Saini toont aan dat wetenschappelijk onderzoek naar sekseverschillen lang niet altijd objectief is

Wetenschappelijk onderzoek is objectief, toch? In onderzoek naar sekseverschillen is dat lang niet vanzelfsprekend, toont wetenschapsjournalist Angela Saini.

In december 1881 ontving de oude Charles Darwin - hij zou een paar maanden later overlijden - thuis in Engeland een brief van mevrouw Caroline Kennard uit Brookline, Massachusetts. Kennard speelde een vooraanstaande rol in de vrouwenbeweging van haar stad en was geïnteresseerd in wetenschap. Ze schreef Darwin omdat iemand tijdens een bijeenkomst in Boston zo onnozel was geweest te beweren dat de ondergeschiktheid van vrouwen 'gewoon was gebaseerd op wetenschappelijke principes'; de onnozele beriep zich daarbij op Darwins werk. Of de grote natuurwetenschapper deze flagrante onzin even wilde rechtzetten, verzocht mevrouw Kennard vriendelijk, al was het maar opdat daarmee 'het grote aanzien van uw mening en gezag van blaam zou worden gezuiverd'.

Het antwoord van Darwin raakte mevrouw Kennard als een baksteen tussen de ogen. 'Ik denk zeker dat vrouwen, hoewel in moreel opzicht doorgaans superieur aan mannen, in intellectueel opzicht inferieur zijn', schreef hij. 'En het lijkt mij dat, gelet op de wetten van de erfelijkheidsleer, het buitengewoon lastig voor hen is (als ik die wetten goed begrepen heb) om intellectueel gezien de gelijke van de man te worden.'

Ondergeschikt - Hoe kennis over vrouwen ons misleidt en wat we daaraan kunnen doen

Non-fictie

Angela Saini

Ten Have; 288 pagina's; euro 19,99

De Brits-Indiase wetenschapsjournalist Angela Saini citeert uit de briefwisseling in haar donderdag in Nederlandse vertaling verschenen boek Ondergeschikt - Hoe kennis over vrouwen ons misleidt en wat we daaraan kunnen doen. Ze stampt nijdig over Darwins voorzichtige haakjes heen - inderdaad bleek hij die erfelijkheidswetten niet goed begrepen te hebben, wat niet zo heel raar is omdat de wetenschappelijke kennis nog niet voorhanden was - en noemt zijn uitspraken schandalig, al zegt ze er 'in alle eerlijkheid' aan te moeten toevoegen dat Darwin typisch een product van zijn victoriaanse tijd was: 'Halverwege de negentiende eeuw, toen Darwin zijn onderzoek verrichtte, was het beeld van de zwakkere, intellectueel minder begaafde vrouw gemeengoed. Velen dachten dat vrouwen van nature ongeschikt waren voor een professionele carrière.'

Een van de heldinnen in Saini's even fascinerende als schokkende boek is suffragette Eliza Burt Gamble, lerares en pionier in de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen. In The Evolution of Woman - An Inquiry into the Dogma of Her Inferiority to Man veegde Gamble in 1894 ziedend de vloer aan met wat Darwin een paar decennia eerder in De afstamming van de mens (1871) had geschreven over de rol van de vrouw in de menselijke evolutie. 'Door de menselijke geschiedenis heen waren vrouwen systematisch onderdrukt door mannen en hun machtsstructuren, betoogde Gamble. Van nature waren ze helemaal niet inferieur: dat leek maar zo omdat ze nooit de kans hadden gehad om hun talenten te ontplooien.'

Helaas drongen Gambles argumenten niet door tot het wetenschappelijke discours van haar tijd.

Angela Saini Beeld Hollandse Hoogte

Angela Saini trapt haar boek af met een paar harde cijfers. Zoals deze: volgens het Engelse Nationaal Bureau voor de Statistiek krijgen vrouwen in Groot-Brittannië 18 procent minder salaris dan mannen voor hetzelfde werk - Saini zal tijdens haar bezoek aan Nederland, deze week, ongetwijfeld zijn bijgepraat over het wetsvoorstel van PvdA-Kamerlid Lilianne Ploumen om ongelijke beloning strafbaar te stellen.

Maar haar echte onderwerp is het wetenschappelijke fundament onder 'de stille twijfel' aan de capaciteiten van de vrouw. Waar komt toch die breed levende veronderstelling vandaan dat er een aangeboren, wezenlijk verschil bestaat tussen mannen en vrouwen; dat het vrouwelijke brein fundamenteel verschilt van het mannelijke brein en dat dat verklaart waarom we zo weinig vrouwen in bijvoorbeeld wetenschappelijke topposities zien? Deels is dat natuurlijk de erfenis van eeuwenlange uitsluiting en vooroordelen, maar wat zegt de wetenschap er nu precies over?

In haar boek analyseert Saini een aantal geruchtmakende onderzoeken naar de verschillen tussen de seksen, uitgevoerd tussen Darwins 19de eeuw en onze 21ste. Ze sprak of mailde met critici of met de onderzoekers zelf. Haar conclusie: van wetenschappelijk onderzoek verwachten we dat het objectief is, maar als het om sekseverschillen gaat, is die objectiviteit soms ver te zoeken.

Beeld Martyn F.Overweel

Neem het beroemde experiment met pasgeboren baby's van de Amerikaanse psycholoog en neuroloog Simon Baron-Cohen. Hij wilde onderzoeken of de stereotypen over sterkere sociale vaardigheden van vrouwen en meer mechanisch georiënteerde mannen een biologische basis hadden. In 2000 bedacht hij een experiment op de kraamafdeling van een groot ziekenhuis, dat werd uitgevoerd door de toen 22-jarige student Jennifer Connellan. Dagelijks confronteerde zij pasgeboren baby's met twee afbeeldingen: haar eigen 'levende' gezicht en datzelfde gezicht geprojecteerd op een mechanische mobile. Meer dan honderd baby's 'deden mee'.

De meeste baby's bleken geen voorkeur te hebben voor het echte gezicht dan wel de mechanische mobile. 40 procent van de jongensbaby's keek liever naar de mobile, 25 procent liever naar het gezicht. Van de meisjes keek 36 procent liever naar het gezicht en 17 procent liever naar de mobile. In onderzoekstermen heet dat een statistisch significant verschil. Het experiment resulteerde in een artikel waarin werd beweerd dat meisjes van nature grotere emotionele vaardigheden bezitten en jongens worden geboren met een grotere belangstelling voor mechanische objecten; het artikel is in de jaren erna honderden keren geciteerd.

Maar het onderzoek rammelt nogal. Zo bleek het experiment niet 'blind' te zijn uitgevoerd - Connellan bevestigt in een gesprek met Saini dat ze het geslacht van de onderzochte baby's kende. Ook werd het nooit gerepliceerd. Bovendien, schrijft Saini, is het nogal een stap om uit visuele voorkeuren van pasgeboren baby's zulke vergaande conclusies te trekken over empathiserende vrouwen en systematiserende mannen, zoals Baron-Cohen deed, die in een mail laat weten dat hij hoopt dat het nog eens wordt gerepliceerd.

In haar inleiding zegt Saini dat ze dit boek niet heeft geschreven 'om haar gram te halen'. Naast sceptici en critici laat ze ook onderzoekers aan het woord die bepaalde stereotypen alleen maar kunnen bevestigen. Zoals de Britse neurowetenschapper Melissa Hines, die naar de invloed van testosteron op spelgedrag keek en keer op keer constateerde dat jongens vanaf een jaar of 1 gemiddeld écht liever met vrachtwagens en auto's spelen en meisjes gemiddeld de voorkeur geven aan poppen.

Maar net als de meeste wetenschappers die Saini voor haar boek sprak, benadrukt Hines dat de overeenkomsten tussen de seksen veel groter zijn dan de verschillen, en dat als het om sekse en gedragingen gaat, altijd sprake is van een continuüm. Wie wil weten hoe het echt zit, constateert Saini in navolging van psycholoog Cordelia Fine, moet niet bang zijn voor de biologie en de wetenschap juist omhelzen; maar dan moet die wetenschap wel onbevooroordeeld haar werk doen. Het zou eens tijd worden, en het maakt de wereld trouwens alleen maar leuker: 'Het beslagen raam van het verleden heeft onze blik op de samenleving zo vertroebeld dat we ons amper kunnen voorstellen dat die samenleving er anders uit zou kunnen zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden