Reisreportage Rwanda

Rwanda: er is geen schoner en beter georganiseerd land om Afrika te ontdekken

Fijn om weer in Afrika te zijn! Door het raam van de Toyota Landcruiser zijn rode aarde en knalgroene bananenbomen te zien, vrouwen met gele jerrycans op hun hoofd, mannen in pak met een hak over hun schouder en zwaaiende kinderen die mzungu! tegen je roepen (letterlijk: dwaler). De lucht ruikt naar stof, tropische bloemen en houtvuur. Dat is de sfeer in veel landen ten zuiden van de Sahara en zo voelt het ook in het kleine Rwanda, ingeklemd tussen Congo en Tanzania.

Kinderen hangen aan een laadbak nabij Virunga National Park. Beeld Noël van Bemmel

Al gauw vallen dingen op. De vrouwen op weg naar de markt lopen over trottoirs in plaats van zanderige bermen vol zwerfvuil. Waar blijven de verkeersopstoppingen met straatverkopers en bedelaars die tegen je raam kloppen? Alle motorrijders dragen een helm en langs de weg staan recyclebakken. We zoeven over asfalt-wegen zonder gaten en scheuren; langs Hollandse koeien en strakke akkers die zo in een landbouwbrochure kunnen.

De verbazing begint eigenlijk al in het vliegtuig, als de purser waarschuwt alle plastic tasjes in het toestel te laten. Verboden in Rwanda, want niet goed voor het milieu.

Een typisch, net dorp in Rwanda. Beeld Noël van Bemmel

De meeste mensen kennen het land vooral van de wrede genocide op Tutsi’s, misschien ook van de bedreigde berggorilla’s op de vulkaanhellingen in het noorden uit de film Gorillas in the Mist. Daarom nodigde Rwanda een groep journalisten uit de hele wereld uit om te laten zien dat er veel is bereikt sinds de genocide, en dat het land meer te bieden heeft dan gorilla’s.

Rwanda trok vorig jaar 1,2 miljoen toeristen en wil dat aantal verhogen. Het land baarde dit jaar opzien door de Engelse voetbalclub Arsenal te sponsoren met de tekst Visit Rwanda op shirts en banners. Nederlandse Kamerleden informeerden verschrikt of ontwikkelingsgeld is overgemaakt naar een van de rijkste voetbalclubs ter wereld. ‘Nee, natuurlijk niet’, zegt een vertegenwoordiger van de Rwanda Development Board, het machtige orgaan dat buitenlandse investeringen en toerisme moet bevorderen. ‘De concurrentie is moordend op de toerismemarkt. Arsenal is een slimme investering die we kunnen betalen dankzij de gorilla’s.’

Die paar honderd mensapen op de mistige vulkaanhellingen van Virunga Nationaal Park vormen de belangrijkste attractie van Rwanda. Helaas mogen daar maar tachtig toeristen per dag heen, acht bezoekers per gorillafamilie. Rwanda verdubbelde vorig jaar de toegangsprijs naar 1.500 dollar, en mikt op rijkere toeristen, maar toch: dat schiet niet op. Rwanda moet proberen toeristen te verleiden ook andere natuurparken te bezoeken.

Wat ook kan: laat een bezoek aan de gorilla’s - aangeprezen als een life changing experience - gewoon zitten. Ze vallen namelijk best tegen.

‘Jullie hebben geluk’, zegt de 26-jarige gids Jolie Mukiza. ‘We gaan vandaag naar de Isimbifamilie: zilverrug Muterengere met zijn acht vrouwen en tien baby’s.’ We mogen foto’s maken en de gorilla’s in de ogen kijken. ‘Ze zijn gewend aan mensen.’

We rijden anderhalf uur door dicht-bevolkte dorpjes aan de voet van de mistige vulkanen. Langs vruchtbare akkers van zwarte klei vol aardappelen, wortelen en kool. Bewoners moeten komende jaren verplicht verhuizen omdat het park wordt vergroot. Het gaat goed met de berggorilla’s, hun aantal steeg afgelopen acht jaar van 480 naar 604 in de drielandenregio, maar wetenschappers maken zich zorgen over het toenemende aantal botsingen tussen gorillagroepen waarbij geregeld jonge apen omkomen.

We volgen een gewapende gids door een betoverend bamboebos. Na twee uur klimmen roepen we via de radio spoorzoekers op die al uren de Isimbigroep volgen. We verlaten het pad en wurmen ons door bamboe en brandnetelbosjes. Totdat een spoorzoeker verschijnt die met zijn duim over zijn schouder wijst: daar zit de gorillafamilie vredig te eten.

Een gorillafamilie in een bamboebos. Beeld Noël van Bemmel

Een idyllisch tafereel: een moeder ligt op haar rug met een arm onder haar hoofd, drie kleine gorilla’s buitelen over elkaar heen, Muterengere negeert ons nadrukkelijk en trekt een paar blaadjes uit een struik. We zien alleen zijn grijze rug en enorme schouders, sterk genoeg om alle bezoekers in één zwaai de berg af te gooien.

‘Oké, selfietime!’, zegt Jolie. Ze wijst naar een platgeslagen stukje groen, waar we een voor een plaats mogen nemen. Met je telefoon maakt de gids een foto van jou als de opvolger van Dian Fossey (Gorillas in the Mist). Acht toeristen verdringen elkaar op een kluitje, smartphones en camera’s zitten elkaar in de weg, totdat Muterengere opstaat en met drie stappen in een bamboebosje verdwijnt. De familie volgt en wij ook. Een paar honderd meter verder is het weer selfietime en zegt Jolie tenslotte: ‘Nog vijf minuten!’

Selfietime bij de berggorrila's in Virunga National Park. Beeld Noël van Bemmel

Een toffe ervaring, zeker, maar levensveranderd? Nee. Diepgevoeld oogcontact tussen mij en Muterengere blijft uit. Ik ben de hinderlijke gast op een familiediner. Een overpeinzing over de natuur op aarde en mijn eigen rol daarin, daarvoor is het bezoek te toeristisch, te strak georganiseerd. En misschien gaat het ook alweer te goed met de berggorrilla. ‘Gefeliciteerd!’ zegt Jolie na afloop. ‘Jullie zijn nu allemaal ambassadeur van de gorilla!’

Gelukkig heeft Rwanda meer te bieden: het grote Kivumeer in het westen, het stomende Nyungwe-regenwoud in het zuiden en een savanne met de big five (leeuw, luipaard, buffel, neushoorn, olifant) in het oosten. Makkelijk te bereiken, want Rwanda is even klein als Nederland. Je rijdt door een heuvellandschap van duizend kleuren groen: bananenplantages, rijstvelden, theeplantages, eucalyptusbomen. Het meer spiegelt roze in de avondzon, terwijl je zwemt met uitzicht op het onheilspellende Congo aan de overkant. In het regenwoud bieden boswachters vogel- en chimpansee-excursies, van korte wandeling tot vijfdaagse kampeertocht. De Rwanda Development Board zorgde voor goede wegen, bezoekerscentra en opgeleide natuurgidsen.

Toch zijn die natuurervaringen niet wat een weekje Rwanda zo bijzonder maakt. Dat zijn de dingen die je onderweg ziet: landbouwcoöperaties met terrasbouw tot aan de heuveltoppen, modeldorpen met stromend water en elektriciteit, perfecte asfaltwegen met veegploegen in de berm en hellingen vol aangeplante bomen tegen erosie. Niemand die een mzungu lastigvalt als die links en rechts een praatje maakt. Dan prijzen boeren, vissers en studenten steevast de president die hen veiligheid en (bijna) gratis onderwijs en gezondheidszorg biedt.

Eerst denk je: kan niet waar zijn. Die lui worden betaald door de pr-afdeling van president Paul Kagame. Maar dat is onwaarschijnlijk. ‘Rwanda is gewoon anders dan de rest van Afrika’, zegt een trotste student in de hoofdstad Kigali. Een schipper op het Kivumeer: ‘De overheid checkt vier keer per jaar mijn verzekeringspapieren, mijn activiteiten en de staat van mijn vaartuig. Dat is ondenkbaar in de landen om ons heen.’ Een jonge architect in een trendy café: ‘We voelen een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als we zo doorgaan, kunnen we veel bereiken.’

Een deel van de verklaring is te vinden onder het genocidemuseum in Kigali. Daar liggen de resten van een kwart miljoen slachtoffers van de genocide in 1994. Toen verloren in honderd dagen circa een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s op vaak beestachtige wijze hun leven. Hier en bij honderden gedenkplaatsen elders in het land leren schoolkinderen en rouwende nabestaanden wat er kan gebeuren als bevolkingsgroepen elkaar leren haten.

Het genocidemuseum in de hoofdstad Kigali. Beeld Noël van Bemmel

‘Je kunt nooit vergeten hoe je familie is omgekomen’, zegt museumbegeleidster Lydie Mutesi. ‘En wie dat heeft gedaan. Maar je kunt wel vergeven.’

Het was dezelfde Paul Kagame, destijds rebellenleider, die alle overlevenden opriep nóg een offer te brengen. ‘Hij zei dat je je buurman niet kon blijven haten. Wij moeten als één volk samenwerken voor een kans op een mooie toekomst.’ In het paspoort van de 32-jarige Mutesi staat haar etnische afkomst niet langer vermeld.

Het onderwerp is pijnlijk, maar bespreekbaar. ‘Soms denk ik dat het een boze droom was’, zegt een studente die 24 jaar geleden nog niet was geboren. ‘Totdat vrienden vol ongeloof roepen: wát! Heb jij nog een oma? Dan weet ik het weer.’ Volgens een ander wordt veel gehuild tijdens de jaarlijkse herdenking. ‘Dat is een zware tijd, voor iedereen.’ De laatste jaren krijgen ook kinderen van daders, die gebukt gaan onder schaamte, voorzichtig erkenning.

Economisch consultant Carmen Nibigira wijst naar het gras onder mijn voeten aan de oever van het Kivumeer. ‘Kijk, op deze plek is waarschijnlijk ook iemand doodgeslagen. Maar daar kunnen we niet bij stil blijven staan.’ Rwanda is volgens haar een patiënt die kanker heeft overleefd. ‘Dat verandert je kijk op het leven. Je kapt met alle onzin en je steekt meer tijd in dingen die belangrijk voor je zijn.’ Rwanda heeft volgens haar besloten een beter land op te bouwen voor haar kinderen.

De genocide verklaart de vliegende vaart, maar Rwanda was altijd al een ordentelijk land. Ontdekkingsreizigers verbaasden zich al in de 19de eeuw over het strak georganiseerde koninkrijkje. Nog steeds komen bestuurders uit de hele wereld kijken hoe Rwandezen op de laatste zaterdag van de maand braaf hun buurt opruimen. Of het dak van de school repareren. Deze Umuganda-traditie is verplicht: wie niet komt opdagen, riskeert een goed gesprek met de buurtleider of een boete.

Orde en reinheid, elk dorp is netjes aangeveegd. Beeld Noël van Bemmel

‘We krijgen vrijdagavond een appje over wat er moet gebeuren’, zegt een hoteleigenaar. ‘Het is maar twee uurtjes hoor’, zegt de schipper. ‘Gevolgd door een buurtvergadering die best interessant is.’ Op de vraag of Rwanda inmiddels het schoonste land van Afrika is, antwoordt een verontwaardigde regeringsvertegenwoordiger: ‘Meneer, Rwanda is schoner dan de meeste westerse landen!’ Het land koestert haar imago: het Singapore van Afrika.

Hulporganisaties en waarnemers nuanceren dat beeld: een derde van de Rwandezen leeft nog altijd in armoede. De kwaliteit van het onderwijs en gezondheidszorg laat te wensen over. President Kagama runt het land als een bedrijf en duldt geen kritiek. De oppositie is zwak, meer symbolisch aanwezig, en de pers kan niet vrij werken. En kun je vergeving wel afdwingen of is er veel onderhuidse frustratie? Je vraagt je af: hoe duurzaam pakken die verzoening en economische ontwikkeling uit?

Veel Rwandezen rollen met hun ogen als je begint over democratie. Een student in Kigali: ‘Onze regering is competent. Dat heb ik liever dan een Afrikaanse leider die baantjes weggeeft aan familie.’ Een andere student: ‘De pers speelde een kwalijke rol tijdens de genocide. We zijn even klaar met ze.’ Een oudere hoteleigenaar in Zuid-Rwanda: ‘We worden gepusht, dat klopt. Maar dat willen we ook. Democratie en persvrijheid komen later wel.’

Voor toeristen is Rwanda een Afrika voor beginners. ‘Het is hier mooi, schoon, veilig en goed georganiseerd’, jubelt een groepje dames uit Canada. ‘Alleen de gorilla’s doen we in Oeganda, daar zijn ze goedkoper.’ Rwanda biedt mistige vulkanen, meren, theeplantages en regenwoud  in een uurtje tijden. Om ook een klassieke safari-ervaring te kunnen bieden, bracht de regering samen met natuurorganisatie African Parks onlangs de big five terug in Akagera Nationaal Park.

Uitzicht over het Ihema-meer in Akagera National Park. Beeld Noël van Bemmel

‘We hebben een elektrisch hek neergezet, boswachters opgeleid en leeuwen, olifanten en neushoorns geherintroduceerd.’ Dat laatste beest is nog zeldzamer dan de berggorilla, maar daar heeft niemand 1.500 dollar voor over. ‘We monitoren alle belangrijke dieren met zenders, evenals onze patrouilles en op termijn ook iedere bezoeker.’ Typisch Rwanda: Akagera dient meteen als higtechpilotproject.

Wie snel veel beesten wilt zien, kan beter elders op safari. Het aantal dieren moet komende jaren nog groeien van 12 duizend naar 30 duizend. Daar staat tegenover dat Akagera veel variatie biedt: per bootje langs nijlpaarden, nijlkrokodillen en rietkragen vol watervogels, over een vlakte met acaciabomen vol antilopen en zebra’s en kamperen op een 1.850 meter hoge heuvel met magnifiek uitzicht. Je kunt er ook slapen in luxe lodges of tentenkampen.

Avontuurlijke types kunnen aankloppen in het naastgelegen dorp. ‘We bieden sinds kort een homestay-ervaring’, zegt freelance wildernisgids Daniël Nishimwe. Hij ontving een opleiding van Akagera. ‘Bezoekers kunnen mee naar de markt, helpen koken, water halen of bananen oogsten.’ De gids gaat ook mee op safari. Zo profiteren dorpelingen direct van toerisme. Kleine waarschuwing van de parkbaas: ‘Euh, dit is echt heel nieuw. We hebben die huizen nog niet gecheckt of ze geschikt zijn voor toeristen.’

Volkskrant Magazine bedrijft onafhankelijke reisjournalistiek. Reizen kunnen deels worden betaald door derden, maar zonder toezeggingen over onderwerpkeuze en presentatie.

Wielrennen is populair in Rwanda. Beeld Noël van Bemmel
Visser langs het Kivumeer. Beeld Noël van Bemmel
Dorpelingen in Virunga National Park. Beeld Noël van Bemmel
Akagera National Park. Beeld Noël van Bemmel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden