Recensie Niets is gelogen

Sacha Bronwasser debuteert met een roman als een kunstwerk ★★★★☆

Sacha Bronwasser debuteert overtuigend met een roman als een kunstwerk, dat uitnodigt om van alle kanten bekeken te worden.

Beeld Leonie Bos

Vroeg of laat kom je hem op elke bijeenkomst tegen: de vieze oude man die jou al orerend  met ’t schuim in de mondhoeken – naar de afgrond van de borrelvloer drijft. Hij verwacht al je aandacht, maar stelt nooit een vraag terug. Precies zo’n man is de spil in Niets is gelogen, de debuutroman van Sacha Bronwasser (1968), die jarenlang kunstcriticus was van de Volkskrant.

Het draait om Pé, een oerlelijke gynaecoloog annex kunstconnaisseur met een voorliefde voor ‘Gróte Kunst’ (‘Met hoofdletters en een accent op de o.’). Hij heeft de missie culturele beschaving te verspreiden in Kortrijk, alwaar hij een fotografe heeft uitgenodigd haar werk te exposeren. Kunstcriticus Gala Versluis houdt er een praatje, en zij is het die door Pé gecornerd wordt met zijn gekout over hoe kunst ‘ons innerlijke concentratiekamp kan ontsluiten’. Zij krijgt vijf jaar later een rouwkaart in de bus met de tijding van Pé’s dood. Zij is degene die vervolgens die expositieavond reconstrueert.

Sterke gids

Bronwasser heeft een overtuigende stem gevonden voor Gala, die haar verhaal vertelt op een prettige, zelfverzekerde manier. Met een wijzende hand haast, als was ze een gids die ons door een museum leidt, achtergrondinformatie geeft, details in een schilderij duidt en je de achterkant van een sculptuur laat bekijken: ‘Van Fatima moet je het volgende weten.’ ‘Die kleine man op de achtergrond, dat is Paul.’ ‘Maar laten we verder gaan.’ En dan toont Gala zich ook nog een onderhoudende wegwijzer, die zo nu en dan fijne aforismen uit haar mouw schudt (‘Morele bezwaren zijn zelden meer dan een eufemisme voor ‘geen zin’’ – heerlijk) of aanstekelijk vertelt over het werk van kunstenaars als Douglas Gordon of Marina Abramović.

Ze houdt ons bij de les met een keur aan spannende zinnetjes als ‘Alles kan gebeuren deze avond’, ‘Er vormt zich een net’, of ‘Later, veel later, duiken er twee foto’s op’. Gids Gala zwaait met haar rode vlaggetje: let op, in de volgende zaal zult u iets héél bijzonders aantreffen! Nog zoiets: op Pé’s rouwkaart staat zijn volledige naam, Petrus Virgiel Derkinderen. Dat Virgiel leest als viriel, Derkinderen is een achternaam die voor een gynaecoloog geen toeval kan zijn. ‘Vele nieuwe levens maakte hij mogelijk’, staat er ook nog. Het roept al met al een Karbaat-achtig sfeertje op. Wie is deze man? Waarom gaat Gala zo meticuleus na wat er is gebeurd op de avond die ze met hem doorbracht?

Die expositie dus, en een groepje van zes mensen die na afloop nog ergens wat gaan drinken: Pé (als cultureel weldoener kan hij niet achtergelaten worden), Gala, haar vriendin Fatima, de fotografe, haar man en de galeriehouder. Die laatste vier worden door Gala verhoord, met opnameapparaat en notitieboek, als een moderne inspecteur Poirot die precies wil weten hoe laat die gil werd geslaakt en door wie. Er is zelfs een schematisch overzicht van mogelijke tafelschikkingen in het restaurant waar ze later verzeild raken – zoals in Murder on the Orient Express een plattegrond van de trein en de bezetting van de coupés is opgenomen.

Dit is geen whodunit van Agatha Christie, dat begrijpen we ook wel, maar de gebeurtenis-waar-het-allemaal-om-gaat is toch wat teleurstellend, na al het tromgeroffel. Niet dat die niet goed is beschreven. Sterker nog, ze is subliem beschreven. Gala draait het tempo van haar beschrijving terug. Zo heeft ze meer tijd om na te denken, ze kan tussen de beelden door ademhalen en kijken ‘wat zich in de plooien schuilhoudt’. De zinnen lijken op dit punt haast van het papier los te komen om zich voor onze neus opnieuw te materialiseren als een driedimensionaal beeld. Alles bevriest, de tijd staat stil en wij lopen met Gala om de scène heen, bestuderen die vanuit elke hoek, op zoek naar… Ja, op zoek naar wat?

Provocatie van het geheugen

De teleurstelling zit hem erin dat er geen overtuigend antwoord op die vraag komt. Om de waarheid gaat het niet, een perfecte getuigenis bestaat niet en dat weet Gala best: ‘Wij zijn daar zeker geweest en wij hebben samen iets meegemaakt, naast elkaar en tegelijkertijd. Dat is alle houvast die ik heb. Onze avond ontspringt uit dezelfde bron en mondt uit in dezelfde zee, maar daartussen ligt de rivierdelta van de Nijl. Zwemmen er vissen die elkaar nooit zullen tegenkomen, groeien er planten die de ander niet zal zien, verschillen de geuren en valt het zonlicht onder een andere hoek. Niets is gelogen, het is allemaal even waar.’

Het antwoord waarmee Bronwasser op de proppen komt, heeft te maken met de manier waarop herinneringen worden opgeslagen. Futiele dingen onthoud je soms tot in detail, grote dingen soms alleen schetsmatig. Het lijkt alsof Gala met haar onderzoek haar geheugen wil provoceren. Ze ontbeert herinneringen aan haar vader, die jaren eerder gestorven is. Ze weet er bijna niets meer van. Pas als al haar herinneringen aan Kortrijk zijn kaltgestellt door getuigen die alles heel anders hebben onthouden, ontstaat er ruimte om haar vader te herdenken.

Het is een mooi idee. De uitwerking ervan, zo aan het eind, met de climax al achter de rug, is te gehaast. Het brengt niet de ontroering teweeg die Bronwasser waarschijnlijk voor ogen heeft gehad. De volgende zaal is ineens de museumshop al. Toch is Niets is gelogen een geslaagd debuut; een kunstwerk dat uitnodigt van alle kanten bekeken, bewonderd en bekritiseerd te worden.

Sacha Bronwasser: Niets is gelogen. Beeld Ambo Anthos

Sacha Bronwasser: Niets is gelogen

Ambo Anthos; 256 pagina’s; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden