer eens geportretteerd als verrader door een Engelse antisemiet, concludeerde de krant.

Maar dat kon Rushdie niet zoveel schelen. Hij klom dinsdag in de pen, om te melden dat Le Carré een koekje van eigen deeg had gekregen. 'Het zou', schreef Rushdie, 'gemakkelijker zijn met hem te sympathiseren als hij zich eerder niet had aangesloten bij een campagne van kwaadsprekerij jegens een collega-schrijver'.

Rushdie doelde natuurlijk op zichzelf. 'In 1989, tijdens de ergste dagen van de islamitische aanval op de Duivelsverzen, schreef Le Carré een artikel waarin hij tamelijk opgeblazen de kant van mijn aanvallers koos.' Misschien dat Le Carré de aard van de Thought Police beter begreep, 'nu hij zelf in de vuurlinie terecht is gekomen.'

Le Carré reageerde als door een adder gebeten. 'Rushdie zet zoals altijd de waarheid naar zijn eigen hand', schreef hij. 'Ik heb nooit de kant van zijn aanvallers gekozen, noch heb ik het gemakkelijke pad bewandeld hem tot de heilige onschuld uit te roepen.'

Donderdag kondigde The Guardian Rushdies antwoord op de voorpagina aan: de kwestie begon interessant te worden. Rushdie draaide er nu niet langer omheen. 'Ik ben blij dat John le Carré ons er nog eens aan heeft herinnerd wat voor opgeblazen klootzak hij kan zijn', schreef hij. Rushdie verwees naar een van Le Carré's hoofdpersonen, George Smiley. 'We hebben de vrijheden waarvoor we vechten, en verliezen welke we niet verdedigen. George Smiley wist dat. Zijn schepper schijnt het te zijn vergeten.'

Dat kon Le Carré niet op zich laten zitten. 'Iedereen die gisteren de brief van Salman Rushdie heeft gelezen dient zich af te vragen in wiens handen de grote zaak van vrijheid van meningsuiting is terechtgekomen', schreef hij vrijdag. 'De boodschap is duidelijk: onze zaak is onbetwistbaar en verdraagt geen verschil van mening of voorbehoud. Wie haar ter discussie stelt is per definitie een onwetende, opgeblazen, semi-literaire onbenul.'

Rushdie begon zelf op een 'rabiate Ayatollah' te lijken, met een voorkeur voor 'zelfverheerlijking'. Hij wist, schreef Le Carré, met welke vijand hij te maken had toen hij De Duivelsverzen schreef, maar begon niettemin te jammeren 'toen die reageerde zoals verwacht mocht worden'. Noch, hoe zeer hij dat ook zou wensen, veegt de pijn alle argumenten van tafel voor het feit dat hij zelf heeft bijgedragen aan zijn ondergang.'

En van Smiley's tolerantie, medeleven, bescheidenheid, twijfel aan zichzelf en respect voor overtuigingen van anderen, kon Rushdie nog heel wat leren. Tot slot stelde Le Carré voor de brieven van zijn opponent verplicht te stellen voor het eindexamen, als voorbeelden van 'culturele intolerantie, onder het mom van vrijheid van meningsuiting.'

Als dàt niet om een weerwoord schreeuwt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden